Jan Fabre

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Fabre (rechts) in gesprek

Jan Fabre (Antwerpen, 14 december 1958) is een Belgisch multidisciplinair kunstenaar.

Situering[bewerken]

Hij maakte naam als tekenaar, operamaker, theaterregisseur, performancekunstenaar, choreograaf, scenograaf, schilder, beeldhouwer, installatiemaker en filmproducent. In elke specialiteit werkt hij, binnen een grote traditie, grensverleggend en grensoverschrijdend. Zijn artistieke opleiding genoot hij aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten (te Antwerpen) en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (te Gent).

Citaat[bewerken]

«Leo Copers, Jan Fabre en Patrick Van Caeckenbergh creëren een imaginaire wereld. Zij zijn samen met Wim Delvoye de sprookjesschrijvers van de actuele kunst in België, met een haast kinderlijke lichtheid en met de grootste openheid vertellen zij het moeilijke verhaal van deze wereld... Jan Fabre is de man die de wolken meet, hij tast het sublieme af en in confrontatie ermee omschrijft hij de nietigheid.»
Els Roelandt in de catalogus van S.M.A.K. te Gent 1997

Theaterwerk[bewerken]

Theaterregisseur[bewerken]

In de periode tussen 1976 en 1980 schreef Fabre zijn eerste theaterteksten en hield hij zijn eerste performances waarbij het gedisciplineerde lichaam centraal staat. Vanaf 1980 begon hij te regisseren: theater geschreven met een K is een kater (1980).

Daarna bleef hij producties maken met de nadruk op het extatische lichaam.

  • Das Glas im Kopf wird vom Glas (danssecties, 1987)
  • Prometheus Landschaft (1988)
  • Das Interview das stirbt... (1989)
  • Der Palast um vier Uhr morgens..., A.G. (1989)
  • Die Reinkarnation Gottes (1989)
  • Das Glas im Kopf wird vom Glas (1990)
  • The Sound of one hand clapping (1990)
  • Sweet Temptations (1991)
  • Zij was en zij is, zelfs (1991)
  • Wie spreekt mijn gedachte... (1992)
  • Silent Screams, Difficult Dreams (1992)
  • Vervalsing zoals ze is, onvervalst (1992)
  • Da un’altra faccia del tempo (1993)
  • Quando la terra si rimette in movimento (1995)
  • Drie Danssolo’s (1995)
  • Een doodnormale vrouw (1995)
  • Universal Copyrights 1 & 9 (1995)
  • De keizer van het verlies (1996)
  • The very seat of honour (1997)
  • Lichaampje, Lichaampje aan de wand (1997)
  • Glowing Icons (1997)
  • The Pick-wick-man (1997),
  • Ik ben jaloers op elke zee... (1997)
  • The fin comes a little bit earlier this siècle (But business as usual) (1998)
  • Het nut van de nacht (1999)
  • As long as the world needs a warrior’s soul (2000)
  • My movements are alone like streetdogs (2000)
  • Je suis Sang (conte de fées médiéval) (2001)
  • Het zwanenmeer (2002)
  • Parrots & guinea pigs (2002)
  • Je suis sang (2003)
  • Angel of death (2003)
  • Elle était et elle est, même (2004)
  • Etant donnés (2004)
  • Quando L'Uomo principale è una donna (2004)
  • The Crying Body (2004)
  • De koning van het plagiaat (2005)
  • Histoire des larmes (2005)
  • Requiem für eine Metamorphose (augustus 2007 voor de Salzburger Festspiele). Dit muziektheaterstuk met muziek van Serge Verstockt, opgevat als een theatrale dodenmis, wil zich eigenzinnig inschrijven in de muzikale traditie van het Requiem. De tekst belicht personages, wier beroep in nauw verband staat met de dood zoals doodgravers, begrafenisondernemers, balsemers en palliatieve zorgers.[1][2]
  • I am a mistake, november 2007; multidisciplinaire voorstelling met zang, live-muziek, dans, tekst en film brengt een ode aan de vrijheid van de kunstenaar; muziek van Wolfgang Rihm en uitvoering door het Ensemble recherche met Hilde Van Mieghem als tektlezer; daarbij draaide Chantal Akerman een nieuwe film op locatie in Antwerpen
  • Orgy of tolerance (2009)
  • The Servant of Beauty (2010)
  • Another Sleepy Dusty Delta Day (2010)
  • Preparatio Mortis (2010)
  • Prometheus–Landscape II (2011)
  • Drugs kept me alive (2012)
  • (herneming van:) Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was (2012-1982)
  • (herneming van:) De macht der theaterlijke dwaasheden (2012-1984)
  • Tragedy of a Friendship (2013)

