Jan Woltjer (classicus)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jan Woltjer (Groningen, 1 februari 1849 - Amsterdam, 27 juli 1917) was een Nederlands classicus en hoogleraar klassieke talen (en later tevens pedagogiek) aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Levensloop[bewerken]

Woltjer, zoon van een bakker, begon zijn carrière in 1861 op twaalfjarige leeftijd als kwekeling op de lagere school, die hij zelf net had afgerond. In 1867 behaalde hij zijn examen voor hulponderwijzer, en in de opvolgende jaren tevens meerdere schoolakten (o.a. Frans, wiskunde, Hoog-Duits). In die tijd leerde hij zichzelf Latijns en Grieks en slaagde in 1872 voor het toelatingsexamen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij studeerde er klassieke talen en behaalde in 1876 zijn doctoraal.[1] In 1877 promoveerde hij op het proefschrift "Lucretii philosophia cum fontibus comparata" bij Cornelis Marinus Francken (1820-1900). Deze dissertatie is in 1987 geselecteerd voor een herdruk in de serie "Greek and Roman Philosophy. A Fifty-Two Volume Reprint Set".

Van 1881 tot aan zijn dood in 1917 was Woltjer hoogleraar klassieke talen aan de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hier was hij verantwoordelijk voor het onderwijs in Latijn, Romeinse Geschiedenis, Antiquiteiten en Palaeografie (en tot 1904 ook voor Grieks, Griekse Geschiedenis, Antiquiteiten en Palaeografie). Binnen de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte gaf hij bovendien de colleges Encyclopaedie der Philologie, ook verplicht voor de studenten in de theologie.

Tot vijf keer toe trad hij een jaar op als rector magnificus van de Vrije Universiteit Amsterdam: in 1886, 1891, 1896, 1901 en 1908. Verder was hij onder andere Eerste Kamerlid voor de ARP van 1902 tot 1917. In 1902 was hij de eerste hoogleraar van de Vrije Universiteit, die lid werd van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.[1]

Jan Woltjer heeft zich als classicus ontwikkeld, via de vakfilosofische vragen die hij tegen kwam in de taalfilosofie, de geschiedenisfilosofie en op pedagogisch terrein, tot een filosoof in algemene zin. Aan de vroege Vrije Universiteit werd hij daarbij uitgedaagd om onder woorden te brengen hoe hij als filosoof de verbinding legt met zijn overtuigingen als christen. Dat deed hij onder andere door in zijn filosoferen de Logos, 'het Woord', centraal te stellen - 'het Woord' dat volgens het Johannes-evangelie 'vlees' (mens) geworden is, in de persoon van Jezus Christus. Volgens Woltjer vormt Jezus als de Logos de draaggrond voor heel de werkelijkheid.

Trivia[bewerken]

  • Op 28 september 1877 trouwde hij met Marchien Janssonius (1851-1919). Zij kregen 8 kinderen, van wie 4 jong overleden zijn.
  • Zoon Herman Robert Woltjer (1878-1955), eveneens classicus. Dochter Hillehonda Hester (1880-1938) is gehuwd met dr. J.G. Ubbink (1875-1944). Zoon Robert Herman Woltjer (1887-1974) was natuurwetenschapper, onder andere als hoogleraar op Bandung (Java). De jongste zoon Jan Woltjer jr (1891-1946) was astronoom en hoogleraar theoretische sterrenkunde
  • Er is een briefwisseling overgeleverd tussen Woltjer en de literatuurhistoricus Jan te Winkel; Koninklijke Bibliotheek, Den Haag.
  • Met H. Hermans schreef hij de "Atlas der algemeene en vaderlandsche geschiedenis", voor het eerst gepubliceerd in 1880.
  • Hij was een uitgesproken opponent van de tekstkritische ideeën van de Leidse hoogleraar Carel Gabriel Cobet[1]

Publicaties[bewerken]

  • 1877. Lucretii philosophia cum fontibus comparata. Proefschrift. Groningae : Noordhoff. Herdruk: 1987. New York: Garland.
  • 1880. Serta romana : poetarum decem latinorum carmina selecta. Groningae : Wolters.
  • 1884. Latijnsche grammatica voor gymnasiën. Groningen : Wolters.
  • 1886. Overlevering en kritiek. Amsterdam : Wormser (rede, opgenomen in 1931).
  • 1887. Wat is het doel van het christelijk nationaal schoolonderwijs?. Amsterdam : Wormser.
  • 1891. De Wetenschap van den Logos. Amsterdam : Wormser (rede, opgenomen in 1931).
  • 1891. De onregelmatige Grieksche werkwoorden, voor zoover ze bij Attische schrijvers voorkomen. Groningen : Wolters
  • 1892. Grieksche grammatica voor gymnasiën. Groningen : Wolters
  • 1891. Ideëel en reëel. Amsterdam : Höveker & Wormser (rede, opgenomen in 1931).
  • 1891. Beginsel en Norm in de Literatuur. Leiden : Donner (rede, opgenomen in 1931).
  • 1908. Het Woord, zijn Oorsprong en zijne Uitlegging. Amsterdam : Van Schaik (rede, opgenomen in 1931).
  • 1910. Het onderwijs in Nederland : Algemeene en Internationale Tentoonstelling te Brussel in 1910, Nederlandsche afdeeling. Met anderen. Groningen : Wolters
  • 1923. "Ut Cognoscant Te". Verhandelingen over onderscheiden Gymnasiale Leervakken. Amsterdam : De Standaard
  • 1931. Verzamelde Redevoeringen en Verhandelingen. Amsterdam : De Standaard ; zie Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c S.R. Slings (2003). Jan Woltjer tegen de school van Cobet. Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Amsterdam.