Jakobus Friteyre-Durvé

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jacques Friteyre-Durvé (Marsac, 18 april 1725 - Parijs, 2 september 1792) trad in bij de jezuïeten op 20 augustus 1742. In 1755 werd hij priester gewijd. Na de opheffing van de jezuïetenorde in Frankrijk in 1762, kwam hij naar Parijs en werd daar een gevierd predikant. Zo verzorgde hij in 1775 een serie predikaties aan het hof en in 1777 was hij prédicateur de Notre-Dame. Uit dankbaarheid verleende hem de koning een staatspensioen. Maar toen de vervolgingen uitbraken, trok hij er op uit, vermomd als marskramer met de koopwaar op zijn rug. Zo bezocht hij katholieken thuis, vooral armen, zieken en stervenden. Hij veranderde vaak van verblijfplaats en hoopte aldus te ontsnappen aan de oplettendheid van de staatsambtenaren. Tevergeefs. Eind augustus 1792 werd hij opgepakt en ingekwartierd in het karmelietenklooster in de rue de Rennes in Parijs, waar hij samen met 190 andere geestelijken in september 1792 gedood werd. Hij behoorde tot de eerste slachtoffers, omdat hij zich in de tuin bevond en zijn middagoefeningetjes deed op het moment dat de slachting begon.

Zoals de andere septembermartelaren werd hij in 1926 zalig verklaard door paus Pius XI.