Jaknikker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze jaknikker te Schoonebeek in Nederland is een rijksmonument
Schematische voorstelling van de werking van een jaknikker

Een jaknikker (uitspraak: ja-knikker) is de populaire benaming voor het bovengrondse deel van een pomp die aardolie uit de grond oppompt.

Geschiedenis[bewerken]

De jaknikker is een uitvinding van Walter C. Trout, een werknemer bij een machinefabriek in Lufkin in de Amerikaanse staat Texas.[1] Tot die tijd werd olie omhoog gehaald met pompen die voor het grootste deel gemaakt waren van hout, die een horizontale beweging omzetten in een verticale.[2] De pomp die Trout in 1925 ontwierp, beweegt verticaal, maar werkt ook nog eens met een contragewicht, waardoor de efficientie toenam. De jaknikker zelf is het zichtbare gedeelte van een ondergronds mechanisch pompsysteem dat in een olieput is geïnstalleerd.[2]

Beschrijving[bewerken]

De jaknikker bestaat uit een hooggeplaatste hamervormige constructie die op twee tegenover elkaar geplaatste, A-vormige ondersteuningen rust: de steel van de "hamer" is de pompstang ((en) Walking Beam), de kop van de "hamer" heet balanssegment maar wordt ook "paardenkop" (Horse Head) genoemd. De "hamer" heeft aan de punt van de kop een stelsel van staaldraden (Bridle) dat verticaal verbonden is met een dompelpomp met stelwielen. Aan de andere kant van de pompstang zijn twee stalen armen (Pitman Arm) bevestigd. Deze twee armen sluiten aan op twee zware, halfronde schijfvormige contragewichten (Counter Weight).

Werking[bewerken]

Nadat met behulp van een boortoren een oliebron is aangeboord, wordt de leiding naar de bron aangesloten op een dompelpomp. Deze pomp bevindt zich diep onder de grond, in de op te pompen olie. De pomp wordt aangedreven door een bovengronds geplaatste elektromotor. De jaknikker verzorgt de mechanische overbrenging naar de zuiger in de ondergrondse pomp.

Waarom de pomp zo diep ligt[bewerken]

De atmosferische druk op zeeniveau is ongeveer 1000 hectopascal. Om een vloeistof naar de oppervlakte op te zuigen moet een vacuüm gemaakt worden. Hiermee ontstaat een onderdruk, die hooguit gelijk is aan de atmosferische druk.

De hoogte van de kolom vloeistof die op deze manier omhoog gepompt kan worden, is afhankelijk van de soortelijke massa van die vloeistof en de lokale luchtdruk. Theoretisch kan water vanaf de oppervlakte tot maximaal ongeveer 10 meter hoogte opgezogen worden. Bij olie, die lichter is, kan dit tot ca. 15 meter.

Als vanaf een grotere diepte een vloeistof omhoog gepompt moet worden, moet een drukverschil van meer dan 1000 hectopascal gecreëerd worden. Dit lukt alleen door onderin de vloeistof een hogere druk te creëren, waardoor de vloeistof omhoog wordt geperst.

Nederland[bewerken]

De eerste jaknikkers bij Schoonebeek verschenen in de Tweede Wereldoorlog net over de Duitse grens op het Emlichheimveld.

In Nederland waren van 1948 tot 2013 bij Schoonebeek in Drenthe en in Zuid-Holland jaknikkers van de Nederlandse Aardolie Maatschappij actief. In Schoonebeek zijn nog enkele jaknikkers te zien, maar deze zijn sinds 1996 niet meer in werking of staan net over de grens in Duitsland.

Op 30 augustus 2013 zijn de laatste negen jaknikkers van Nederland uitgeschakeld.[3] Dit gebeurde op het terrein van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) aan de G.K. van Hogendorpweg in Rotterdam-Schiebroek.[3] In 1983 werd hier begonnen met het oppompen van de olie met de jaknikkers. Het terrein heette maakte deel uit van het zogenoemde Rijswijkveld. In totaal hebben de jaknikkers hier 26 miljoen vaten olie opgepompt. Alle jaknikkers worden verwijderd. Een exemplaar gaat naar het Openluchtmuseum Arnhem en deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek wil er een op de brede middenberm van de G.K. van Hogendorpweg plaatsen.[3]

Hernieuwde winning[bewerken]

Vanwege de hoge olieprijs is het rendabel sommige Nederlandse olievelden met vernieuwde technieken opnieuw te gaan exploiteren. Bij Schoonebeek is men daar in 2010 met behulp van stoominjectie mee begonnen.[4] Bij deze manier van winning worden geen jaknikkers meer gebruikt. Wel staan er 15 meter hoge moderne pompen in het veld. De olie uit het Schoonebekerveld wordt niet zoals voorheen naar Pernis vervoerd, maar per pijpleiding naar de 50 km verderop gelegen BP-raffinaderij bij het Duitse Lingen.

Afbeeldingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. US Patent Pumping unit patent nummer: US1895181 A, 1930, geraadpleegd op 15 november 2013
  2. a b Shell Nederland Laatste Nederlandse jaknikker uitgeknikt, geraadpleegd op 15 november 2013
  3. a b c RTV Rijnmond Laatste ja-knikkers van Nederland zijn uitgeschakeld, 30 augustus 2013, geraadpleegd op 19 november 2013
  4. Volkskrant Kans op oliewinning in Schoonebeek, 3 februari 2007, geraadpleegd op 15 november 2013