Jan Adriaanszoon Leeghwater

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Adriaenszn Leeghwater
borstbeeld van Jan Adriaenszoon Leeghwater voor het "Heerenhuis" te Middenbeemster

Jan Adriaenszoon Leeghwater ( De Rijp, 1575 - Amsterdam, 1650 ) was een Nederlandse molenmaker en waterbouwkundige. Hij bedacht de houten achtkant en de bovenkruiende oliemolen. Daarmee was het mogelijk de molen altijd recht in de wind te zetten, te kruien.[1] Hij was betrokken bij diverse droogmakerijen. Bovendien heeft hij geholpen bij het plaatsen van nieuwe uurwerken en carillons voor de Amsterdamse Zuidertoren en Westertoren.

Leeghwater werd geboren als zoon van timmerman Adriaan Symonszoon. Hij had twee oudere broers, Symon en Adriaan. Hij kreeg het oppertoezicht over de poldermolens die bij de droogmaking van de Beemster in 1612 werden gebruikt. Mede onder zijn leiding werden in Noord-Holland tussen 1607 en 1643 diverse plassen drooggelegd: Heerhugowaard 1625, Purmer 1622, Schermer 1635, Starnmeer en De Wormer 1626. Bij het Beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 had hij de leiding bij het droogleggen van de moerassen rondom het door de Staatse troepen belegerde 's-Hertogenbosch. In het buitenland adviseerde hij bij het droogleggen van moerassen bij Bordeaux 1628 en bij Metz 1630 en in 1633 was hij in Sleeswijk-Holstein betrokken bij de afsluiting van het Bottschlotter Tief in de buurt van Dagebüll. De afsluitdijk wordt op sommige plaatsen Holländerdeich genoemd.

In 1641 publiceerde Leeghwater zijn Haarlemmermeer-boek. Hij was hiermee een van de eersten die pleitten voor drooglegging van het gevaarlijk groeiende Haarlemmermeer, ook wel de Waterwolf genoemd. Pas in 1852 werd dit gerealiseerd. Een van de drie grote gemalen die hierbij werden gebruikt, werd naar hem genoemd. Dit Gemaal De Leeghwater, aan de zuidrand van de Haarlemmermeer, is nog steeds in gebruik.

Over de naam[bewerken]

Leeghwater is geboren als Jan Adriaenszoon in de Rijp. De naam Leeghwater heeft hij pas later veranderd in verband met een octrooi dat hem in 1605 werd verleend voor het principe van de duikerklok. De schrijfwijze van de naam Leeghwater is niet geheel duidelijk. Zelf schreef Jan Adriaenszoon zijn naam als Leegwater. Leeg daarin verwijst naar laag. Er wordt in oude documenten ook wel verwezen naar Jan Adriaenszoon als Leechwater.

Tegenwoordig wordt de naam Leeghwater door verschillende instanties gebruikt, waaronder het Gezelschap Leeghwater, de studievereniging van Werktuigbouwkunde aan de TU Delft.

Jan Adriaanszoon Leeghwater is volgens een door sommige historici geopperde theorie mogelijk van joodse komaf. De windmolensystemen van Leeghwater zouden afkomstig zijn uit Moors Spanje, waaruit zijn joodse voorouders na de reconquista zouden zijn verdreven. Genealogische bewijzen voor deze theorie bestaan niet.

Volgens doopsgezinde afstammelingen was Jan Adriaenszoon Leeghwater van Doopsgezinde huize. Doopsgezinden zijn volgelingen van de Friese kerkhervormer Menno Simons.

Kritiek[bewerken]

In het artikel van André Lehr over het klokkengieten en uurwerkmaken van Leeghwater komt naar voren dat veel van de beweringen die door Leeghwater op latere leeftijd zijn gedaan, niet kloppen. De biograaf van Leeghwater, J.G. de Roever schrijft dat Leeghwaeter een ijdeltuit en een opschepper was. Zo had hij op grond van archief onderzoek veel minder van doen gehad met de droogmakerijen dan hij ons wilde doen geloven. De geschiedschrijving over de droogmakerijen en molenbouw was in de 19e eeuw nogal geromantiseerd voorgesteld waar men kennelijk in die tijd behoefte aan had. Bovendien is het zo goed als zeker dat hij nooit klokken heeft gegoten, maar deze liet gieten bij andere klokkengieters. Voor de Zuidertoren in Amsterdam heeft hij waarschijnlijk de oudere klokken van Jacob Waghevens & Adriaan Steylaert, die eerder op de Oudekerkstoren dienst hadden gedaan opnieuw gebruikt en voor de Westertoren werden mogelijk klokken gegoten bij Assuerus Koster de toenmalige stadsklokkengieter van Amsterdam. Van deze Koster zijn nog steeds de uurslag klokken uit 1636 in de Amsterdamse Westertoren aanwezig. De uurwerken die hij volgens de archieven voor deze torens leverde zullen niet van goede kwaliteit zijn geweest, want nog geen dertig jaar later werden ze vervangen door Jurriaan Spraeckel die met de Gebroeders Hemony samenwerkte op veel plaatsen. Er is tot op heden geen enkel oud uurwerk of klok van Leeghwater teruggevonden.

Bibliografie[bewerken]

  • Leeghwater, Jan Adriaensz - het Haarlemmermeerboek, In Amsterdam vanaf 1641 16 maal herdrukt
  • Leeghwater, Jan Adriaensz - De kleyne Cronyke, tot 1865 ook meerdere malen herdrukt
  • Roever, J.G. de - Jan Adriaensz Leeghwater, Amsterdam 1944
  • Lehr, André - Jan Adriaensz. Leeghwater en het klokkenspel. Artikel in "Klok en Klepel" het orgaan van de Nederlandse Klokkenspel Vereniging afl. 6 uit 1965
  • Bijtelaar, Mej. B.M., Bep, De zingende torens van Amsterdam, Amsterdam 1947 blz. 141-146.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Bert Visscher, National Geographic, mei 2014, blz 139]]