Jean-Baptiste Van Mons

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jean-Baptiste Van Mons, door Jean-Baptiste Madou.
Discours prononcé le jour de S. Joseph devant une assemblée de maçons, Liège, 1785, boek met de handtekening van Jean-Baptiste Van Mons: "Van Mons apothic:"
Beurré d'Anjou peer
Beurré Bosc peer

Jean-Baptiste Van Mons (Brussel, 11 november 1765 - Leuven, 6 september 1842) was een scheikundige, botanicus, horticulturist en agronoom die in de tweede helft van zijn carrière actief betrokken was in het kweken van peren. Hij was als hoogleraar scheikunde van 1817 tot 1830 verbonden aan de Rijksuniversiteit Leuven.

Zijn carrière begon als leerjongen van een apotheker. Hij nam deel aan de Brabantse Omwenteling en werd als aanhanger van Jan Frans Vonck opgesloten in de Hallepoort. Na twee maanden opsluiting werd hij bij gebrek aan bewijs vrijgelaten. In de scheikunde was hij onder de invloed van Antoine Lavoisier een van de eerste actieve aanvallers van de Flogistontheorie in de Nederlanden. Politiek geraakte hij in de invloedssfeer van Claude Roberjot, door de Nationale Conventie aangesteld met het beheer van het Noorden. Van Mons fungeerde voor Roberjot als een invloedrijk adviseur. Dankzij deze contacten werd hij ook geïntroduceerd in de Parijse wetenschappelijke kringen en ontmoette hij vele Europese wetenschappers. Tot zijn leerlingen behoren Louis Melsens, Jean Servais Stas en Laurent-Guillaume de Koninck.

Van Mons staat bekend als de initiatiefnemer van het eerste wetenschappelijk onderbouwde kweekprogramma voor peren door middel van zaadselectie. Hij beschikte over een proeftuin met tachtigduizend zaailingen.

In een relatief korte periode slaagde hij er als actief perenkweker in niet minder dan 40 perenvariëteiten te selecteren, waaronder de in Noord-Amerika nog veelvuldig geteelde cultivars Beurré d'Anjou en Beurré Bosc (ook gekend als Kaiser), beide vlezige soorten met een boterige (vandaar Beurré) smaak. Ook de Dubbele Flip (of Belle Fleur) werd door hem ontwikkeld.

Ook in de druiventeelt werd hij bekend, onder meer als kweker van de Frankentaler "De Coster", een variant op de Frankentaler. In 1835 publiceerde hij zijn bevindingen in het naslagwerk "Pomonomie belge".

In het centrum van Leuven is een straat naar hem vernoemd.

Bibliografie[bewerken]

  • Pharmacopée manuelle; 1800
  • Lettre à Bucholz sur la formation des métaux en général, et en particulier de ceux de Davy, ou Essai sur une réforme générale de la théorie chimique; 1811
  • Grundsätze der Electricitätslehre zur Bestätigung der Franklin'schen Theorie; Marburg, Krieger, 1812
  • Principes élémentaires de chimie philosophique, avec des applications générales de la doctrine des proportions déterminées; 1818
  • Annales générales des sciences Physiques met Jean Baptiste Bory de Saint-Vincent en Pierre Auguste Joseph Drapiez (1778–1856), 8 delen, Brussel, Weissenbruch, 1818-1821
  • Mémoire sur la réduction des alcalis en métal; 1826
  • Mémoire sur quelques erreurs concernant la nature du chlore et sur plusieurs nouvelles propriétés de l’acide muriatique; 1826
  • Quelques particularités concernant les brouillards de différente nature; 1827
  • Arbres fruitiers ou Pomonomie belge; Leuven, 1835-36
  • Sur une particularité dans la manière dont se font les combinaisons par le pyrophore; 1838
  • Efficacité des métaux compactes et polis dans la construction des pyrophores; 1838
Bronnen, noten en/of referenties