Javaanse wrattenslang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Javaanse wrattenslang
AcrochordusJavanicusRooij.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Acrochordoidea
Familie: Acrochordidae (Wrattenslangen)
Geslacht: Acrochordus
Soort
Acrochordus javanicus
Hornstedt, 1787
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De Javaanse wrattenslang[1] (Acrochordus javanicus) is een waterminnende slang uit de familie wrattenslangen (Acrochordidae).[2] Deze soort wordt ook wel olifantslang genoemd, naar de Engelse naam. De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Claës Fredric Hornstedt in 1787.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De meeste aangetroffen exemplaren zijn onder de 2 meter, oudere vrouwtjes, die groter en forser zijn dan de mannetjes, kunnen nog langer worden.[1] De Javaanse wrattenslang is eenvoudig te herkennen aan het zeer wrattige uiterlijk; er zitten talloze, onregelmatige bultachtige schubben, die elkaar niet overlappen. Deze grove huid dient waarschijnlijk om vissen, het voedsel van deze dieren, beter te kunnen vasthouden als ze worden vastgeklemd en opgegeten. Karakteristiek is ook de erg losse huid; het lijkt wel of de slang een extra zak over zich heeft getrokken, vandaar de Engelse naam zakslangen. De kop is afgeplat en verbreed aan de voorzijde.[1]

Deze soort is volledig aangepast aan het water en kan onder andere de neusgaten afsluiten met huidflapjes, en komt ook niet vaak op het land. Dit omdat de buik in tegenstelling tot andere slangen geen echte buikschubben heeft, de 'benen' van een slang. Ook is de slang niet erg snel op het land en is hier dus een makkelijke prooi voor vijanden als roofvogels.

Algemeen[bewerken]

Waarschijnlijk jaagt deze soort als een springveer; de staart zit gekruld om een tak, en de slang hangt daar min of meer opgevouwen aan; als een prooi passeert, schiet de slang naar voren en weer terug, de vis tussen de kaken. Deze soort is niet giftig en heeft zelfs geen giftanden. Dit dier kan leven op een enkele maaltijd in de week, en is niet erg actief. De Javaanse wrattenslang komt voor in India, Zuidoost-Azië en Nieuw-Guinea, en leeft in moerassen, meren en grote vennen. Het voedsel bestaat voornamelijk uit vis, maar ook amfibieën en kleine zoogdieren worden gegeten.

Voortplanting[bewerken]

De Javaanse wrattenslang is bijzonder omdat de soort eierlevendbarend is; na het leggen komen de jongen direct uit; de eierschaal is dan ook niet erg hard. Bovendien wordt vermoed dat de dieren parthenogeen zijn, wat erg uitzonderlijk is bij slangen. In 1979 werd door Magnusson bij een zeven jaar lang geïsoleerd vrouwelijk exemplaar een embryo aangetroffen. Toch is dat geen sluitend bewijs; bij sommige varanen kan het mannelijke sperma ook jarenlang worden opgeslagen bij de vrouwtjes, hierbij is echter geen sprake van maagdelijke voortplanting.

Bronvermelding[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Referenties
  1. a b c Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 427 ISBN 90 274 8626 3.
  2. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Acrochordus javanicus
Bronnen
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Acrochordus javanicus - Website Geconsulteerd 8 november 2014
  • (nl) Bernhard Grzimek - Het leven der dieren deel VI: Reptielen - Pagina 427 - Kindler Verlag AG - 1971 - ISBN 90 274 8626 3