Jan III van Egmont

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan III van Egmont
Master of Alkmaar portraits Egmond Werdenburg.jpg
Heer en graaf van Egmont
Periode 1483-1516
Voorganger Willem IV
Opvolger Jan IV
Heer van Purmerland en Ilpendam
Periode 1483-1516
Voorganger Vijt Heer van Volckesteijn
Opvolger Jan IV
Stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland
Periode 1483-1515
Voorganger Joost van Lalaing
Opvolger Hendrik III van Nassau-Breda
Vader Willem IV van Egmont
Moeder Walburga van Meurs
Dynastie Egmont

Jan III van Egmont, (Hattem, 3 april 1438Egmond, 21 augustus 1516), bijgenaamd Manke Jan, was heer van Baer, Lathum, Hoogwoude en Aarstwoude en heer van Purmerend, Purmerland en Ilpendam. Hij was ook stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland.

Leven[bewerken]

Jan was de oudste zoon van Willem IV van Egmont en Walburga van Meurs. Zijn vader was de jongere broer en voornaamste raadgever van Arnold van Egmont, hertog van Gelre.

Net als zijn vader steunde Jan van Egmont de Bourgondisch-Habsburgse vorsten in de strijd om het hertogdom Gelre. Toen de Bourgondische hertog Karel de Stoute in 1473 de macht in Gelre verwierf, stelde hij Jan aan als baljuw van Zutphen. In 1474 werd hij tevens tot baljuw van West-Friesland benoemd. Eind juni 1474 werd hij bovendien gouverneur van Arnhem.

Omwille van zijn leiderschap van de Kabeljauwse factie (zie Hoeken en Kabeljauwen) werd Jan op 5 augustus 1483 door Maximiliaan I van Oostenrijk aangesteld als stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland, een functie die hij bleef vervullen tot 19 november 1515, de datum waarop hij ontslag nam.

De goede verstandhouding met het Habsburgse huis bleek ook uit het huwelijk dat Jan in 1484 aanging met Magdalena van Werdenburg, een nicht van Maximiliaan van Oostenrijk.

Hij werd in 1491 gekozen als ridder in de Orde van het Gulden Vlies.

In 1491 werd Jan geconfronteerd met een boerenopstand in West-Friesland. De opstandelingen hadden het voorzien op de hoge belastingen, die zij door de economische crisis niet meer konden opbrengen. Het lukte de stadhouder niet het oproer met vage beloftes te bezweren. De burgers van Alkmaar voegden zich in 1492 bij de boeren en samen veroverden ze Haarlem.

Jan van Egmont riep de Hertog van Saksen te hulp. Deze stuurde een leger onder Witwolt von Schaumburg, dat de Westfriezen in Heemskerk in de pan hakte. Deze episode wordt de opstand van het Kaas- en broodvolk genoemd.

Enkele portretten van Jan van Egmont worden bewaard in het Rijksmuseum Amsterdam en het Centraal Museum te Utrecht. Een diptiek, geschilderd door de Meester van Alkmaar, waarop Jan samen met zijn echtgenote staat afgebeeld, wordt bewaard in het Metropolitan Museum of Art te New York.

Jan van Egmont was de vader van bisschop George van Egmont van Utrecht.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Familiewapen

Het is mogelijk dat Jan een verhouding had met een zekere Josina van Waervershoef met wie hij een zoon had genaamd Allert (of Albert) Groot[1] maar hier is geen betrouwbare bron over te vinden. Jan trouwde in 1484 met Magdalena van Werdenburg. Uit dit huwelijk zouden tien kinderen voortspruiten, onder wie :

Bronnen, noten en/of referenties
  • Gent, M. van, ‘Jan van Egmond: een Hollands succesverhaal’, Handelingen van de Koninklijke kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen 95 (1991) 259-269.
  • Gent, M.J. van, ‘Pertijelike saken’. Hoeken en Kabeljauwen in het Bourgondisch-Oostenrijkse tijdperk (Den Haag 1994).
  • Braake, S. ter Met recht en rekenschap. De ambtenaren van het Hof van Holland en de Haagse Rekenkamer in de Habsburgse tijd, 1483-1558 (Hilversum 2007).
  1. Genealogie der Heren en Graven van Egmond, Dr A.W.E. Dek