Jean-Charles Pichegru
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jean-Charles Pichegru (Arbois, 16 februari 1761 - 15 april 1804) was een Franse generaal. Volgens Charles Nodier werd hij niet geboren in Arbois, maar in Les Planches bij Lons-le-Saulnier.
Zijn vader was arbeider, maar de fraters van Arbois gaven hem een goede opleiding, en een van zijn leermeesters, Père Partault, bracht hem naar de militaire school van Brienne. In 1783 werd hij lid van het eerste regiment van de artillerie, waar hij snel steeg tot de rang van adjudant-onderluitenant. Toen de Franse revolutie begon werd hij leider van de Jacobijnen te Besançon. Toen een vrijwilligersregiment van het departement Gard door de stad marcheerde, werd hij gekozen tot luitenant-kolonel. De goede staat van zijn regiment werd snel opgemerkt in het Rijnleger, en men maakte gebruik van zijn organisatietalent door hem aan te stellen in de staf, en ten slotte tot brigadegeneraal te bevorderen.
In 1793 werden Carnot en Saint-Just eropuit gestuurd om veelbelovende roturier-generaals te vinden; Carnot ontdekte Jourdan, en Saint-Just ontdekte Hoche en Pichegru. Deze moest, in samenwerking met Hoche en het leger van Moselle, de Elzas heroveren en de gedemoraliseerde troepen van de Republiek reorganiseren. Zij slaagden daarin; Pichegru maakte gebruik van het élan van zijn soldaten om talloze kleine schermutselingen te winnen, forceerde met Hoche de linies van Haguenau en ontzette Landau. In december 1793 werd Hoche gearresteerd, naar men zegt deels vanwege de kuiperijen van zijn collega; aldus werd Pichegru opperbevelhebber van het leger van Rhine-et-Moselle, vanwaar hij opgeroepen werd om Jourdan op te volgen in het Noordelijke Leger in februari 1794.
Hij vocht toen zijn drie grote campagnes in datzelfde jaar. De Engelsen en Oostenrijkers hadden een sterke positie langs de Samber tot aan zee. Na een vergeefse poging om het Oostenrijkse midden te breken keerde Pichegru plotseling naar hun linkerflank en versloeg Clerfayt bij Kassel, Menen en Kortrijk, terwijl zijn onderbevelhebber Moreau in mei 1794 Coburg versloeg in de Slag bij Toerkonje (1794); toen, na een pauze, tijdens welke Pichegru een schijnaanval op Ieper deed, stortte hij zich nogmaals op Clerfayt en versloeg hem te Roeselare en bij de veldslag te Hooglede, terwijl Jourdan opmarcheerde met een nieuw leger van Sambre-et-Meuse, en verpletterde de Oostenrijkers in de Slag van Fleurus op 27 juni 1794. Pichegru begon zijn tweede campagne door op 18 oktober de Maas over te steken en Nijmegen in te nemen, waarop de Oostenrijkers zich terugtrokken achter de Rijn. In plaats van winterkwartier te maken, bereidde hij zijn leger voor op een wintercampagne. Die winter was bijzonder streng; op 28 december stak hij de bevroren Maas over en vervolgens op dezelfde manier de bevroren Waal. De Engelsen voor zich uitdrijvend, veroverde hij Utrecht op 19 januari en Amsterdam op 20 januari. Het werd opmerkelijk gevonden dat plunderingen daarbij achterwege bleven. Na de val van Amsterdam was ook de rest van de Nederlanden snel ingenomen.
[bewerk] Wat nu, zei Pichegru
Toen Pichegru de grote rivieren in midden Nederland bereikte, leek dit een onneembare barrière. Wat nu moet Pichegru toen gezegd hebben, wat uiteindelijk heeft geleid tot de uitdrukking Wat nu, zei Pichegru (of Pietje Cru).

