Jan-van-gent
| Jan-van-gent IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Morus bassanus (Linnaeus, 1758) |
|||||||||||||
| leefgebied Jan-van-gent | |||||||||||||
| Afbeeldingen Jan-van-gent op |
|||||||||||||
| Jan-van-gent op |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
De jan-van-gent (Morus bassanus of Sula bassana) is een vogel uit de familie van Genten (Sulidae). Het is een zeevogel met een groot verspreidingsgebied in de Noordzee en de Atlantische Oceaan.
Inhoud |
Beschrijving [bewerken]
Het is een grote sigaarvormige vogel met lange, smalle vleugels. De volwassenen zijn door formaat, kleur en tekening goed te herkennen. Jonge vogels kunnen op het eerste gezicht op een grote pijlstormvogel lijken, maar zijn te herkennen aan een lange, spitse kop en snavel, spitse staart en karakteristieke bewegingen. Het verenkleed van de volwassen vogel wordt pas in het vierde tot zesde jaar verkregen. De okergele kop is buiten het broedseizoen bleker. Volwassen dieren zijn circa 90-100 centimeter groot en 2,5 tot 3 kg zwaar. En kunnen als ze hun vleugel volledig uitstrekken 170-180 cm breed zijn. Het lichaam is wit, de staart puntig en ze hebben zwarte vleugelpunten. De kop is gelig met een blauwe oogring. Ze duiken op spectaculaire wijze naar vis en doen dat met een snelheid van 100 km/uur.
Voortplanting [bewerken]
De dieren gaan een vaste paarbinding aan, die ook na het broedseizoen standhoudt. Ze keren jaren achtereen naar hetzelfde nest terug. Beide partners broeden voor het eerst op de leeftijd van 5 of 6 jaar op een enkel, blauwwit ei. Na ongeveer 3 maanden verlaten de nog geheel bruine jongen het nest. Het volwassen verenkleed krijgen ze pas in de loop van de volgende 5 jaren. De volwassen vogels kunnen bijzonder agressief reageren bij de verdediging van hun nest, waarbij vervaarlijk met de krachtige snavel wordt gehakt en gebeten.
Verspreiding en broedgebied [bewerken]
Jan-van-genten broeden in de zomer op klippen op rotsige eilanden langs de oostkust van Canada, maar vooral rond de Britse Eilanden en verder bij Bretagne (Frankrijk), IJsland en Noorwegen en sinds 1991 ook op Helgoland. De kolonies bij Schotland op de eilanden Saint Kilda en Bass Rock behoren tot de grootste jan-van-gentenkolonies van de wereld.
De dieren overwinteren op zee en maken dan lange tochten tot in de Middellandse Zee en langs de kusten van de landen ronde deze zee en het Caraïbisch gebied en de Golf van Mexico. Net als Noordse stormvogels staan jan-van-gents erom bekend dat ze schepen volgen.
Voorkomen langs de Nederlandse kust [bewerken]
Het voorkomen langs de Nederlandse kust hangt sterk af van de beschikbaarheid van vissoorten in de kustwateren en de heersende windrichting is daarom niet altijd voorspelbaar. Uit tellingen verricht in de periode 1972 - 1993 blijkt dat de meeste jan-van-genten in de maand oktober worden waargenomen (gemiddeld 10-15 vogels per uur langstrekkend). In de winter is het aantal zeer laag, dan is er een piekje in de zomer met ongeveer 3 vogels per uur, dat daalt weer in augustus en stijgt snel in de herfst. Tellingen uit de jaren 1990 verricht vanuit schepen op het Nederlandse deel van de Noordzee wijzen uit dat daar in de zomer tenminste 5000 exemplaren voorkomen met een piek in de herfst van 36.000 exemplaren. Verder zijn er sporadisch waarnemingen in het binnenland, tot in Drenthe, Gelderland en Limburg. Meestal betreft dit met storm naar binnen gewaaide, verzwakte individuen.[2]
Trivia [bewerken]
De naam van deze vogel heeft niets met de naam van de persoon Jan van Gent te maken, maar is mogelijk een verbastering van de Keltische naam voor de vogel (Iers: ganainéad, Engels gannet).
Reservaten [bewerken]
- Bass Rock is een eiland voor de kust van Schotland dat volledig bevolkt is door jan-van-genten.
- De grootste kolonie jan-van-gents is te vinden op Bonaventure-eiland in Canada, hier broeden ca. 120.000 vogels.
Bronnen, noten en/of referenties
|