Jan van Schaffelaar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
beeld van Jan van Schaffelaar
Standbeeld van Jan van Schaffelaar, met op de achtergrond de Oude Kerk waar hij vanaf gesprongen is

Jan van Schaffelaar was een Kabeljauwse ruiteraanvoerder die volgens de overlevering aan zijn einde kwam nadat hij op 16 juli 1482 van de door Hoeken belegerde toren van Barneveld sprong. Hij was gehuwd met Aleid en liet één dochter Wendelmoet van Schaffelaar na. Waar Van Schaffelaar vandaan komt en wie zijn ouders zijn is niet precies bekend. Wel is uit onderzoek gebleken dat er in de 14e eeuw op de grens van Leusden en Barneveld een hoeve stond met de naam "De Schaffelaar" waaraan de bewoners hun naam ontleenden[1].

Levensloop[bewerken]

Over het leven voor de sprong van Jan, bestaan alleen maar uit vermoedens en speculaties, wel is bekend dat er twee familietakken vanuit de oorspronkelijke Van Schaffelaar-hoeve zijn uitgewaaierd naar onder meer Arnhem en Amersfoort. In 1476 komt zijn naam voor in een Parijse archief (een legerrol) dat hij deel uitmaakt van een Bourgondische legermacht, die met Karel de Stoute tegen de Zwitsers optrekt.[2]. Na zijn jaren in Frankrijk zou hij weer teruggekeerd zijn naar het Sticht.

Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd de Bisschop van Utrecht David van Bourgondië, bastaardzoon van Filips de Goede, uit Utrecht verjaagd door de Hoeken. Daarop werd de stad door Kabeljauwen belegerd om de Utrechtse bevolking uit te hongeren. Hertog Jan II van Kleef liet voedsel naar de stad brengen voor de inwoners, waarop de bisschoppelijke troepen trachtten deze transporten te onderscheppen. Onder hen was Van Schaffelaar, naar wordt aangenomen als ruiteraanvoerder, gelegerd op kasteel Rosendael te Rozendaal. Echter onderstaande kroniek laat nadrukkelijk open of Van Schaffelaar zich pas in Barneveld bij de overige mannen gevoegd heeft. Dit zou kunnen blijken uit de naam van Schaffelaar vernoemd naar de eerder genoemde hoeve.

Volgens een kroniek uit 1698 van de Utrechtse historicus Antonius Matthaeus werd op 16 juli 1482 in Barneveld de toren van wat nu de Oude Kerk heet ingenomen door een groep van ongeveer 19 Kabeljauwen, onder aanvoering van Van Schaffelaar. Hoekse soldaten belegerden de toren en beschoten deze met kanonnen. Zij gaven aan het aanbod tot overgave van de Kabeljauwen pas te zullen accepteren als Jan van Schaffelaar naar beneden zou worden geworpen. De Kabeljauwen weigerden dat, hoewel de keus (alle Kabeljauwen dood of alleen hun leider dood) niet zo moeilijk was. Van Schaffelaar zei toen: "Lieve gesellen, ic moet ummer sterven, ic en wil u in geenen last brenghen". Hij ging op de torentrans staan, zette zijn handen in zijn zij en sprong naar beneden. Hij overleefde de val, maar werd op de grond alsnog door de Hoeken gedood.[3]

Het verhaal van Jan van Schaffelaar is een inspiratiebron geweest voor verscheidene literaire werken, waarvan de romantische historische roman De Schaapherder (1838) van Jan Frederik Oltmans (1806-1854) waarschijnlijk het bekendste is. Ook Thea Beckman schrijft over hem in het boek "Hasse Simonsdochter". In dit boek redt Jan van Schaffelaar Hasse Simonsdochter als zij wordt aangevallen door een paar veedrijvers die het Kampereiland passeren. Van Schaffelaar zou daarbij één van de veedrijvers hebben gedood en daarvoor door de Kampenaren ter dood zijn veroordeeld. Hasse Simonsdochter verbidt hem echter, waardoor zij met elkaar moesten trouwen.

Het huis 'Hackfort' dat in de 16e eeuw is gebouwd, werd in 1853 naar Van Schaffelaar vernoemd tot Kasteel de Schaffelaar.

Op 15 september 1903 werd op het Torenplein van Barneveld een standbeeld van Jan van Schaffelaar onthuld, ontworpen door Bart van Hove.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Janse, Antheun De sprong van Jan van Schaffelaar: oorlog en partijstrijd in de late Middeleeuwen (2003) uitg. Verloren, Hilversum ISBN 90-6550-462-1

Externe links[bewerken]

Noten
  1. Janse, Antheun De sprong van Jan van Schaffelaar, uitg. Verloren, Hilversum, 2003
  2. Janse Antheunus, De sprong van Jan van Schaffelaar, blz 12, Verloren, Hilversum, 2003
  3. Volgens het boek Requiem voor een Gelderse ruiter (1982) van A. H. J. Prins sprong hij echter niet van de toren, maar werd vermoord of doodgeslagen, waarop zijn dood werd gewroken. Dit zou blijken uit onderzoek door de graven in de kerk van Barneveld na de moord, waarbij een schedel, volgens hem die van Jan van Schaffelaar, werd onderzocht. Deze bewering inmiddels weerlegd.[bron?]

Beluister

(info)