Jan Davidsz. de Heem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kring van Adriaen Brouwer. Portret van Jan Davidsz. de Heem. jaren 1630.
Bloemstilleven

Jan Davidsz. de Heem (Utrecht, april 1606Antwerpen, tussen 18 september 1683 en 18 september 1684) was een Nederlands kunstschilder. Hij schilderde uitsluitend stillevens.

Leven[bewerken]

Jan Davidsz. de Heem werd in Utrecht geboren en heeft er het schildersvak waarschijnlijk geleerd bij de bloemstillevenschilder Balthasar van der Ast. Zijn vader stierf in 1612, zijn moeder hertrouwde, en het gezin verhuisde vervolgens naar Leiden. Daar trouwde De Heem; uit het huwelijk zouden drie kinderen voortkomen, waaronder Jan en Cornelis de Heem.

De wens om naar Italië te gaan ging door gebrek aan geld niet in vervulling; in plaats daarvan vestigde De Heem zich tussen 1631 en 1636 in Antwerpen, waar de stillevenschilderkunst bloeide dankzij schilders als Daniël Seghers, Frans Snyders, Adriaen van Utrecht, Osias Beert, Jan van Kessel en Pieter Boel. In 1644, na het overlijden van zijn eerste vrouw, hertrouwde De Heem met de dochter van klavecimbelbouwer Andries Ruckers. Jacob Jordaens was getuige bij dat huwelijk, waaruit nog zes kinderen werden geboren.

In 1667 was De Heem weer in Utrecht, waar hij twee jaar later lid werd van het gilde. Hij werkt er samen met Abraham Mignon en Jacob Marrell. In 1672 vestigde hij zich echter opnieuw in Antwerpen. Twee kinderen van De Heem, Cornelis uit het eerste huwelijk en Johannes uit het tweede, werden eveneens stillevenschilder.

Naast zijn drie zonen, had hij onder meer de volgende leerlingen: Michiel Verstylen, Alexander Coosemans, Thomas de Klerck, Lenaert Rougghe, Theodoor Aenvanck, Andries Benedetti, Elias van den Broeck, Jacob Marrel, Hendrik Schoock en Abraham Mignon.[1]

Werk[bewerken]

Pronkstilleven

Jan Davidsz. de Heem was een zeer succesvol schilder die met de verkoop van zijn schilderijen grote welstand verwierf. Hij was een centrale figuur van de Nederlandse stillevenschilderkunst in de zeventiende eeuw. Zijn werk vormt een soort synthese tussen de Hollandse en Vlaamse tradities, en zowel zijn Hollandse als zijn Vlaamse collega’s zijn door hem beïnvloed.

Hij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het pronkstilleven, dat in de tweede helft van de zeventiende eeuw grote opgang maakte dankzij schilders als Willem Kalf en Abraham van Beyeren. In zulke stillevens vindt men een uitstalling van kostbaarheden, samengebracht in een compositie van een theatraal, monumentaal karakter. Goud, zilver, porselein, glas, schelpen, bloemen en vruchten, textiel en muziekinstrumenten vormen zoal de ingrediënten van deze werken.

Zie ook[bewerken]

Referentie[bewerken]

  1. Jan Davidsz. de Heem op het RKD