Troubleyn/Laboratorium[bewerken]

Eind 1999 nam Jan Fabre met zijn theatergezelschap zijn intrek in het afgebrande Ringtheater (Pastorijstraat 23, 2060 Antwerpen). Zijn theatercompagnie Troubleyn zocht lange tijd naar middelen om dit pand terug leefbaar en levend te maken. In 2007 werden de verbouwingswerken, mede gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap en de stad Antwerpen, afgerond. Architect Jan Dekeyser, tevens lichtontwerper van de compagnie en theatermaker, tekende de plannen. Op 16 maart 2007 opende het Troubleyn/Laboratorium feestelijk de deuren met een buurtconcert, voorstellingen van de productie Angel of Death, een buurtquiz en een inhuldigingsceremonie (24.03.07). De stad blijft eigenaar van dit pand dat voor 33 jaar in erfpacht werd gegeven aan Fabres theatercompagnie en gaat na afloop van dit contract terug naar de gemeenschap.

Hij heeft er kantoren, een decoratelier, een dansstudio en een repetitiezaal met een plateau van 17 meter breed, 12 meter diep, en doet dienst als een artistiek laboratorium.

Bovendien werden er permanente kunstwerken geïntegreerd in de architectuur van onder anderen Marina Abramovic, Wim Delvoye, Romeo Castellucci, Henk Visch, Enrique Marty, Luc Tuymans en Jan Van Imschoot.

Troubleyn/Laboratorium is in de eerste plaats een huis voor creatie en onderzoek. Jonge makers kunnen er vrij van productiedruk experimenteren en creëren. Het pand wordt ook intensief gebruikt door andere gezelschappen uit Vlaanderen en daarbuiten. Daarnaast vinden er workshops plaats van theatermakers en onderzoekers.

Plastisch werk[bewerken]

Ook op gebied van de beeldende kunst is Jan Fabre actief. Als tekenaar staat hij bekend om zijn "Bic-art", tekeningen gewoon met de balpen, omheen alle mogelijke thema's.

In 1984 presenteerde de jonge Fabre in het vroegere Hasseltse Provinciaal Museum in vleugel '58 een tentoonstelling met bic-tekeningen, die later tot zijn huisstijl uitgroeiden. Daarop volgde het 'Tivolikasteel' (1990), Mechelen, 23x18x21m : een paviljoen helemaal beplakt met bebict papier. Hij vindt in deze specifieke kleur blauw een evenbeeld van het zgn. 'uur blauw', het moment tussen nacht en zonsopgang wanneer het nog niet licht is, maar ook niet meer donker. Dit is het uur waarop de wereld ontwaakt. De Bic wordt door Fabre niet alleen gebruikt voor het maken van tekeningen, hij gebruikt haar om allerlei dingen te bekrassen en hen zo in het rijk van het Uur Blauw binnen te loodsen. Fabre probeert om met dergelijke grote tekeningen de tekening te verzelfstandigen. De tekening wordt een sculptuur en omgekeerd. De tekening wordt een object waar men rond kan wandelen. Door het formaat wordt de tekening ook een ruimte die de toeschouwer volledig in een blauwe diepte trekt.

Er zijn de beelden in brons: "De man die de wolken meet", 1998, als installatie op het dak van het S.M.A.K. te Gent en De Singel te Antwerpen. Voor Beaufort 2006 plaatste hij De astronaut die de zee dirigeert met een beeltenis van Dirk Frimout bovenop het dak van het Kursaal te Oostende. De Belgische astronaut-wetenschapper gaat vanaf daar een dialoog aan met de zee. Maar vooral "Searching for Utopia": een vele keren uitvergrote schildpad met een naar de zee kijkend zelfportret-ruiter bovenop het schild. Het verwijst naar Utopia van Thomas More. Het indrukwekkende bronzen beeld is 7 meter lang, 3 meter hoog en weegt 5,5 ton. Het werk is permanent aanwezig op de dijk aan het strand van Nieuwpoort nu de stad dit werk heeft aangekocht na de installatie ervan in het kader van de kunsttriënnale "Beaufort 2003".

In 2000 beplakt hij de zuilen van de Gentse Universiteitsaula met echte ham. Dit werk heet "Benen van de rede ontveld", ham op zuilen, Universiteitsaula te Gent, 2000. Dit werk roept veel controverse op. Citaten uit de pers: "Daar honderden kilo's vlees tegenaan gooien, terwijl er mensen zijn die nog geen 100 gram kunnen kopen". Tegenstanders rukken er stukken vlees af. Er ontstaan relletjes, de politie moet tussenkomen.
Vanaf de negentiger jaren begint hij met schilden van kevers te verwerken in zijn installaties. Zijn meest recente realisaties wekten algemeen ophef.

