Jan Willem Racer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jan Willem Racer (Delden, juni 1736 - Oldenzaal, 2 oktober 1816) was een Twents rechtsgeleerde.

Jan Willem Racer werd op 1 juli 1736 te Delden gedoopt als zoon van de predikant Georg Frederik Racer en Aleida van den Berg. In 1760 trouwde hij met Anna Jacoba Willemina Werndlij (Coevorden, 1735 - Oldenzaal, 18 januari 1810) uit Coevorden.

Racer ging naar school in Oldenzaal en studeerde te Lingen en promoveerde in 1758 te Groningen.

In 1758 wordt hij toegelaten als advocaat in Overijssel, in 1761 als adviserend advocaat. Hij vestigde zich achtereenvolgens als advocaat te Coevorden, Ootmarsum en in 1768 te Oldenzaal.

Hij maakte zich sterk voor de afschaffing van de drostendiensten.

Van 1795 tot 1799 was Racer provisioneel verwalter-drost van Twente.

Geschriften[bewerken]

  • Overijsselsche Gedenkstukken, 7 stukken, uitgegeven te Kampen in 1781, '82, '84, '86, '87, '93 en '97
  • Aanmerkingen omtrent de grondbeginselen van de landrechten van Overijssel, geschreven in 1807, maar pas uitgegeven Deventer 1866;
  • Verhandeling over het recht der Kotters, Kampen 1816.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

  • Mr. Jan Willem Racer in het Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde.
  • Mr. J.W. Racer als patriot, Dr. C. te Lintum in Verslagen en Mededeelingen van de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis, 21e stuk, Zwolle, 1900.