Jan Hendrik Weissenbruch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Hendrik Weissenbruch (Jozef Israëls, 1882)

Hendrik Johannes (Jan Hendrik) Weissenbruch (Den Haag, 30 november 1824 – aldaar, 14 maart 1903) was een Nederlandse kunstschilder. Hij wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste schilders uit de Haagse School.

Naast schilder was hij ook etser, lithograaf en aquarellist.

Leven en werk[bewerken]

Het tekenen werd Weissenbruch tussen 1840 en 1843 bijgebracht door J.J. Löw. Van 1843 tot 1850 liep hij op de Haagsche academie waar Bart van Hove zijn leraar was. Onterecht wordt vaak gedacht dat Jan Hendrik Weissenbruch ook een leerling was van Schelfhout. Dit is echter niet het geval. Op aanraden van zijn vriend en schilder Johannes Bosboom is hij niet in de leer gegaan bij Schelfhout. Bosboom vond dat J.H. Weissenbruch 'uit zijn eigen lens moest zien', bovendien vond Schelfhout dat er verf werd gemorst met schilderen naar de natuur.[1] Nog voordat Weissenbruch zijn academische opleiding afrondde was hij samen met zijn neef Jan Weissenbruch en Willem Roelofs in 1847 al betrokken bij de oprichting van het artistieke genootschap Pulchri Studio. Van 1857 tot 1861 was hij er zelfs Commissaris van de tekenzaal.

De familie Weissenbruch woonde in de Kazernestraat achter het Lange Voorhout. Kort na zijn overlijden werd het huis afgebroken, maar hij liet een aantal aan het huis en de omgeving herinnerende stemmingstaferelen na: de keuken met het Vermeer-doorkijkje, het kleine bleekveld achter het huis met de achtergevels van het Voorhout, de zolder als atelier voor zijn zoon Willem. (Zijn zoon Willem Johannes Weissenbruch leerde van hem het schildersvak.)

Hoewel er vaak opmerkelijke gelijkenissen zijn met het werk van Andreas Schelfhout zoekt Weissenbruch opvallend het licht op in panoramisch-weidse landschappen, waarbij grijs-zware wolkenluchten meermaals bij uiterst lage horizonten driekwart van zijn doeken vullen.

Even bezig als tekenaar en aquarellist trad hij in 1866 toe tot de Société Belge des Aquarellistes te Brussel. Ook daar was zijn vriend Willem Roelofs in 1855 medeoprichter geweest. In 1876 zag de Nederlandse versie van deze vereniging het leven, met Anton Mauve, Jacob Maris en Hendrik Willem Mesdag bij de oprichting. J.H.Weissenbruch werd een van de eerst-voorgedragen leden.

Critici menen dat de meester slechts in de laatste 20 jaar van zijn leven zijn talenten totaal ontplooide. Zijn faam, samen met die van de Haagse School, was echter al tot in Canada doorgedrongen, waar de Art Association van Montreal vanaf 1876 in hun Loan Exhibitions het werk van de Hagenaars apprecieerde. In 1897 werden in Montreal nog 13 werken van Weissenbruch geëxposeerd. De Canadees Edward B. Greenshields liet in 1904 The subjective view of landscape painting, with special reference to J.H. Weissenbruch from works of him in Canada verschijnen, gevolgd door de publicatie van het opmerkelijke Landscape painting and modern Dutch artists, te New York in 1906.

In 1900 reisde Weissenbruch naar het bekende Franse Barbizon. Hoewel de roep van Barbizon (de onverschoonde democraten) al 50 jaar voorbij was, wilde hij nog kennismaken met de sfeer waarin de grote voorgangers van de Haagse School hadden gewerkt. Hij schilderde nog de Grande Rue met het woonhuis van Jean-François Millet en een opmerkelijk boszicht Gorges d'Apremont waar Théodore Rousseau en Narcisse Díaz zich vaak ophielden.

Van Gogh noemde J.H. Weissenbruch le joyeux Weiss.

Galerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. J.H. Rössing 'Eigen haard' Haarlem 4 april 1903 nr. 14 p.216-222