Jan Frans Willems

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Frans Willems

Joannes Franciscus (Jan Frans) Willems (Boechout, 11 maart 1793 - Gent, 24 juni 1846) was een Vlaams schrijver en prominent lid van de Vlaamse Beweging in de 19de eeuw.

Biografie[bewerken]

In zijn jeugd kwam hij in contact met de familie Bergmann (ouders van Anton Bergmann, schrijver en advocaat te Lier). Via deze welgestelde familie werd hij ingewijd in de vakken Latijn, zang, orgelspel en dictie. Als liberaal bracht Bergmann hem romantische idealen als vrijheidsliefde, liefde voor de (geschiedenis van de) eigen moedertaal en een liberale levensbeschouwing bij.
Jan Frans Willems begon in 1809 als notarisklerk te Antwerpen; in die periode begon hij met het uitgeven van pamfletten en historische geschriften. Van 1815 tot 1821 werkte hij dan ook als adjunct-archivaris in het Antwerps stadsarchief.[1] In 1818 huwde hij Isabelle Marie Borrekens, een weduwe met twee kinderen. Het huwelijk werd gezegend met nog tien kinderen. In 1819 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.
In 1821 werd hij bevorderd tot Ontvanger der Registratie voor Antwerpen. In 1826 werd hij aanvaard als lid van de Commissie tot uitgave van de oude vaderlandse kronijken en in 1827 van de Commissie voor de Rerum belgicarum scriptores. Dankzij de actieve politiek ter bevordering van het Nederlands in Vlaanderen onder het toenmalige bestuur van koning Willem der Nederlanden kon Jan Frans Willems carrière maken.

In 1830 kreeg hij een eredoctoraat in de wijsbegeerte en letteren van de Rijksuniversiteit Leuven. Als Zuid-Nederlander had hij de moed zich zelfstandig op te stellen qua taal, letterkunde en geschiedenis. In het nieuwe België werd hij (waarschijnlijk vanwege zijn orangistische sympathie) overgeplaatst naar Eeklo. In 1835 werd hij echter in eer hersteld en kreeg hij de benoeming tot Ontvanger der Registratie terug, ditmaal te Gent. Hoewel Willems zich na 1830 neerlegde bij de situatie, had hij toch liever gezien dat Vlaanderen en Nederland een eenheid bleven. Hij bleef wel werken aan de culturele eenheid met Nederland. Zo gaf hij de doorslag in de zogenaamde spellingoorlog, waardoor de taaleenheid van Vlaanderen en Nederland een feit werd, zoals bevestigd op het Grote Taalcongres van 1841. De nieuwe spelling, die in 1844 van kracht werd, draagt zijn naam: 'Willems-spelling'.
In 1835 werd hij lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen. Als enig Nederlandstalig lid probeerde hij de Vlaamse literatuur en poëzie een plaats te geven, tegen de heersende verfransingspolitiek van de Belgische regering. Willems slaagde erin de toenmalige bescheiden Vlaamse initiatieven te coördineren en bepaalt zo in niet geringe mate de evolutie van de Vlaamse Beweging in het jonge België.

Op 24 juni 1846, tijdens de Gentse Feesten wilde de Rederijkerskamer De Fonteine (waarvan Willems ere-voorzitter was) in de Stadsschouwburg een benefietvoorstelling geven ten voordele de armen van de stad. Toen hij op de dag zelf vernam dat de zaal was toegezegd aan een Duits gezelschap, ging hij woedend naar het stadhuis, werd daar door een beroerte getroffen en stierf nog diezelfde avond in zijn woning op de Zandberg. In de gevel van die woning is een gedenkplaat ingemetseld.

Hij werd begraven op de bekende begraafplaats Campo Santo in Sint-Amandsberg.

Enkele werken[bewerken]

Jan Frans Willems debuteerde in 1807 met Hekeldicht op den maire en municipaliteyt van Bouchout. In 1812 wordt zijn "Hymne aan het vaderland over den veldslag van Friedland en de daaropvolgende Vrede van Tilsit" bekroond. Met zijn gedicht Aen de Belgen - Aux Belges van 1818 breekt hij door in Zuid-Nederlandse literaire kringen.

Literaire en historische verhalen uit de Middeleeuwen werden door hem vertaald naar het Nederlands uit zijn eigen tijd. In 1834 vertaalde hij als eerste Van den vos Reynaerde.

In 1844 publiceerde J.F. Willems Oude Vlaemsche Liederen. Het tweede deel van deze liedverzameling, Oude Vlaemsche Liederen ten deele met de melodieën, werd in 1848 postuum uitgegeven door zijn vriend F.A. Snellaert.

In 1848 publiceerde Jan Frans Willems het boek "Oude Vlaemsche Liederen", waarbij diverse volksliedjes voor het eerst in druk verschenen. Een aantal van deze liedjes kennen we nu nog steeds, zij het in de vorm van kinderliedjes: Klein, klein kleutertje, Het reuzenlied ("Kere weer om, reusken, reusken"), Zeg kwezelken wilde gij dansen?, Het loze vissertje en Wel Anne Marieken, waar gaat gij naar toe?. Liedjes als "Het heerken van Maldeghem", "'t Smidje" en "Roza, willen we dansen?" stonden ook in deze bundel en zouden later gecoverd worden door respectievelijk Kadril, Laïs en Rum.

Hij was ook bekend van toneelstukken zoals; "Den Rijken Antwerpenaer", "Quinten Matsijs".

Willemsfonds[bewerken]

Een aantal vrijzinnig-liberale Vlaamsgezinden richtten in 1851 in Gent het naar hem genoemde Willemsfonds op. Samen met het (socialistische) Vermeylenfonds en het (katholieke) Davidsfonds, speelde het een belangrijke rol in de Vlaamse Beweging.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. F. PRIMS en F. VERBEECK, Het Antwerpsche stadsarchief, Antwerpen, 1941, 20.