Japanse wijnbes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Japanse wijnbes
Japanse wijnbes rijpe vruchten.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Rosales
Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)
Geslacht: Rubus (Braam)
Soort
Rubus phoenicolasius
Maxim. (1872)
Bloeiwijze
Bloeiwijze
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Japanse wijnbes (Rubus phoenicolasius) is een plant uit de rozenfamilie. De soort behoort evenals de gewone braam (Rubus fruticosus) en de framboos (Rubus idaeus) tot het geslacht Rubus. De soort komt van nature voor in Korea, Japan en China. Tot het geslacht Rubus behoren meer dan zeshonderd soorten.

Omstreeks 1876 werd in Frankrijk voor het eerst een tot dan toe onbekende, op een braam lijkende struik ingevoerd uit het oosten van Azië, die de naam Japanse wijnbes kreeg.

De plant is een makkelijk groeiende struik waarvan de stengels tot 3 m lang kunnen worden. De bladeren zijn aan de bovenzijde lichtgroen en aan de onderzijde grijs. Aan de stengels en de bladstelen zitten naast zeer veel roodbruine klierhaartjes ook stekels, die bij aanraking in de huid achter kunnen blijven. De twijgen zijn lichtgroen, maar verkleuren later rood.

Elk jaar worden nieuwe stengels uit wortelopslag gevormd. Alleen de tweejarige stengels dragen vrucht, waarna deze afsterven. De Japanse wijnbes bestaat uit vele vruchtjes en is een verzamelsteenvrucht. In tegenstelling tot de braam laat de Japanse wijnbes evenals de framboos makkelijk los van de bloembodem.

Ecologie[bewerken]

De soort komt voor op kapvlakten en open plekken in bossen, maar wordt ook door particulieren aangeplant als cultuurplant.

Teelt[bewerken]

Op vrijwel alle grondsoorten groeit de wijnbes, maar groeit het beste op humeuze en kalkrijke gronden.

In de winter worden de afgedragen stengels verwijderd. In het vroege voorjaar worden de nieuwe stengels aangebonden en tot 1,8 m teruggesnoeid. Er worden acht tot tien stengels per meter aangehouden. De rest van de stengels wordt weggesnoeid.

Bloei en oogsttijd[bewerken]

De bloei is van eind mei tot eind juni. De Japanse wijnbes kan zich zelf bestuiven, maar insectenbestuiving, met name honingbijen en hommels, bevordert de vruchtzetting. Na de bloei sluiten de kelkslippen zich over de vrucht, maar zodra de vrucht gaat kleuren, wijken ze terug. De vruchten rijpen eind juni tot half augustus.

Vermeerdering[bewerken]

Zodra de stengels met de top de grond raken treedt er beworteling van de stengeltop op. In het vroege voorjaar kunnen deze bewortelde toppen gebruikt worden voor nieuwe aanplant. Daarnaast kan de Japanse wijnbes vegetatief worden vermeerderd door wortelstekken. Vermeerdering door zaad is ook mogelijk, maar dan gaan wel de eigenschappen van de moederplant verloren. In de wijde omgeving van de Japanse wijnbes kan opslag uit door vogels meegevoerd zaad voorkomen, die echter waardeloos zijn voor nieuwe aanplant.

In de Verenigde Staten wordt de plant gezien als een invasieve soort omdat deze geïntroduceerde plant de natuurlijke flora overwoekert.

Toepassingen[bewerken]

Van de Japanse wijnbes worden alleen de vruchten gebruikt. De vruchten hebben een wat flauwe, frisse, zoetzure smaak, zijn donkerrood gekleurd en voelen wat kleverig aan. Hoe donkerder de kleur des te meer smaak ze krijgen. Ze kunnen alleen of vermengd met yoghurt of vla gegeten worden. Gelei van Japanse wijnbessen blijft vloeibaar en is zeer geschikt als vruchtensiroop over toetjes.

De vruchten kunnen worden ingevroren voor later in compotes en bowl. Ook kan er jam van gemaakt worden, maar de smaak is flauw. Daarom is het aan te bevelen om aalbessen voor de smaak toe te voegen.

In de koelkast zijn de vruchten enige tijd bewaarbaar.

De bloeiwijze met vruchten wordt ook in bloemstukjes verwerkt.

Ziekten en beschadigingen[bewerken]

De Japanse wijnbes is weinig gevoelig voor ziekten.

Externe link[bewerken]