Jamnacultuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De jamnacultuur (van het Russische яма "kuil") of kuilgrafcultuur is een cultuur uit de periode van de overgang van kopertijd naar bronstijd, ongeveer 3600 v.Chr. tot 2300 v.Chr. tussen de Bug, Dnjestr en de Oeral. Het was een overwegend nomadische cultuur, maar dichtbij rivieren werd wat landbouw beoefend en er zijn wat forten op heuvels gevonden.

Kenmerken[bewerken]

De jamnacultuur 3500-2000 v.Chr.

██ Jamnacultuur

Navolgende culturen:

██ Kogelamforacultuur

██ Badencultuur

██ Touwbekercultuur

Kenmerkend voor de cultuur zijn de begrafenissen in koergans (tumuli) in kuilgraven waarin het lijk achteroverliggend met gebogen knieën werd bijgezet. De lichamen werden bedekt met oker. Er zijn bijgraven in deze koergans aangetroffen, vaak als latere toevoegingen. Van belang zijn de dieroffers die bij begrafenissen werden gebracht (runderen, schapen, geiten en paarden), een kenmerk dat in verband wordt gebracht met Proto-Indo-Europeanen.

Aangenomen wordt dat de cultuur teruggaat op de Chvalynskcultuur aan de middenloop van de Wolga en de Sredny Stog-cultuur aan de middenloop van de Dnjepr. De jamnacultuur werd in het westen van zijn verspreidingsgebied opgevolgd door de catacombencultuur en in het oosten door de Poltavkacultuur en de sroebnacultuur.

In de koerganhypothese van Marija Gimbutas wordt de jamnacultuur geïdentificeerd met de late Proto-Indo-Europeanen en is samen met de eraan voorafgaande Sredny Stog-cultuur een kandidaat voor de Urheimat (thuisland) van het Proto-Indo-Europees. De oudste resten van een kar met wielen in Oost-Europa zijn gevonden in de Storozjova mohyla koergan (Dnjepropetrovsk, Oekraïne),[1] die met de jamnacultuur in verband wordt gebracht.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • J. P. Mallory, "Yamna Culture", Encyclopedia of Indo-European Culture, Fitzroy Dearborn, 1997.
  1. opgegraven door Trenozjkin O.I