Jan van Zutphen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Johannes Andries ("Ome" Jan) van Zutphen (Utrecht, 7 oktober 1863 - Hilversum, 7 juni 1958) was een Nederlands vakbondsman en oprichter en voorzitter van sanatorium Zonnestraal in Hilversum.

Inhoud

[bewerk] Biografie

Ome Jan van Zutphen kwam uit een arbeidersgezin, zijn vader was wijnkopersknecht. Alhoewel geboren in Utrecht groeide van Zutphen op in de Amsterdamse volksbuurt Kattenburg. Hij werd daar al op vroege leeftijd geconfronteerd met het arbeidersbestaan, en zorgde op zesjarige leeftijd al voor bijverdiensten door samen met andere kinderen 's morgens het door zeewater stijf geworden touw te ontrafelen. De echte armoe ging aan het gezin voorbij omdat van Zutphens vader als meesterknecht geregeld werk had. Zijn moeder en zijn zus overleden aan TBC toen van Zutphen tien respectievelijk elf jaar oud was, en van Zutphen kwam samen met zijn broer in een streng-calvinistisch gezin, waar hij een hartgrondige afkeer van godsdienstig fanatisme ontwikkelde.

Van Zutphen kwam als leerling-timmerman in de bouw terecht, en bezocht de avondschool waar hij projectietekenen, Nederlands en geschiedenis leerde. Na een val van een steiger moest hij op dertienjarige leeftijd negen maanden rust houden, en vervolgens liet zijn vader hem voor diamantslijper leren. Van Zutphen bleek over talent te beschikken, en was op twintigjarige leeftijd briljantslijpersbaas.

Hij trouwde in 1887 met Emmetje Lamme, zij kregen twee dochters en twee zonen. Nadat zijn vrouw aan TBC was overleden in 1911 trouwde van Zutphen in 1919 met Bernardina Johanna Greger, zij kregen een dochter en een zoon.

[bewerk] Socialistisch voorman

In 1883 werd hij lid van de Sociaal-Democratische Bond, ondanks het feit dat hij als slijpersbaas een behoorlijk en regelmatig inkomen had. Op 25-jarige leeftijd werd hij in 1888 voorzitter van de Sociaal-Democratische Diamantbewerkersvereeniging, een vakgroep van de SDB die 15 leden telde. Een jaar later werd de afdeling verzelfstandigd onder de naam Nederlandsche Diamantbewerkers Vereeniging, waarmee men trachtte door het loslaten van het socialistische karakter ook de veelal joodse diamantbewerkers te bereiken.

Alhoewel van Zutphen tot dan toe niet echt actief was geweest nam hij in november 1894 de leiding op zich van de diamantslijpersstaking, waaraan circa 10.000 vakgenoten deelnamen. Het feit dat de joodse Henri Polak zitting had in het stakinscomité zorgde er voor dat ook de joodse diamantslijpers zich aansloten bij de staking. Nog tijdens de staking besloten van Zutphen en Polak tot oprichting van een algemene diamantbewerkersbond, de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB). Polak nam het voorzitterschap op zich, en van 1898 tot 1928 zou van Zutphen als bondssecretaris tweede man zijn. Daarnaast was van Zutphen vanaf 1905 lid van het dagelijks bestuur van het Wereldverbond van Diamantbewerkers.

In tegenstelling tot de intellectuele Polak was van Zutphen een man uit het volk, die ook door de Belgische diamantslijpers werd bewonderd. In 1904 was van Zutphen noodgedwongen stakingsleider van de Antwerpse diamantslijpers, omdat Jan Bartels, de voorzitter van de Belgische Algemeene Diamantbewerkersbond gevangen zat, en de secretaris Jef Groesser was uitgeweken naar Nederland om gevangenschap te ontlopen. Hierna zou van Zutphen ook een belangrijke rol blijven spelen in de Belgische vakbeweging, onder andere door in 1910 samen met Camille Huysmans een slepend conflict op te lossen, en in 1913 opnieuw met Huysmans de rangen te sluiten onder de verdeelde Antwerpse diamantbewerkers.

