James Graham (1e markgraaf van Montrose)
| James Graham | ||
| 1612 – 1650 | ||
| James Graham, 1e markgraaf van Montrose | ||
| Graaf van Montrose | ||
| Periode | 1626 - 1644 | |
| Voorganger | John Graham | |
| Opvolger | James Graham | |
| Markgraaf van Montrose | ||
| Periode | 1644 – 1650 | |
| Voorganger | -- | |
| Opvolger | James Graham | |
| Vader | John Graham | |
| Moeder | Mary Ruthven | |
James Graham, 1e markgraaf van Montrose (25 oktober 1612 - Edinburgh 21 mei 1650) was een Schotse edelman die eerst een covenanter was maar later een aanhanger werd van Karel I van Engeland tijdens de Engelse Burgeroorlog.
James Graham verwierf in 1626 het graafschap van Montrose na de dood van zijn vader John Graham. In 1644 werd James Graham als dank voor zijn steun tijdens de Engelse burgeroorlog verheven tot markgraaf van Montrose door Karel I.
Van 1644 tot 1646 leidde James Graham de Schotse troepen van Karel I met succes. Maar door de nederlaag van Karel I tijdens de Slag bij Naseby deserteerde een groot deel van zijn troepen waardoor James zich zag genoodzaakt om in september 1646 te vluchten naar Noorwegen.
In maart 1650 lande James op de Orkneys om het commando op zich te nemen van een kleine troepenmacht. Hij probeerde hopeloos zijn leger uit te breiden en werd op 27 april 1650 verrast door regeringstroepen. Tijdens de daaropvolgende Slag bij Carbisdale werden zijn troepen verslagen en werd James opnieuw gedwongen te vluchten. James Graham hoopte te kunnen onderduiken bij Neil MacLeod van Assynt, de toenmalige bewoner van Ardvreck Castle. Neil MacLeod was op het moment van zijn aankomst afwezig. De vrouw van Neil MacLeod, Christine, zou James Graham in de kerkers van het kasteel hebben gelokt en regeringstroepen laten komen. James Graham werd daarna naar Edinburgh geleid waar hij werd veroordeeld tot de doodstraf door vierendeling, de gebruikelijke straf voor verraders.