Jan I van Lüben

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jan I van Lüben (1425 - na 21 november 1453) was een Silezisch hertog uit het geslacht der Piasten. Hij was een zoon van Lodewijk III van Oława en Margaretha van Opole.

Na de dood van hun vader in 1441 erfden Jan I en zijn jongere broer Hendrik X de hertogdommen Lubin en Chojnów en bestuurden het gezamenlijk. Hun moeder Margareta kreeg het hertogdom Oława als weduwland (Oprawa wdowia). Omwille van geldgebrek dienden Jan I en Hendrik X in 1446 Lubin in leen te geven aan hertog Hendrik IX van Głogów.

Met de dood van Elisabeth van Hohenzollern, de hertogin-weduwe van Brzeg-Legnica in 1449, kwam de toekomst van het hertogdom Legnica ter discussie. Jan I en Hendrik X waren de wettige erfgenamen van het gebied, als kleinzoons van Hendrik IX van Lubin, een oudere broer van Lodewijk II, Elisabeths overleden echtgenoot, die Legnica en Brzeg als oprawa wdowia in 1436 aan haar had overgemaakt. Jan I had echter een andere aanspraak op Legnica door zijn huwelijk met Hedwig, de jongste dochter van Lodewijk II en Elisabeth. De broers zouden echter het hertogdom nooit in bezit nemen, want kort na het overlijden van Elisabeth, kwam de plaatselijke adel in opstand tegen de piasten en zocht steun bij keizer Sigismund, die Legnica onder het rechtstreeks gezag van het koninkrijk Bohemen plaatste. Het volgend jaar (1450) moesten zij wegens geldgebrek Brieg afstaan aan hun oom Nicolaas I van Opole.

In 1452 stierf Hendrik X zonder nageslacht, waardoor Jan I de enige vorst van Chojnów werd, maar hij stierf zelf 18 maanden later.

Jan I was in 1445 gehuwd met Hedwig (1433 - 21 oktober 1471), jongste dochter van hertog Lodewijk II van Liegnitz. Zij hadden één zoon:

  1. Frederik I (Brieg, 3 mei 1446 - Legnica, 9 mei 1488).