In opdracht van Koningin Paola van België installeert hij in 2002 "Heaven of Delight" in het Koninklijk Paleis van Brussel, een verwijzing naar "De Tuin der Lusten" van Hieronymus Bosch of "Garden of (earthly) delights" (Museo del Prado, Madrid). De creatie bestaat erin, dat men het plafond van de grote spiegelzaal en een grote luchter volledig belegd heeft met anderhalf miljoen groen-blauw glinsterende schilden van Thailands-exotische juweelkevers of de scarabee (sternocera acquisignata) waarbij de schitterende iriserende kleuren het gevolg zijn van de structuur der schilden. Assistenten vulden de schilden met zwarte silicone en kleefden ze geordend tegen het plafond. Door de aftekening van de letter P verwijst hij naar de opdrachtgeefster, koningin Paola. Het plafondwerk van Fabre is niet uit het niets ontstaan maar gaat terug op de fresco's uit de renaissance en de barok met de bekende fresco's van Michelangelo Buonarroti in de Sixtijnse Kapel (1508-12) te Rome in opdracht van Paus Julius II.

In 2004 realiseert hij "De Totem" op het Ladeuzeplein te Leuven in opdracht van de Katholieke Universiteit Leuven naar aanleiding van haar 575e verjaardag. Het werk bestaat uit een 23 m hoge roestvrije stalen priem die een reusachtige kever doorboort.

In de zomer van 2006 was er een tentoonstelling van recente sculpturen, installaties en films van Fabre in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Fabre inspireerde zich op de bestaande verzameling oude kunst, die hem reeds van bij het begin van zijn artistieke praktijk heeft beïnvloed. In de twintig monumentale tentoonstellingszalen confronteerde Fabre zijn kunst met het werk van o.a. Rogier van der Weyden, Lucas Cranach de Oude, Peter Paul Rubens en Henri De Braekeleer. Aldus ontstond er een parcours van tekeningen, hommages, dialogen, transformaties die blijven boeien. Een indrukwekkende installatie heette "Boodschappers van de dood onthoofd", 2006. Het bestond uit zeven oogstrelende, listig kijkende uilenkoppen op een kraakwitte, lange koorbank in relatie tot de "Val van de opstandige engelen",1554 van Frans Floris. Een beklijvende installatie heette "Bloedneusfiguur", 2006. Verder een installatie met een vergulde spijkerman "Sarcofagus conditus", liggende aan de voeten van aartsengel Michaël, drakendoder en heer der engelenscharen afgebeeld op een 15de-eeuws retabel van een anonieme Catalaanse meester (1426-1450).

Op de biënnale van Venetië 2007 toont de kunstenaar een installatie "Ik spuw op mijn eigen graf". Fabre wendt een bewegende replica van zichzelf aan die boven een slagveld van zerken om de paar minuten een spuugwolk produceert. Alzo staat er een zelfbewuste kunstenaar die met levende kunst de dood tracht te overstijgen. Nochtans is het morbide karakter ervan bedrieglijk, de zelfspot duidelijk. De tentoonstelling genoemd "Antropology of a Planet" loopt in het Palazzo Benzon.[3]

In het voorjaar 2008 maakte de kunstenaar in het Parijse Louvre een dertigtal grote installatie die een confrontatie aangaan met werken van Vlaamse, Hollandse en Duitse meesters in de vijftien zalen van de Richelieuvleugel. Alzo ontstaat er via Fabres ingrepen een symbiose tussen zijn werkwijze en die van de klassieke meesters omdat het vaak over dezelfde thema's als godsdienst, het leven, de dood, het lichaam en het offer gaat. De achterliggende gedachte van de tentoonstelling wordt aangereikt door de titel L'Ange de la métamorphose waarbij de kunstenaar staat voor de engel van alle metamorfoses. Fabres werk blaast de oude werken nieuw leven in, poetst ze op en voorziet ze van zuurstof. Daarbij zijn de bekende thema’s uit zijn podium- en beeldende werk zoals “Le martyr de l’art”, “La mort et la ressuscité”, “Le guerrier de la beauté”, “Vanités”, “Reliquaires” en “Le rôle de l’artiste” plastisch vertaald in vaak spectaculaire werken. Vanaf 11 april 2008 breekt in het eerbiedwaardige Louvre de Fabre-manie los.[4]

Begin juli 2008 werd bekend dat het Louvre, blij met de ontstane dynamiek die Fabres ingrepen in de collectie teweegbrachten, bij hoge uitzondering zinnens is een tentoongesteld werk te verwerven als een blijvende herinnering aan deze tentoonstelling. In dezelfde periode kocht de Australische zakenman David Walsh de aldaar tentoongestelde installatie genoemd Zelfportret als grootste worm van de wereld aan voor zijn in 2009 geplande Museum of Old and New Art in Hobart, Tasmanië, Australië. Het aangekochte werk is opgebouwd uit een aantal grafzerken met vermelding van insectennamen. Daarboven kronkelt een replica van een sprekende meterslange worm met het hoofd van de kunstenaar.

