Jan Pieter Heije

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jan Pieter Heije (Amsterdam, 1 maart 1809 — aldaar, 24 februari 1876) was een Nederlandse arts, die vooral bekend is geworden om zijn inzet voor dichtkunst en muziek. Liederen van zijn hand zoals "Er zaten zeven kikkertjes" en het Sinterklaaslied "Zie de maan schijnt door de bomen" leven tot op de dag van vandaag voort.

Leven[bewerken]

Hij studeerde geneeskunde in zijn geboorteplaats Amsterdam. In 1832 promoveerde hij en vestigde zich als arts in Amsterdam. Hij trouwde op 14 november 1850 met Maria Margaretha van Voorst.

Heije had zitting in vele landelijke besturen en kon zich in die sleutelposities inzetten voor de culturele verheffing van Nederland. Van 1842 tot zijn dood in 1876 was hij lid van het hoofdbestuur van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst. Het was vooral zijn verdienste dat de Collectio operum musicorum Batavorum saeculorum (een grote verzameling oude vocale muziek) in 1844 - 1859 door de Maatschappij werd gepubliceerd. Hij was ook hoofdbestuurslid van zowel de Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst als de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. In 1864 richtte hij de Koraalvereniging op, die al na een paar maanden veranderd werd in een algemene koorvereniging. In 1868 richtte hij de Vereniging voor Nederlandsche Muziekgeschiedenis op.

Heije als tekstdichter[bewerken]

Hij heeft zelf ook bijgedragen aan vele liederen. Hij trachtte daarbij een brede laag van het volk te bereiken. Zo schreef hij de teksten voor vele kinderliederen, waarvan een aantal ook nu nog bekend is. Voorbeelden hiervan zijn Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot, In het groene dal, in het stille dal, Zie de maan schijnt door de bomen, Een karretje op den zandweg reed en De Zilvervloot (over Piet Hein), die ook door de aansprekende muziek van de arts-musicus J.J. Viotta populair zijn gebleven tot op de dag van vandaag. Ook de vooraanstaande componist Johannes Verhulst heeft - met meer artistieke ambitie dan Viotta - veel gedichten van Heije getoonzet, waarbij zijn technisch veeleisende melodieën in spanning komen te staan met de eenvoudige teksten van Heije. Bij de toonzettingen van Viotta vormt de eenvoudige melodie meer een eenheid met de tekst.

Ook schreef hij veel teksten voor geestelijke liederen. Vooral heeft hij veel koralen op zijn naam staan. Koralen beschouwde hij als liederen van maximaal vier coupletten waarin één enkele hoofdgedachte of gemoedstoestand voorkomt. In het Liedboek voor de kerken staat nu nog maar één lied van zijn hand: Gezang 464 "Alle volken, looft de Here". Hij trachtte met zijn liederen een brug te slaan tussen protestantse, Rooms-katholieke en joodse kerkmuziek.

Locaties die herinneren aan Heije[bewerken]

Zijn graf bevindt zich in het dorpje Abbenes, waar hij regelmatig bij vrienden verbleef. Het grafmonument werd gemaakt door Willem Molkenboer. In het dorp staat een boerderij met de naam Heye's Vlaggenlied. Abbenes en Amsterdam (stadsdeel Oud West) kennen een Jan Pieter Heijestraat, maar ook in vele andere Nederlandse plaatsen zijn straten naar J.P. Heije vernoemd.

Spreuk[bewerken]

Of uren

duren
Eeuwigheden,

Dat ligt~'em aan..... 't besteden.[1]

Werken[bewerken]

  • De morbis qui mentales dicuntur (medisch proefschrift, 1832)
  • Kinderen. Een dichterlijke krans (1853)
  • Al de kinderliederen (1861)
  • Al de volksdichten (1865)
  • Uw Koninkrijk kome (1873)
  • Innigst leven eens dichters (autobiografie, 1874)

Doorwerking in de twintigste eeuw[bewerken]

Een groot aantal liedteksten van zijn hand werd opgenomen in de populaire liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee. Het gaat om onder meer de volgende liederen:

  • De kabels los, de zeilen op (muziek: J.J. Viotta)
  • Een karretje op een zandweg reed (muziek: J.J. Viotta)
  • Een lied, een lied, uw leven lang! (muziek: J.J. Viotta)
  • Een man, een Man - een woord, een Woord! (muziek: Richard Hol)
  • Een scheepje in de haven landt (muziek: J.J. Viotta)
  • Ferme jongens, stoere knapen (muziek: J.J. Viotta)
  • Gij leeuw'rik en gij nachtegaal (muziek: W.F.G. Nicolaï)
  • Goê morgen! Goê morgen! Goê morgen! Goê morgen! De dag ontsluit zijn gouden poort (muziek: J. Worp)
  • Heb je van de Zilveren vloot wel gehoord (muziek: J.J. Viotta)
  • Honger is de beste saus (muziek: Joh. J.H. Verhulst)
  • Ik zing er al van een Ruiter koen, maar niet van een ruiter te paard (muziek: J.J. Viotta)
  • In het groene loover zit een vogelijn (muziek: Fr. Coenen)
  • In 't groene dal, in 't stille dal, waar kleine bloempjes groeien (muziek: Jos. Beltjens)
  • Klein vogelijn op groenen tak wat zingt g' een lustig lied (muziek: W. Smits)
  • Komt, knapen en meisjes, verheft nu in koor (muziek: W. Smits)
  • Met duizend sterrenoogen trekt ons de hemel aan (muziek: Jos. Beltjens)
  • O schitt'rende kleuren van Nederlands vlag, wat wappert gij fier langs den vloed (muziek: W. Smits)
  • Recht-op van lijf, recht-op van ziel (muziek: J.J. Viotta)
  • Van mannen in oorlog, van mannen in vreê (muziek: J.J. Viotta)
  • Viooltje zacht van kleuren! Gij siert mijn kleinen hof (muziek: H.J. Stomp)
  • Wakk're jongens, Hollands trots! (muziek: W.H. de Groot Wz.)
  • Wie rusten wil in 't groene woud (muziek: J. Worp)
  • Zie, de maan schijnt door de boomen (muziek: J.J. Viotta)
  • Zonneschijntje, morgenlicht! Als gij tintelt op de ramen (muziek: J.J. Viotta)

Externe link[bewerken]

Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Jan Pieter Heije op de Nederlandstalige Wikisource.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. 100 spreuken van Heije op www.dbnl.nl
  • Marcel Venderbosch, "Jan Pieter Heije, een inspirerend dichter van kunst- en volksliederen". In: Louis Grijp (red.), Een muziekgeschiedenis der Nederlanden (Amsterdam University Press, 2002).
  • Eduard Reeser: Een eeuw Nederlandse muziek 1815 - 1915 (1950). 2e herziene druk, Querido, Amsterdam (1986). ISBN 90 214 7925 7
  • G.W. Huygens: J.P. Heije 1809-1876. In: t Is vol van schatten hier... (1986)
  • Jan Stroop: Heijes uitvaart en daarna. In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 19 (2001)