Jan van Beieren
| Jan van Beieren | ||
| 1374-1425 | ||
| Prinsbisschop van Luik | ||
| Periode | 1389-1418 | |
| Voorganger | Arnold van Horne | |
| Opvolger | Jan VII | |
| Hertog van Beieren-Straubing | ||
| Periode | 1404-1425 | |
| Voorganger | Willem II | |
| Opvolger | -- | |
| Graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen | ||
| Periode | 1418-1425 | |
| Voorganger | Elisabeth | |
| Opvolger | Elisabeth | |
| Hertog 'bij verpanding' van Luxemburg | ||
| Periode | 1418-1425 | |
| Voorganger | Elisabeth | |
| Opvolger | Elisabeth | |
| Vader | Albrecht van Beieren | |
| Moeder | Margaretha van Brieg | |
Jan van Beieren (Le Quesnoy, ca. 1374 - Den Haag, 6 januari 1425), bijgenaamd Jan zonder Genade, was hertog van Beieren-Straubing, en later ook graaf van Holland, Zeeland en graaf van Henegouwen. Als hertog van Beieren en graaf van Holland werd hij Jan III genoemd, als niet-gewijde prins-bisschop van Luik Jan VI. Hij speelde een grote rol in de Hoekse en Kabeljauwse Twisten.
Biografie [bewerken]
Jan van Beieren was een zoon van Albrecht van Beieren en Margaretha van Brieg. Hij huwde met Elisabeth van Görlitz, waardoor hij hertog van Luxemburg werd. Na de dood van zijn broer graaf Willem VI in 1417 erfde diens dochter Jacoba van Beieren aanvankelijk diens gebieden. Maar oom Jan begaf zich direct naar de Nederlanden om steun te werven bij de ridderschap en de steden voor zijn eigen kandidatuur. Die steun kreeg hij ook van de Rooms koning Sigismund. Deze kende de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen toe aan Jan van Beieren, die tot dan toe bisschop was. De strijd die ontstond tussen Jacoba van Beieren (Hoeken) en haar oom Jan van Beieren (Kabeljauwen) betekende een nieuwe fase in de Hoekse en Kabeljauwse Twisten. In 1410 liet Jan van Beieren het Kasteel van Woerden bouwen. Uiteindelijk werd hij vergiftigd door zijn tegenstanders.