Op 19 september 2008 ontpopte de kunstenaar zichzelf zoals Marc Sleens Adhemar tot een dagbladverschijnsel toen hij de kans kreeg om voor één dag de lay-out en deels de inhoud van de krant De Standaard vorm te geven. Daarbij voorzag hij de krant met zijn eigen doodsbericht.

In maart 2010 exposeert Fabre in de vroegere Parijse Galerie Alexandre Leadouze, de nieuwe vestiging van de Belgische kunsthandelaar uit Sint-Martens-Latem, Guy Pieters. Fabre maakte daarvoor 18 verschillende gebeeldhouwde koppen van zichzelf. Zij worden als "18 Hoofdstukken" voorgesteld. Achttien verschillende auteurs vertellen in de catalogus een verhaal bij elk werk.[5]

In de zomer van 2010 zijn de opnames van een performance, opgenomen in het Louvre in 2008, rond de Franse gangster-vermommer Jacques Mesrine, te zien in het Antwerpse Muhka met als titel Art kept me out of jail. Het is een verwijzing naar Fabres eigen verleden. De kunstenaar verklaarde meermaals dat hij dankzij de kunst niet in het misdaadcircuit terechtkwam. Van 10 april 2011 tot 4 september 2011 is een omvangrijke tentoonstelling van en over Fabre te zien in het Kröller-Müller Museum op de Veluwe, getiteld Hortus/Corpus.[6]

Op 25 oktober 2012 ontstond er opnieuw een controverse rond Jan Fabre. Katten werden op de trappen van het Antwerpse stadhuis omhoog gegooid. De katten vielen van enkele meters, doordat zij niet werden opgevangen, hard met hun rug op de traptreden. Dit alles in het kader van een filmproject van Jan Fabre "De schoonheid van de krijger". [7] [8] Jan Fabre bood zijn verontschuldigingen aan en gaf aan dat het niet de bedoeling was dat de katten de grond zouden raken. Op 28 oktober kreeg Fabre naar eigen zeggen te maken met fysiek geweld.[9]

Op 5 april 2013 kwam Fabre opnieuw in opspraak. In november 2012 zou de kunstenaar op een tentoonstelling in Eupen vogelspinnen door een veld met scheermesjes hebben laten lopen. Na commentaar op het kunstwerk zou hij de mesjes hebben ingesmeerd met nagellak om ze minder scherp te maken. Voorzitter Michel Vandenbosch van GAIA haalde de organisatie uiteindelijk na lang aandringen over om het kunstwerk te verwijderen.

Onderscheidingen[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Stefan Hertmans, Engel van de metamorfose: over het werk van Jan Fabre, 2002, Amsterdam, uitg. Meulenhof, 123 blz.
  • Maes, Frank en Demets, Paul. De wereld van Jan Fabre, 2002, Gent/Amsterdam, uitg. Ludion, 47 blz. ill.
  • Dekeyzer, Brigitte. Over het werk van de Belgische kunstenaar Jan Fabre, KU Leuven Permanente Vorming, Vliebergh Senciecentrum te Leuven, maart 2005 met uitgebreide documentatie en cd-rom met vele afbeeldingen.
  • Di Pietrantonio, Giacinto. Jan Fabre / Homo Faber. Tekeningen, performances, fotowerken, films, sculpturen & installaties., 2006, s.l., Mercatorfonds, 398 blz. ill. (overzichtswerk van de beeldend kunstenaar)
  • Daniëlle De Regt, Uit de stal van Fabre, in De Standaard, 16 november 2006.
  • Jan Haerynck, Rembrandt met de duivenstront, in Cultureel Supplement van NRC, 21 maart 2008.
  • Jan Van Hove, Hier is Rubens uit de bocht gegaan, in de De Standaard, 29 maart 2008.
  • Marie-Laure Bernadac, Paul Huvenne, Christos Joachimides, Eckhard Schneider, Jan Fabre au Louvre. L'ange de la métamorphose, 2008, Musée du Louvre Editions/Gallimard, ISBN 9782070121540, Code Sodis A12154

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties