Jean-François Lyotard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jean-Francois Lyotard

Jean-François Lyotard (Versailles, 10 augustus 1924 - Parijs, 21 april 1998) was een postmodern filosoof.

Lyotard studeerde filosofie aan de Sorbonne en was aanvankelijk werkzaam als leraar in het middelbaar onderwijs, onder andere in Algerije. Van 1954 tot 1964 was hij lid van de groep Socialisme ou Barbarie. Hij protesteerde ook tegen de oorlog tegen Algerije. In 1987 ging hij met emeritaat. Zijn filosofie die voor traditioneel ingestelde denkers en andere geïnteresseerden nogal ontoegankelijk is, bestaat deels uit een postmoderne reflectie op Immanuel Kant.

Hij staat bekend als postmodern filosoof maar hij heeft hier zelf de nodige nuanceringen in aangebracht. Zijn denken laat zich niet omschrijven als een systeem waar alles uiteindelijk zijn plaats vindt (zoals het bij moderne denkers veelal wel de bedoeling is, daar staat een dergelijk systeem of in het centrum van de aandacht in de filosofische zoektocht, of het speelt op de achtergrond mee). Lyotard is constant in gesprek met de filosofen uit de westerse geschiedenis en een van de filosofen waar hij zich het meest mee verwant voelt is Ludwig Wittgenstein. Zijn denken vindt in de taal, met de taal en door de taal plaats (zie Wittgensteins linguistic turn) maar met die taal benadert hij ook de hedendaagse thema's (waardoor men zich af kan vragen in hoeverre zijn dialoog met de grote filosofen uit het verleden eigenlijk wel een gelijkwaardige is).

Lyotards ontologie is de ontologie van de taal. De zin is als het atoom in een mechanistisch wereldbeeld. Er is (in zijn eigen woorden) geen eerste zin en geen laatste zin. De zin kenmerkt zich erdoor dat hij bij andere zinnen kan aanhaken. Het is de bedoeling dat de filosoof de regels opspoort volgens welke al die zinnen zich met elkaar zouden kunnen verbinden (het regime). De zinnen zijn fundamenteel heterogeen.

Daarnaast worden allerlei verschillende terreinen met elk hun eigen regime onderscheiden, dit zijn de genres de discours (wetenschap, politiek, ethiek etc. etc.). Elk van deze terreinen onderscheidt zich door zijn eigen teleologie en door de verhouding tussen degeen die de zin uitspreekt en degeen die aan de passieve kant van die taaluiting staat. Niet alleen de zinnen, maar ook de verschillende deelterreinen (de discoursen) zijn fundamenteel heterogeen. Met elk van deze regimes komt een wijze overeen om het universum voor te stellen, en één wijze is niet vertaalbaar in een andere, zegt Lyotard zelf in "Le Différend".

Deze notie verklaart tevens de titel van dit hoofdwerk: een différend is (i.t.t. een litige) een geschil dat niet kan worden opgelost door b.v. een rechter vanwege het ontbreken van een criterium dat in de argumentatie van beide partijen geldig is. Er is geen hogere rechter. Bij Lyotard is deze onmogelijkheid fundamenteel. Hij verzet zich zelfs tegen de zoektocht om de rede toch te unificeren en onder te brengen in een systeem, zoals dat van Georg Hegel. Bij Lyotard is Hegel het archetype van eenheidsdenken dat voor hem equivalent is met totalitair denken.

Evenals andere postmoderne filosofen stelde hij het geloof in de vooruitgang en de waarheid fundamenteel ter discussie. De moderne mens kon volgens Lyotard niet alles beheersen.

Bibliografie[bewerken]

  • La Phénoménologie. 1954.
  • Les transformations Duchamp. 1977.
  • La condition postmoderne. Rapport sur le savoir 1979 (Nederlandse vertaling: Het postmoderne weten. Een verslag. 1987)
  • Le différend. 1983
  • Le postmoderne expliqué aux enfants. 1986 (Nederlandse vertaling: Het postmoderne uitgelegd aan onze kinderen).
  • L'enthousiasme. La critique kantienne de l'histoire. 1986 (Nederlandse vertaling: Het enthousiasme. Kants kritiek van de geschiedenis. 1991)
  • Heidegger et "les juifs". 1988 (Nederlandse vertaling: Heidegger en 'de joden', 1990.)
  • L'inhumain. Causeries sur le temps. 1988 Nederlandse vertaling van een gedeelte hieruit: Het onmenselijke. Causerieën over de tijd. 1992
  • Leçons sur l'analytique du sublime. Kant, Critique de la faculté de juger, 1991.

Literatuur (o.a.)[bewerken]

  • S.Griffioen Lyotard en de grote verhalen, in: Theo de Boer e.a. Moderne Franse filosofen - Foucault, Ricoeur, Irigaray, Baudrillard, Levinas, Derrida, Lyotard en Kristeva (pp.111-125), uitg. Kok Agora, Kampen (1993) ISBN 90 391 0545 6.
  • Erno Eskens Dit is Lyotard. Zijn belangrijkste geschriften, uitg. Kok Agora, Kampen (2003) ISBN 90 391 0884 6.