In 1905 stond van Zutphen aan de wieg van het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen (NVV) en toen Polak in 1909 na het Deventer congres zijn openbare functies neerlegde volgde van Zutphen hem op in het dagelijks bestuur van het NVV. Daarnaast had hij vanaf 1907 als SDAP vertegenwoordiger zitting in de Provinciale Staten van Noord-Holland. Ook was hij een jaar gemeenteraadslid in Amsterdam namens de SDAP, maar meer dan politiek trok hem het vakbondswerk, waarbij hij vooral zocht naar wegen om directe hulp te verlenen aan bejaarden, weduwen en wezen en verwaarloosde kinderen. Het aantal bestuursfuncties van sociale instellingen nam toe, zo was van Zutphen betrokken bij de Commissie van het Congres Kinderbescherming van de Nationale Vrouwenraad, het Vacantie-Kinderfeest, de Voogdijraad, de Stichting Amsterdamse Kolonieverpleging van kinderen, het Burgerlijk Armbestuur, de Commissie Burgerlijk Armbestuur van Huiszittende Armen, de Centrale ter behartiging van maatschappelijke belangen van zenuw- en zielszieken, het Algemeen Steuncomité 1914 en het Nederlandsch Comité tot Rheumatiekbestrijding.

[bewerk] TBC bestrijding

In 1898 werd zijn vriend Johan Harttorff getroffen door tuberculose, en van Zutphen, die onder anderen zijn moeder en zus had verloren aan deze ziekte, begon een geldinzamelingsactie om een sanatoriumkuur te financieren. Daarna zorgde hij voor financiële steun aan door TBC getroffen diamantbewerkers, welke activiteiten in 1905 werden ondergebracht in het Diamantbewerkers Koperen Stelen Fonds (KSF). Dit fonds gebruikte de opbrengst van niet meer voor slijpen bruikbare koperen stelen voor verpleging van ANDB-leden die aan TBC of andere ziektes leden. Het initiatief vond navolging in België (fonds Zonnestraal) en de Verenigde Staten (Diamons Workers' Copper Wire End Fund). Een nieuwe bron van inkomsten werd op initiatief van van Zutphen door de Delftse hoogleraar Henri ter Meulen ontwikkeld in 1917, door het zuiveren van slijpersafval waar zuiver diamantpoeder aan werd onttrokken.

In 1919 leverde het gezuiverde diamantslijpsel een bedrag op van 4,25 miljoen gulden, waarmee het KSF de in Hilversum gelegen Pampahoeve kocht. Hier werd in samenwerking met medicus Ben Sajet en architect Jan Duiker een sanatorium gevestigd onder de naam sanatorium Zonnestraal.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd van Zutphen door rijkscommissaris Seyss Inquart ongevraagd lid gemaakt van de Ereraad van Winterhulp, en werd hij gedwongen twee NSB-ers op te nemen in het bestuur van Zonnestraal. Van Zutphen werd enige tijd als 'fout' gezien, maar toen bleek dat de leiding van Winterhulp niet-meewerkende ambtenaren met straf dreigde nam hij ontslag. In 1943 werd Zonnestraal ontruimd toen deportatie dreigde voor de joodse patiënten. Van Zutphen nam, uit protest tegen het optreden van de bezetter, ontslag als voorzitter van het dagelijks bestuur van het sanatorium, en nam samen met zijn tweede vrouw de zorg voor zijn rekening voor meer dan honderd joodse onderduikers.

Ook na de oorlog bleef van Zutphen zich inzetten voor de TBC-bestrijding, en initieerde het verplicht doorlichten van scholieren. Hij zou tot 1956 betrokken blijven bij Zonnestraal, en had op 92-jarige leeftijd de leiding over een drie maanden durende staking van 850 diamantbewerkers.

[bewerk] Bronnen en externe links

 
Persoonlijke instellingen