Janet Reno

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Janet Reno
Janet Wood Reno
Janet Wood Reno
Geboren 21 juli 1938
Miami, Florida
Politieke partij Democratische Partij
Beroep Politica
Advocaat
Openbaar aanklager
78e Minister van Justitie
Aangetreden 11 maart 1993
Einde termijn 20 januari 2001
President Bill Clinton
Voorganger William Barr
Opvolger John Ashcroft
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Janet Wood Reno (Miami, (Florida), 21 juli 1938) was de 78e minister van Justitie van de Verenigde Staten van Amerika van 1993 tot 2001 onder president Bill Clinton en de eerste vrouw op deze positie.

In 1993 werd Janet Reno voorgedragen door Bill Clinton voor de positie als minister van Justitie en door de Senaat daarin bevestigd nadat beide vorige genomineerden, Zoe Baird en Kimba Wood, niet bevestigd waren omdat zij illegale immigranten in dienst genomen hadden. Reno bleef aan in haar post tot het einde van Clintons ambtstermijn en werd daarmee de langstzittende Attorney Generals sinds William Wirt in 1829.

Nadat in tussentijdse verkiezingen het Congres in Republikeinse handen gekomen was moest Clinton het midden zien te vinden tussen zijn eigen aanhang en de volksvertegenwoordigers van de andere partij. Op financieel gebied lukte hem dat aardig, maar Janet Reno werd sterk het mikpunt van de 'cultuuroorlog' die de rechtervleugel van de Republikeinen ontketende. Zij beschuldigden Reno ervan een bedreiging te zijn van hun fundamentele vrijheden en hun morele waarden.

Onder haar leiding ondernam het ministerie van Justitie een aantal belangrijke acties:

  • De belegering van 51 dagen met dodelijke afloop van 76 mannen, vrouwen en kinderen van de zwaar bewapende Branch Davidian-sekte in Waco (Texas).
  • Een vervolging van de softwaregigant Microsoft onder de Sherman Antitrust Act.
  • Een belegering van 81 dagen van de Montana Freemen resulterend in de veroordeling van 21 van hen.
  • De arrestatie en de veroordeling van Theodore Kaczynski, de Unabomber.
  • De arrestatie en de veroordeling van Timothy McVeigh en Terry Nichols voor de bomaanslag in Oklahoma City.
  • De arrestatie en de veroordeling van de daders van de bomaanslag op het World Trade Center (levenslang voor Sheik Omar Abdel-Rahman en 4 medeplichtigen)
  • Het laten uitlekken van informatie die Richard Jewell ten onrechte verdacht maakte van de bomaanslag op het Centennial Olympic Park. Ze bood later haar verontschuldigingen aan: "I'm very sorry it happened. I think we owe him an apology. I regret the leak."
  • De identificatie van de eigenlijke dader, Eric Rudolph, van de bomaanslag op het Centennial Olympic Park en enige andere bomaanslagen. De verdachte bleef echter op vrije voeten.
  • De arrestatie en veroordeling van Mir Aimal Kasi voor de schietpartij bij het hoofdkwartier van de CIA in 1993.
  • De vastneming van de zes jaar oude Elián González om hem terug te geven aan zijn vader die hem mee terug nam naar Cuba.
  • In 1998 stemde de House Government Reform and Oversight Committee om Reno te berispen voor minachting van het Congres omdat zij weigerde documenten te overhandigen die van belang waren door de afzettingsprocedure van president Bill Clinton. De documenten werden uiteindelijk toch overhandigd en het voltallige Huis stemde nooit over deze zaak.
  • Haar Assistant Attorney General of the Civil Division, David William Ogden, leidde een geruchtmakende vervolging van de Tabaksmaatschappijen.