Japanse lariks

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Japanse lariks
Japanse lariks (Larix kaempferi) in het Akishigebergte in het centrale deel van het Japanse eiland Honshu
Japanse lariks (Larix kaempferi) in het Akishigebergte in het centrale deel van het Japanse eiland Honshu
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Naaktzadigen
Orde: Coniferales (Coniferen)
Familie: Pinaceae (Dennenfamilie)
Geslacht: Larix
Soort
Larix kaempferi
(Lamb.) Carr. (1856)
Bloeiende mannelijke (boven) en vrouwelijke (beneden) zaden van de Japanse lariks
Bloeiende mannelijke (boven) en vrouwelijke (beneden) zaden van de Japanse lariks
Kegelvrucht van een Japanse lariks
Kegelvrucht van een Japanse lariks
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Japanse lariks of Goudlariks (Larix kaempferi, synoniemen: Larix leptolepis, Pinus kaempferi) is een plantensoort uit de dennenfamilie (Pinaceae). De plant is door de Engelse coniferenspecialist Aylmer Bourke Lambert als Pinus kaempferi vernoemd naar Engelbert Kaempfer. Élie Abel Carrière heeft de soort vervolgens ingedeeld in het geslacht Larix.

Beschrijving[bewerken]

In vergelijking met de Europese lariks (Larix decidua) heeft de Japanse lariks een stijver, breder uitspringend figuur. De kroon is minder compact en cilindrisch en bij oudere exemplaren losgewerkt en uitspringend. De twijgen zijn horizontaal geplaatst en hangen niet door. De jaarscheuten zijn krachtiger dan bij Larix decidua en bezitten een roodachtige kleur (Larix decidua: geelachtig). De boom bereikt een hoogte van maximaal 50 meter. De naalden zijn zoals bij alle larksen gewoonlijk eenjarig en blauwgroen als bij Larix decidua. De schubben van de kegelvruchten zijn bij Larix kaempferi licht tot duidelijk opgerold, waar ze bij Larix decidua altijd aanliggend zijn.

Met het hartvormige wortelsysteem bezit de Japanse lariks net als alle andere lariksen het voordeel tegenover sparren en dennen het voordeel de beide wortelvormen (vlak- en diepwortelsysteem) met elkaar te verbinden. Het sterk uitdijende wortelsysteem zorgt ervoor dat de soort veel bodemnutriënten kan opnemen, terwijl de diep reikende centrale wortel het grondwater bereiken kan en tevens een grotere weerstand kan bieden tegen omvallen door de wind.

Verspreidingsgebied[bewerken]

De Japanse lariks komt van nature voor in het centrale deel van het Japanse eiland Honshu. De soort is in Europa veel toegepast in gebieden buiten het natuurlijke verspreidingsgebied van de Europese lariks. Met deze soort kruist de Japanse lariks zich soms tot de bastaard Larix eurolepis (= Larix ×marschlinsii).

Vermeerdering en opbouw[bewerken]

De Japanse lariks draagt haar eerste zaden na tien tot vijftien jaar, maar draagt slechts eens per drie tot zeven jaar zaden. De zaden rijpen in hetzelfde jaar als de bevruchting plaatsvindt. De kegels hangen aan de boom en open zich slechts bij droogte, om dan de kleine gevleugelde zaden vrij te geven.

Om te rijpen behoeven de zaden geen directe zon; ze komen ook op in de grond in de schaduw van de boom. De jonge planten vereisen echter wel veel licht en verdragen in tegenstelling tot bijvoorbeeld de fijnspar (Picea abies) weinig schaduw. Als de plant voldoende licht krijgt groeit ze erg snel. Op een leeftijd van tien jaar bereikt ze, mits niet verplant, een hoogte tot 5 meter (bij de fijnspar is dit slechts 3,5 meter) en kan zo de strijd aan met de even snelgroeiende douglasspar (Pseudotsuga menziesii).

Bijzonderheden[bewerken]

Net als bij de Europese lariks heeft ook de Japanse lariks te maken met begeleidende saprofyten en symbionten, zoals de gele ringboleet (Suillus grevillei) en de holsteelboleet (Boletinus cavipes). Daarnaast zetten korstmossen zich graag op oude Japanse lariksen. Zo werden op Japanse lariksen in het Thüringer Woud in de omgeving van Suhl vertegenwoordigers van baardmos (Usnea) herontdekt, die meer dan 30 jaar als uitgestorven golden aldaar.

De soort is gevoeliger voor wolluis dan de Europese lariks.

Economisch gebruik[bewerken]

De Japanse lariks wordt net als de Europese lariks gebruikt door de bosbouw. Omdat de soorten vaak door elkaar groeien wordt het hout niet afzonderlijk geclassificeerd. Daarnaast wordt de soort bijvoorbeeld in Duitsland ingezet om in het Thüringer Woud bossen op grotere hoogten, die door klimatologische omstandigheden (sneeuw, wind en luchtvervuiling) waren uitgedund, weer te stabiliseren.