Jean-Antoine Nollet
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jean-Antoine Nollet (Pimprez, 19 november 1700 – Parijs, 25 april 1770) was een Frans geestelijke en natuurkundige. Als hoofd van een klooster staat hij ook bekend als Abbé Nollet. Hij was de oudoom van de Belgisch uitvinder Floris Nollet.
Hij was vooral geïnteresseerd in de nieuwe wetenschap van elektriciteit, die hij verkende met behulp van Du Fay en Réamur. Hij sloot zich aan bij de Royal Society of London in 1734. In 1735 bezocht hij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar hij Pieter van Musschenbroek, Willem Jacob 's Gravesande en Jean Allamand ontmoette. De relaties en de daaruit volgende correspondentie, die hij met deze drie geleerden opbouwde, heeft een belangrijke impuls gegeven aan de toekomst van de experimentele natuurkunde in Frankrijk.
In 1744 werd hij de eerste professor in de experimentele natuurkunde aan de Sorbonne universiteit van Parijs. In 1748 vond Nollet een van de eerste elektrometers uit, de elektroscoop, die de aanwezigheid van elektrische lading laat zien als gevolg van elektrostatische aantrekking en afstoting. Nollet staat ook bekend als de man die als eerste de naam "Leidse fles" gebruikte als opslag van elektriciteit.
| Bronnen, noten en/of referenties: |

