Jakob Arcadelt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jakob Arcadelt
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Geboren 1504, 1505 of 1506
Overleden 1568 of 1575
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Jakob (of Jacob) Arcadelt, ook wel Jacques Arcadelt, Jachet Arkadelt, Archadelt, Hercadelt, Arcadet, Arcadente en Jacobus Flandrus in de pauselijke rekeningen (waarschijnlijk Luik, 1504, 1505 of 1506 - waarschijnlijk Parijs, 4 oktober 1568 of 1575) was een renaissance-polyfonist uit de Franco-Vlaamse School. Hij componeerde voornamelijk madrigalen en chansons.

Leven[bewerken]

Over zijn jeugdjaren is weinig bekend. Wellicht groeide hij op in de Zuidelijke Nederlanden. Hij zou in 1535 naar Florence zijn getrokken, waar hij teksten van Lorenzo de' Medici toonzette. Omstreeks 1536 wisselde hij Florence voor Rome in; over de oorzaak staat niets bekend. Hij werd daar lid van de Capella Giulia. In 1539 werd hij aangesteld als "Abbas" en "magister puerorum" (= "leider van het knapenkoor") aan de Sixtijnse Kapel. In 1540 stelde paus Paulus III hem aan als "Magister capellae" (= "zanger en kapelmeester") van de Sixtijnse Kapel, de pauselijke privékapel. In die periode gaf hij vier delen uit van een reeks van zes boeken met vierstemmige madrigalen. Aan de pauselijke kapel werkte hij zeker tot 1551 (onderbroken door een verblijf van enkele jaren in Frankrijk vanwege gezondheidsredenen). Misschien verhuisde hij omstreeks 1553 of 1555 definitief naar Frankrijk, waar hij dan de rest van zijn leven zou zijn gebleven. Arcadelt verdwijnt hoe dan ook uit de rekenboeken van het Vaticaan; Giovanni Pierluigi da Palestrina wordt zijn opvolger aan de Sixtijnse Kapel. Zijn talrijke chansons die uit deze en de volgende jaren dateren lijken een verhuis naar Frankrijk te bevestigen. Wat er ook van zij, in 1557 draagt Arcadelt zijn uitgave met missen op aan Charles de Guise, kardinaal van Lotharingen, in wiens Parijse hofhouding hij als "kapelmeester" in dienst was gekomen. Over wat er met hem na 1557 gebeurde is niets bekend. Hij is wellicht in Frankrijk gestorven, volgens sommige bronnen in 1568 en volgens andere in 1575, als welvarend, gerespecteerd musicus.

Werk[bewerken]

De "Musica Reservata" streefde de volmaaktheid na. Een streven dat luistert naar de meest strenge en heldere wetten, die Arcadelt perfect en op bijzonder vindingrijke wijze wist te handhaven. Hij zette teksten van Boccaccio, Lorenzo de' Medici, Petrarca, Bembo en Michelangelo op muziek. Hij zet ook sonnetten, canzones, liefdesgedichten en frivoler materiaal op muziek. Hij verinnerlijkte de wereldlijke compositiestijl van de Italianen en verbond die met de geestelijke van de Nederlandse polyfonisten van zijn geboorteland. Als erfgenaam van Josquin Desprez en als voorganger van da Palestrina drukte hij zijn stempel op een nieuwe Italiaans-Nederlandse stijl, die nog honderd jaar lang de interesse wist te wekken van nieuwe generaties componisten. Zijn werken bleven toonaangevend in de muzikale opvoeding tot aan de tijd van Bach.

Arcadelts stijl is verfijnd, zuiver, melodieus en eenvoudig. Zijn chansons, missen, motetten en madrigalen verschijnen menigvuldig in druk in de loop van de 16e eeuw in Romeinse, Venetiaanse en Parijse verzamelwerken. Uit 1654 dateert de laatst bekende herdruk (er verschijnen er een veertigtal) van zijn eerste boek madrigalen, hetgeen uitzonderlijk is voor die tijd en spreekt voor Arcadelts lang doorwerkende reputatie. Een bewijs te meer van zijn populariteit is de frequentie waarmee anonieme composities aan hem werden toegeschreven. Allicht was zijn populariteit te danken aan zijn gave de Italiaanse geest te vatten en te verenigen met het technische volmaaktheidsstreven van de Nederlandse harmonische en polyfone stijl, hetgeen niet wegnam dat hij ook wel échte meezingers schreef.

Zijn bekendste madrigaal is "Il bianco e dolce cigno" (= "De witte en zoete zwaan"), dat opmerkelijk is vanwege zijn heldere frasering, het verstandige gebruik van herhaling en het voortreffelijk zingbare karakter. De stijl van dit madrigaal beïnvloedde een volgende generatie madrigalisten, onder wie Palestrina.

Het af en toe aan Arcadelt toegeschreven "Ave Maria" werd eigenlijk niet door hem, maar door een Franse organist gecomponeerd. Franz Liszt, die in de mening verkeerde dat het een werk van de meester betrof, componeerde, vertrekkend vanuit dit stuk, een orgelfantasie. Arcadelt gaf ongeveer 24 motetten, drie boeken met missen, 126 Franse chansons en meer dan 200 madrigalen uit.

Media[bewerken]

Geluidsfragment Io dico che fra noi (info / uitleg)

Enkele uitgaves[bewerken]

  • 1539 Primo Libro di madrigali a 4 voci, Venezia (een veertigtal heruitgaven tot 1654).
  • 1539 Secondo Libro di madrigali a 4 voci, s.l.
  • 1539 Terzo Libro de i madrigali novissimi a 4 voci insieme con alchuni di Constantio Festa, et altri dieci bellissimi a voci mudade, Venezia.
  • 1539 Quarto Libro di madrigali a 4 voci composti ultimamente insieme con alcuni madrigali de altri autori, Venezia.
  • Van omstreeks 1540 dateert een handschrift met motetten van Arcadelt, dat wordt bewaard in de Vaticaanse bibliotheek.
  • 1542 Primo libro di madrigali a 3 voci, insieme alcuni di Costanzo Festa con la gionta di dodese canzoni francese & sei motetti novissimi, Venezia.
  • 1544 Quinto Libro di madrigali a 4 voci (…), Venezia, Antonio Gardano.
  • 1545 Primo Libro dei mottetti a 4 voci, Venezia.

Verschillende herdrukken in Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk.

Bibliografie[bewerken]

Discografie[bewerken]

  • Lo canterei d'Amor - Cyprien de Rore, Andrea Gabrieli, Jacques Arcadelt, Varios - Paolo Pandolfo con el Ensemble di viole Labyrinto - Harmonia Mundi HMC 905234 - 1996 - 58:31 min.
  • Ronsard et les Neerlandais - Roland de Lassus, Jacques Arcadelt, Jean de Castro, Jan Peterszoon Sweelinck - Egidius Kwartet - Maria Luz Álvarez ETCETERA KTC1254 - 2001 - 51:45 min.
  • Songs from Renaissance Gardens - Clement Janequin, Constanzo Festa, Jacques Arcadelt, Josquin Des Pres, Nicolas Vallet, Luca Marenzio - Kveta Ciznerová -Música Fresca - Divox CDX 79804 - 1997 - 66:34 min