Japanse honingbij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Japanse honingbij
Vespa simillima xanthoptera01.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Hymenoptera (Vliesvleugeligen)
Familie: Apidae
Geslacht: Apis (Honingbijen)
Soort: Apis cerana (Aziatische honingbij)
Ondersoort
Apis cerana japonica
Fabricius
Afbeeldingen Japanse honingbij op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De Japanse honingbij (ニホンミツバチ, Nihon mitsubachi) (Apis cerana japonica) is een ondersoort van de Aziatische honingbij, die voornamelijk voorkomt in Japan.

Studie naar het mitochondriaal DNA van de Japanse honingbij heeft aangetoond dat de ondersoort oorspronkelijk van het Koreaans Schiereiland komt.[1] Ze trekken steeds vaker de stedelijke gebieden in vanwege gebrek aan natuurlijke vijanden.[2]

De Japanse honingbij is vrij resistant tegen de mijt Varroa jacobsoni, welke veel voorkomt onder Aziatische honingbijen.[3]

Ecologie en gedrag[bewerken]

Japanse honingbijen vormen een “ bijenbal” rond twee enorme hoornaars (Vespa simillima xanthoptera)
Een uur later zijn beide hoornaars dood.

Iets waar Japanse honingbijen vooral om bekendstaan, is hun verdediging tegen de Aziatische reuzenhoornaar (Vespa mandarinia); een insect vele malen groter dan de honingbij zelf. Indien een Aziatische reuzenhoornaar een bijenkorf van de Japanse hoiningbijen nadert, laat hij een specifiek feromoon los als jachtsignaal. Dit feromoon wordt echter ook waargenomen door de honingbijen. Wanneer ze dit feromoon waarnemen, verzamelen ze zich met honderden tegelijk bij een nestingang.

Eerst laten ze de hoornaar de korf betreden.[4] Zodra de hoornaar eenmaal binnen is, vormen de bijen een bal die de hoornaar geheel omsluit. Deze bijenbal bestaat uit ongeveer 500 bijen. De hoornaar kan zo niet meer weg.[5] Daarna beginnen de bijen met hun vleugelspieren te trillen om zo de temperatuur binnen de bal op te laten lopen tot ongeveer 47 graden Celsius.[5] Honingbijen kunnen wel tegen deze hoge temperatuur, maar de hoornaar kan maar maximaal temperaturen tot 46 graden aan. Na ongeveer een uur in de hitte van de bal sterft de hoornaar.[4]

Verschillende bijen laten het leven bij het toepassen van deze techniek, daar de hoornaar zelf tot 40 bijen per minuut kan doden met z’n angel. Maar de dood van de hoornaar voorkomt dat deze meer hoornaars inlicht over de locatie van de bijenkorf.[6]

Imkers in Japan hebben een paar keer geprobeerd de Europese honingbij te introduceren in de hoop de honingproductie te vergroten, maar omdat deze bijensoort niet deze verdedigingstechniek kent worden kolonies van Europese honingbijen geregeld slachtoffer van de reuzenhoornaars.[4][7]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Takahashi, Jun'ichi, Yoshida, Tadaharu (2003). The origin of Japanese honeybee Apis cerana japonica inferred from mitochondrial DNA.. Honeybee Science 24 (2): 71-76 (Japan)​. ISSN:0388-2217. Geraadpleegd op 2009-05-05.
  2. Sugawara, Michio (2000). Feral colonies of Japanese honeybees, Apis cerana japonica and their life history. 2. Natural nests and swarming.. Honeybee Science 21 (1): 35-39 (Japan)​. ISSN:0388-2217. Geraadpleegd op 2009-05-05.
  3. Takenaka, Tetsuo, Takenaka, Yoko (1995-08-21). Royal Jelly from Apis cerana japonica and Apis mellifera. Biosci. Biotech. and Biochem. 60 (3): 518-520 (Japan Society for Bioscience, Biotechnology, and Agrochemistry: Japan)​. Geraadpleegd op 2009-05-05.
  4. a b c (February 1996). Baked Hornet Japonais. Discover 17 (2) . ISSN:0274-7529. Geraadpleegd op 2009-05-13.
  5. a b Masato Ono, Takeshi Igarashi, Eishi Ohno, and Masami Sasaki (1995-09-28). Unusual thermal defence by a honeybee against mass attack by hornets. Nature 377: 334 - 336 (Nature Publishing Group). DOI:10.1038/377334a0. Geraadpleegd op 2009-05-05.
  6. Defensive Adaptations: Heat Tolerance as a Weapon. Davidson College Biology Department Geraadpleegd op 2009-05-05
  7. Piper, Ross (2007), Extraordinary Animals: An Encyclopedia of Curious and Unusual Animals, Greenwood Press.