James Jamerson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
James Jamerson
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Portaal  Portaalicoon   Muziek

James Lee Jamerson (Charleston (South Carolina), 29 januari 1936 - Los Angeles, 2 augustus 1983) was een Afro-Amerikaanse bassist.

Jamerson was de bassist die op de meeste door het Motownlabel opgenomen hits in de jaren 60 en begin jaren 70 te horen is. Hij is een van de meest invloedrijke bassisten in de moderne muziekgeschiedenis en is in 2000 toegevoegd aan de Rock and Roll Hall of Fame.

Oorspronkelijk woonachtig op Edisto Island trok Jamerson met zijn moeder in 1954 naar Detroit (Michigan). Daar leerde hij contrabas spelen aan de Northwestern High School, waarna hij al snel naam maakte in de jazz- en bluesscène.

Nadat hij was afgestudeerd aan de High School, ging Jamerson door met het maken van muziek. Hij werd een veelgevraagd bassist bij lokale opnamestudio's. In 1959 vond hij vast werk bij de Hitsville USA-studio van Berry Gordy, wat later de thuisstudio zou worden van het legendarische platenlabel Motown. Daar werd hij onderdeel van een groep muzikanten die zichzelf The Funk Brothers noemden. Deze kleine maar erg hechte groep speelde de meeste Motownhits gedurende de jaren '60. Op de eerste opnames van Jamerson kan men nog de contrabas horen maar al snel stapte hij over op de elektrische basgitaar, een Fender Precision Bass.

Jamerson kampte met alcoholproblemen en overleed mede aan een hierdoor veroorzaakte levercirrose op 47-jarige leeftijd.

Uitrusting[bewerken]

James Jamersons contrabas was een Duitse contrabas die hij als tiener kocht en later gebruikte op Motown-platen als "My Guy" van Mary Wells en "(Love Is Like A) Heatwave" van Martha & The Vandellas. De elektrische basgitaar die Jamerson gebruikte was een 1962 Fender Precision Bass die de bijnaam "The funk machine' kreeg. Jamerson kocht deze bas nadat zijn eerste Precision Bass, "Black Beauty", een zwart exemplaar met mapletoets uit 1957 gestolen was. Met dit instrument speelde hij onder andere de klassieke baslijnen van nummers als "Bernadette", "I Was Made To Love Her", "You Keep Me Hangin' On" en "I Heard It Through The Grapevine". Ook deze bas werd echter gestolen, enkele dagen voordat Jamerson overleed in 1983.

Jamerson gebruikte La Bella heavy-gauge (.052-.110) flatwound snaren die hij nooit verving. De manier waarop Jamersons basgitaar stond afgesteld was voor velen 'onmogelijk' om op te spelen: een erg hoge actie in combinatie met de dikke snaren zorgde voor een ondefinieerbare sound. De volumeknop van zijn bas stond altijd vol open, zijn treble op 50%. Bij de meeste studio-opnames was zijn bas rechtstreeks in de mengtafel geplugd. Toen een producer hem in de begin jaren '70 vroeg om roundwound-snaren te gebruiken, die voor een veel gedefinieerder geluid zorgen, weigerde hij dat.

Live gebruikte Jamerson een Ampeg B-15 versterker. Bij grotere concerten gebruikte hij een Naugahyde Kustom met twee 15" speakers. Vanwege zijn achtergrond als contrabassist gebruikte hij alleen de wijsvinger van zijn rechterhand om de snaren aan te slaan. Deze vinger werd ook wel 'The Hook' genoemd.