Jaime Sin
| Jaime Lachida Kardinaal Sin | ||||
| Kardinaal van de Katholieke Kerk | ||||
| Rang | Kardinaal-priester | |||
| Ambt | Aartsbisschop van Manilla | |||
| Titelkerk | Santa Maria ai Monti | |||
| Creatie | ||||
| Gecreëerd door | Paulus VI | |||
| Consistorie | 24 mei 1976 | |||
|
||||
Jaime Lachica Sin (New Washington, 31 augustus 1928 - Manilla, 21 juni 2005) was een Filipijnse rooms-katholieke geestelijke.
Hij werd in 1974 benoemd tot aartsbisschop van Manilla, waarna in 1976 een benoeming tot kardinaal door paus Paulus VI volgde. Hij was op dat moment het jongste lid van het kardinalencollege.
Kardinaal Sin heeft op politiek vlak een belangrijke rol gespeeld in de Filipijnen. Zo was hij in sterke mate betrokken bij de val van het dictatoriale regime van president Ferdinand Marcos. Hij was bijvoorbeeld een van de personen die de andere prominente oppositiekandidaat Salvador Laurel overhaalde om zich terug te trekken als presidentskandiaat bij de verkiezingen van 1986 ten faveure van Corazon Aquino. Toen in februari 1986 een groep militairen en minister van Defensie Juan Ponce Enrile hun steun aan Marcos introkken na de bekendmaking van de omstreden verkiezingsuitslag en dreigden te worden gevangengenomen riep hij de bevolking op om in actie te komen De mensenmenigte wierp een menselijke barricade op de ringweg van Manilla tussen de verschanste opstandige militairen onder leiding van generaal Fidel Ramos en minister van defensie Juan Ponce Enrile en de legereenheden van Ferdinand Marcos onder leiding van Fabian Ver. Deze massale volksopstand in combinatie met het groeiende aantal afvallige militairen en de diplomatieke druk van de Verenigde Staten leidde er uiteindelijk toe dat Marcos zich gedwongen voelde om samen met zijn familie en enkele getrouwen het land te ontvluchten. Corazon Aquino werd daarop als diens opvolger geïnstalleerd.
Ook bij de val van president Estrada na aantijging van grootschalige corruptie speelde Sin weer een prominente rol.
Na zijn pensionering op 15 september 2003 werd hij als aartsbisschop van Manilla opgevolgd door Gaudencio Rosales.
Sin zou een jaar later, in 2004, een hartaanval krijgen en leed daarnaast aan suikerziekte en had nierproblemen. Hij was te ziek om deel te nemen aan het Conclaaf van 2005 waar Paus Benedictus XVI gekozen zou worden tot de nieuwe paus. Sin overleed op 21 juni 2005, op 76-jarige leeftijd, aan de gevolgen van het uitvallen van enkele organen. Hij kreeg van de Filipijnse regering een staatsbegrafenis die bijgewoond werd door duizenden mensen. Tevens werd naar aanleiding van zijn dood werd een week van nationale rouw ingesteld. Sin werd bijgezet in een crypte van de Kathedraal van Manilla, waar ook zijn drie directe voorgangers rusten. [1]
Referenties [bewerken]
- ↑ Catholic Newsagency, geraadpleegd op 4 februari 2009.
| Voorganger: José Maria Cuenco |
Aartsbisschop van Jaro 1972-1974 |
Opvolger: Artemio Casas |
| Voorganger: Rufino Jiao Santos |
Aartsbisschop van Manilla 1974-2003 |
Opvolger: Gaudencio Rosales |
| Voorganger: Rufino Jiao Santos |
Kardinaal-priester van de Santa Maria ai Monti 1976-2005 |
Opvolger: Jorge Liberato Urosa Savino |
| Zie de categorie Jaime Lachica Sin van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |