Jan-Carl Raspe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jan-Carl Raspe (Berlijn, 24 juli 1944 - Stuttgart, 18 oktober 1977) was een Duitse terrorist. Hij was lid van de links-radicale terreurgroep Rote Armee Fraktion (RAF), ook wel bekend als Baader-Meinhof-Gruppe.

Jan-Carl Raspe groeide op in Oost-Berlijn. Toen de Berlijnse muur in 1961 werd gebouwd was hij in West-Berlijn. Hij bleef hier bij zijn oom en tante wonen. In 1963 haalde hij zijn middelbareschooldiploma en ging scheikunde studeren aan de Vrije Universiteit van Berlijn. Later schakelde hij over op sociologie en studeerde daarin af. In 1967 was hij medeoprichter van de Kommune II. In 1970 trad hij toe tot de Baader-Meinhof groep. Wegens zijn technische deskundigheid is het waarschijnlijk dat hij de bommen heeft vervaardigd die voor de RAF-bomaanslagen van 1972 gebruikt werden, waarbij vier doden en 50 gewonden waren gevallen. Hij was ook betrokken bij minstens een bankoverval en bij een inbraak in Stuttgart om documenten te stelen.

Op 1 juli 1972 werd Raspe samen met Andreas Baader en Holger Meins door de politie in Frankfurt am Main gearresteerd. Hij werd tot levenslang veroordeeld.

Op 18 oktober 1977 overleed Jan-Carl Raspe in zijn cel aan de gevolgen van een schotwond. Ook Andreas Baader en Gudrun Ensslin werden dood in hun cel aangetroffen, terwijl Irmgard Möller gewond was met een steekwond. De Duitse overheid stelt dat ze zelfmoord hebben gepleegd, een lezing die door RAF-aanhangers bestreden wordt.