Jan Holland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jan Holland (1352 - januari 1400) was een zoon van Thomas Holland en Johanna van Kent. Hij was via zijn moeder een halfbroer van Richard II van Engeland. Zijn halfbroer maakte hem in 1381 tot ridder in de orde van de kousenband, in 1388 tot graaf van Huntingdon, in 1389 tot kamerheer en grootadmiraal en in 1397 tot hertog van Exeter. Holland steunde de zg. tirannie van Richard II, waarbij de oppositieleden Lord Appelants, Richard FitzAlan, 11e graaf van Arundel en Thomas van Woodstock terechtgesteld werden en onder twijfelachtige omstandigheden in gevangenschap stierven. Door zijn heftige temperament lokte hij verschillende malen een schandaal uit, zoals in 1385 toen hij de dood van een van de mannen uit zijn gevolg wreekte. Hij mishandelde de zoon van FitzAlan, Thomas. Toen Richard II in 1399 door zijn neef Hendrik IV verdreven werd, namen Jan en zijn neef Thomas deel aan een samenzwering tegen de nieuwe koning Bolingbroke. De samenzwering mislukte en Holland werd op zijn vlucht gevangengenomen en gedood. Jan Holland was in 1386 gehuwd met Elizabeth Plantagenet, een zuster van Hendrik IV. Zij hadden de volgende kinderen:

  • Richard († 1400)
  • Constance (1387 - 1437), gehuwd met Thomas Mowbray, 4de graaf van Norfolk, en John Grey,
  • Alice (1392 – 1406), gehuwd met Richard de Vere, 11e graaf van Oxford
  • Jan (1395 - 1447), 2de hertog van Exeter
  • Edward (1399 – 1413).

Jan Hollands zoon, Jan, kreeg van Hendrik V de titel en de bezittingen van zijn vader terug en diende de koning als legeraanvoerder in Frankrijk.