Jamaica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Jamaica (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Jamaica.
Jamaica
Vlag Wapen
(Details) (Details)
Jamaica
Basisgegevens
Officiële landstaal Engels
Hoofdstad Kingston
Regeringsvorm Parlementaire monarchie
Staatshoofd Koningin Elizabeth II
Patrick Allen (Gouverneur-generaal)
Regeringsleider Portia Simpson-Miller
Democratie-index 7,39 (onvolledige democratie)
Religie Protestant 61%
Oppervlakte 10.991 km² [1] (1,5% water)
Inwoners 2.697.983 (2011)[2]
2.909.714 (2013)[3] (264,7/km² (2013))
Overige
Volkslied Jamaica, Land We Love
Munteenheid Jamaicaanse dollar (JMD)
UTC -5
Nationale feestdag 1e maandag in augustus
Web | Code | Tel. .jm | JAM | 876
Voorgaande staten
Kolonie Jamaica Kolonie Jamaica 1962 (Onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk)
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Het eiland Jamaica is een land in het Caribisch gebied ten zuiden van Cuba en ten westen van het eiland Hispaniola. Jamaica is lid van het Gemenebest van Naties, koningin Elizabeth II is staatshoofd. Jamaica is onderverdeeld in 3 counties en 14 parishes.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Jamaica voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het eiland werd rond 650 in bezit genomen door de Taínos en Arawaks uit Zuid-Amerika die het eiland Xaymaca noemden: Land van hout en water. Rond 1400 kwamen de Cariben, een kannibalistische stam uit Zuid-Amerika, het vredige bestaan van de Arawaks verstoren. In 1494 werd het eiland ontdekt door Christoffel Columbus die het tot 1509 als privé-eiland gebruikte waarna de Spanjaarden het eiland Santiago noemden en er vanaf 1517 Afrikaanse slaven lieten komen. De Arawaks werden uitgeroeid door een combinatie van besmettelijke ziektes, slavernij en oorlog. In de Spaanse tijd woonden er niet meer dan ongeveer 2000 mensen op het eiland, waarvan de helft Spanjaarden. Deze hielden zich voornamelijk bezig met landbouw en veeteelt voor export naar Spanje en Cuba.

In 1655 werd Jamaica veroverd door de Engelsen. Nadat het veroveren van Hispaniola was mislukt, besloot een Britse vloot, onder gezag van Oliver Cromwell, dan maar een ander gebied op de Spanjaarden te veroveren. Daarbij viel de keus op het naburige, zwak beveiligde eiland Jamaica. Veel Spanjaarden die er woonden vluchtten naar Cuba. Ze lieten hierbij hun slaven achter op Jamaica met het oog op hun hulp bij een eventuele herovering van het eiland. Deze slaven zijn echter de bergen ingetrokken en bouwden daar een nieuw bestaan op. Ze staan bekend als de Maroons. In 1658 probeerden de Spanjaarden tevergeefs het eiland weer in te nemen. In 1670 werd Jamaica formeel aan Engeland overgedragen. Onder Brits bestuur werd Jamaica een belangrijk wingewest. Er kwamen grote aantallen plantages, waar vooral suikerriet werd verbouwd. Op de plantages werden grote aantallen slaven uit West-Afrika tewerkgesteld. In 1690 kwamen de slaven op het gehele eiland in opstand. Tussen de wereldmachten was destijds nogal wat strijd om de macht over de economisch belangrijke kolonies in het Caraïbisch gebied. Zo verwoestte een Franse vloot in 1694 meer dan 50 suikerrietplantages. Van de plantages gevluchte slaven zochten vaak hun toevlucht bij de Maroons in het binnenland. Dit leidde tot diverse strafexpedities van het koloniale leger. In 1739 tekenden de Maroons, een verdrag met de Engelsen. Ze kregen land en zelfbestuur. Als tegenprestatie beloofden ze te helpen nieuwe opstanden te onderdrukken. Er brak een nieuwe opstand uit in 1760 en de Maroons hielpen om die te onderdrukken. In 1795 raakten de Maroons opnieuw in oorlog met de Engelsen. In 1807 werd door de Engelsen de slavenhandel verboden. Een slavenopstand rond de stad Montego Bay werd in 1831 nog hard afgestraft. De bevolking kreeg nog ontberingen te verduren, zoals de Morant Bay rebellie in 1865 geleid door George William Gordon en Paul Bogle. Ook deze werd hardhandig onderdrukt. In 1838 kwam aan de slavernij in het gehele Britse Imperium, en daardoor ook in Jamaica, een eind. In 1944 kreeg Jamaica volledig zelfbestuur en algemeen kiesrecht, en het land werd onafhankelijk in 1962.

