Japanse Rode Leger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Japanse Rode Leger (Japans: 日本赤軍, Nihon Sekigun) (JRL) was een terreurnetwerk uit Japan dat werd opgericht door het echtpaar Fusako Shigenobu en Tsuyoshi Okudaira in februari 1971. De naam ontleenden zij aan het Rode Leger van de Sovjet-Unie. De groep had 400 leden en was een van de meest gevreesde terreurgroepen die er ooit geweest is. Hun doel was de monarchie (lees: parlementaire democratie) omver te werpen en het land socialistisch te maken. Het Japanse Rode Leger onderhield nauwe banden met het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). Begin jaren tachtig was het Japanse Rode Leger niet langer meer actief als openlijke terreurgroep, maar hielp nog altijd de PFLP met wapens, geld en training.

De aanslagen van het Japanse Rode Leger[bewerken]

  • 31 maart 1970: een voorloper van het Japanse Rode Leger kaapt Japan Airlines-vlucht 351 met 129 man aan boord. Negen leden aan boord dwingen de piloot om naar Noord-Korea te vliegen.
  • 30 mei 1972: op de Lod Airport in Tel Aviv worden 26 mensen gedood en 80 mensen raken zwaargewond. Twee van de drie leden doden zichzelf met handgranaten. Sommigen zeggen dat ze dit doen op verzoek van Palestijnse zelfmoordbrigades.
  • Juli 1973: het Japanse Rode Leger kaapt samen met PFLP-leden Japan Airlines-vlucht 404 vlak na het opstijgen vanaf Schiphol. De passagiers en de piloten moeten uitstappen in Libië, waarna het vliegtuig wordt opgeblazen.
  • Januari 1974: het Japanse Rode Leger valt een Shell-station in Singapore aan en gijzelt daar vijf werknemers, terwijl de PFLP ondertussen een Japanse ambassadeur in Koeweit gijzelt. De werknemers worden in een Japans vliegtuig meegenomen en in een trainingskamp in Zuid-Jemen vastgehouden.
  • 13 september 1974: de Franse ambassade in Den Haag wordt bezet door het Japanse Rode Leger. Hun doel is de vrijlating van Furuya, een medelid dat in de Parijse Santé-gevangenis wordt vastgehouden. Een paar agenten raken gewond. Het Japanse Rode Leger eist en krijgt een vliegtuig plus 300.000 dollar om hen naar Zuid-Jemen te brengen. Een vrijwillige bemanning neemt deze taak op zich, maar Zuid-Jemen laat ze niet toe. In Syrië lukt het wel, waar zij wel hun losgeld moeten afstaan aan de Franse ambassadeur aldaar.
  • Augustus 1975: het Japanse Rode Leger neemt meer dan 50 gijzelaars in Maleisië. De gijzelaars werken allemaal in Amerikaanse en Zweedse ambassades. Met hen vliegen ze naar Libië. Bij een schietpartij op het vliegveld van Kuala Lumpur komt medeoprichter Okudaira om het leven.
  • September 1977: het Japanse Rode Leger kaapt een vliegtuig dat over India vliegt en dwingt het te landen in Bangladesh. Het Japanse leger betaalt een som van zes miljoen dollar losgeld.
  • December 1977: een lid van het Japanse Rode Leger kaapt een vliegtuig met een Cubaanse ambassadeur aan boord. Als hij merkt dat zijn kaping mislukt, schiet hij eerst de piloten en daarna zichzelf dood. Het vliegtuig crasht, met alle passagiers erin.
  • Mei 1986: het Japanse Rode Leger bezet de Japanse, Canadese en Amerikaanse ambassade in Jakarta (Indonesië).
  • Juli 1987: een mislukte aanval op de Britse en Amerikaanse ambassade in Rome, Italië.
  • April 1988: JRL-lid Yu Kikumura wordt met explosieven gearresteerd in New Jersey waar hij een militaire oefenschool probeert op te blazen.
  • Het Japanse Rode Leger pleegt 17 aanslagen op filialen van Mitsui & Co en Taisei Corp waar in totaal 20 mensen werken. Acht mensen komen om bij een bomaanslag op de Mitsubishi Heavy Industrials Ltd. in Tokio, Japan.

Externe links[bewerken]