Jan Cornelis Snoeck[1] (Rotterdam, 5 maart 1927) is een Nederlandse beeldhouwer.
Snoeck volgde een opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar hij in 1949 afstudeerde. In 1953 werkte hij gedurende een jaar in het atelier van Ossip Zadkine in Parijs.
Aanvankelijk werkte Jan Snoeck met de materialen steen, hout en brons. Later werkte hij vooral in keramiek. Hij gebruikt vrolijke, primaire kleuren en zijn onderwerp zijn meestal mensen. Onder andere maakte hij de bedden voor het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag. Het meestal monumentale werk van Snoeck is zowel in Nederland als in het buitenland te vinden.
Werk van Snoeck bevindt zich in de collecties van het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Gemeentemuseum Den Haag, het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, het Frans Hals Museum in Haarlem en museum het Princessehof in Leeuwarden.
Op 2 juni 2007 ontving Jan Snoeck de Aart van den IJssel-prijs van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Deze prijs wordt eens per drie jaar toegekend aan een professionele beeldend kunstenaar als blijk van bijzondere waardering voor zijn of haar totale oeuvre. De kunstprijs bestaat uit een geldbedrag van € 5.000,- en een glazen kleinplastiek, vervaardigd door de Voorburgse kunstenaar Ming.
Museum Beelden aan Zee in Scheveningen hield in 2007 een retrospectief van het werk van Jan Snoeck ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. De versierselen werden hem opgespeld tijdens de opening van de tentoostelling 'De goddelijke aardwormen van Jan Snoeck'.
|
|
|
zonder titel, Uithof in Utrecht
|
|
|
|
Penelope, Engelenbergplantsoen in Kampen
|
|
|
|
Keramische figuur nabij winkelcentrum Stadspoort in Ede
|
|
|
|
Zuil (1994) bij politiebureau, Prinses Beatrixlaan, Tiel
|
|
|
|
Keramische stoel (1981), Het Kanaal in Assen
|
|
|
|
Het mannetje (2001), Hoek van Holland
|
|