In de Engelse tijd was de gouverneurszetel van Jamaica eerst Port Royal. Nadat deze stad in 1692 na een aardbeving in zee zonk, werd de hoofdstad verplaatst naar Spanish Town. Sinds 1872 is Kingston de hoofdstad.

Geologie[bewerken]

Ongeveer twee derde van het eiland, met name het westen en midden, wordt gedomineerd door een bergketen die grotendeels bestaat uit kalksteenformaties. Deze bergen bereiken een hoogte van max. 900 meter. Aan de noordzijde lopen de hellingen vrij steil af richting kust. Onder zeeniveau zetten deze steile hellingen zich voort tot op grote diepte tot aan de Caymantrog. In de bergen zijn bijzonder fraaie tropische karstverschijnselen gevormd. Kenmerkend zijn de grote aantallen ronde geïsoleerde restheuvels, met diverse gangen, spleten en holtes en onderaardse waterlopen. Een goed voorbeeld is de Cockpit Country. Vanuit de lucht ziet dit gebied eruit als een grote, groen begroeide eierdoos. Aan de zuidzijde loopt deze bergrug geleidelijk af naar de kust. Hier vindt men laagvlaktes, moerassen en brede zandstranden.

Het oostelijk deel, met de Blue Mountains, is onderdeel van een bergketen die zich vanaf Hispaniola via Jamaica tot in Cuba uitstrekt. Delen van deze keten bevinden zich nu onder zeeniveau. De top van de Blue Mountains ligt boven de 2200 meter. Dit gebergte heeft een veel complexere ontstaanswijze. en bestaat uit diverse hardere gesteenteformaties.

De kustvlaktes in het zuiden, bij Kingston en Spanish Town, bestaan uit mariene terrassen.

Geografie[bewerken]

Kaart van Jamaica
Oppervlakte
  • Totaal: 10.991 km²
  • Land: 10.826 km²
  • Water: 165 km²
Landgrenzen
0 km
Kustlijn
1022 km
Klimaat
Tropisch; heet, vochtig, matig in het binnenland
Uitersten
Natuurlijke rijkdommen
Bauxiet, gips, kalksteen, suikerriet, bananen, cacaobonen, koffiebonenen kokosnoten

Natuur[bewerken]

Een aantal waardevolle gebieden, zowel op land als in zee (koraalriffen) zijn in Jamaica als nationaal park aangewezen [4] :

  • Negril Marine Park
  • Black River Morass
  • Royal Palm Reserve
  • Dolphin Head Reserve
  • Ocho Rios Marine Park
  • Cockpit Country Reserve
  • Port Antonio Marine Park
  • Montego Bay Marine Park
  • Palisadoes-Port Royal Protected Area
  • Portland Bight Protected Area
  • Blue & John Crow Mountains National Park

Demografie[bewerken]

De meerderheid van de Jamaicaanse bevolking heeft Afrikaanse voorouders. De minderheid is van Britse, Indiase of Chinese afkomst. De Indiase Jamaicanen en Chinese Jamaicanen werden door de Britten aangetrokken als contractarbeiders die de Afrikanen moest vervangen, nadat de slavernij was afgeschaft.

Taal[bewerken]

De officiële taal van Jamaica is Engels. De meerderheid van de bevolking spreekt echter het Jamaicaanse Patois, een Creoolse taal. Het Patois is ontstaan doordat mensen vanuit verschillende delen van de wereld met uiteenlopende moedertalen met elkaar moesten kunnen communiceren. Een gesimplificeerd Engels vormde de basis. Verder herbergt het Patois woorden en zinsbouw uit verschillende Afrikaanse talen, waaronder het Akan en Yoruba, uit andere Europese talen (Spaans en Portugees) en uit Aziatische talen (Hindi en Hakka).[5] Dit ontwikkelde zich zo geleidelijk tot een taal, met eigen grammaticale regels, die voor de meeste Jamaicanen de dagelijks gebruikte taal is. Het Brits-Engels of het "Queen's English" wordt vooral gebruikt in meer officiële situaties, in onderwijs, bestuur en zakenwereld.

Religie[bewerken]

Circa 65,3% van de Jamaicaanse bevolking is christelijk. Hiervan behoort het grootste gedeelte tot de Anglicaanse kerk. Daarnaast kent het eiland ontelbaar veel protestante kerkgenootschappen en evangelische bewegingen. Het geloof wordt op Jamaica op een zeer intense, maar in het dagelijks leven vaak bijzonder vrijzinnige, wijze beleefd. De grootste niet-christelijke religie is de rastafaribeweging. Ook andere religies zoals bahai, boeddhisme en islam hebben op het eiland volgelingen.

Staatsvorm en bestuur[bewerken]

Het eiland Jamaica is een Constitutioneel Koninkrijk sinds de onafhankelijkheid van 1962 en heeft een parlementaire democratie met een direct gekozen minister-president. De Britse Koningin Elizabeth II werd automatisch gekroond tot 'Koningin van Jamaica' toen het land onafhankelijk en soeverein werd van het Verenigd Koninkrijk. De troonopvolger van Jamaica is Kroonprins Charles. In Jamaica worden alle constitutionele en ceremoniële taken die door het staatshoofd worden uitgevoerd gedaan door de Gouverneur-generaal van Jamaica in afwezigheid van het staatshoofd. De taken betreffen het aanstellen, schorsen en ontslaan van ministers, het benoemen van parlementsleden, aanstellen minister-president en enkele ceremoniële functies in het Jamaicaanse leger. Het staatshoofd of diens vervanger heeft als individu officieel geen recht van spreken in de overheidszaken. De koning en de andere leden van de koninklijke familie zijn geen burgers van Jamaica, maar hebben alleen een relatie met de Natie. Op lokaal niveau is Jamaica bestuurlijk onderverdeeld in veertien parishes met een algemeen en dagelijks bestuur dat elke vier jaar gekozen wordt.

Steden[bewerken]

De belangrijkste steden zijn:

Infrastructuur[bewerken]

De infrastructuur van Jamaica bestaat uit wegen,spoorlijnen en luchthavens. Het vervoer over de weg is veruit de belangrijkste vorm van transport op het eiland.

Wegen[bewerken]

Het Jamaicaanse wegennet is circa 21.000 km lang, waarvan ongeveer 15.000 km is verhard.[6] De Jamaicaanse overheid werkt, samen met private partijen, sinds het einde van de jaren negentig van de twintigste eeuw aan diverse projecten ter verbetering van de infrastructuur. Het meest in het oog springende project is Highway 2000, dat tot doel heeft om autosnelwegen aan te leggen tussen de belangrijkste steden op het eiland. De eerste 33 kilometer van Kingston tot Old Harbour is in gebruik gekomen tussen 2003 en 2005. [7]

Spoorwegen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Spoorwegen in Jamaica voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De spoorwegen in Jamaica behoren tot de oudste spoorlijnen buiten Europa en Noord-Amerika. Van het nog aanwezige net van 272 km wordt nog slechts 57 km gebruikt voor bauxiet transport. Het personenverkeer is sinds 1992 geheel stilgelegd nadat de Jamaicaanse overheid besloot de Jamaica Railway Corporation (JRC) niet langer te subsidiëren. Van juli 2011 tot augustus 2012 hebben op een aantal lijnen weer personentreinen gereden. De JRC leed hierop verliezen en heeft zich weer geheel toegelegd op het transport van bauxiet.

Luchtverkeer[bewerken]

Jamaica heeft twee internationale vliegvelden waar grote toestellen kunnen landen: Norman Manley International Airport in Kingston en Sangster International Airport in Montego Bay. Beide luchthavens dienen als thuisbasis voor de nationale luchtvaartmaatschappij Air Jamaica. Daarnaast zijn er een aantal kleine luchthavens die alleen voor binnenlands vluchten worden gebruikt: Tinson Pen in Kingston, Ken Jones Aerodrome in Port Antonio, Ian Fleming International Airport in Ocho Ríos en Negril Aerodrome. Verschillende kleine plattelandscentra hebben in de omgeving kleine vliegveldjes op suikerplantages en bij bauxietmijnen.

Havens en scheepvaart[bewerken]

Vanwege de ligging in de Caribische Zee op de scheepvaartroute naar het Panamakanaal en de nabijheid van grote afzetmarkten in zowel Noord- als Zuid-Amerika, kent Jamaica veel container vervoer. Zowel in Kingston als in Montego Bay bevinden zich container terminals.

Er zijn nog vele andere havens, zoals Port Esquivel in St. Catherine, Rocky Point in Clarendon, Port Kaiser in St. Elizabeth, Port Rhoades bij Discovery Bay, de Reynolds Pier in Ocho Rios, en Boundbrook Port in Port Antonio. de meeste havens van Jamaica liggen in het zuiden van het land

Geboren in Jamaica[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties