| Jean-Paul de Jong |
 |
| De Jong tijdens een training van FC Utrecht (2007) |
| Persoonlijke informatie |
| Volledige naam |
Jean-Paul de Jong |
| Bijnaam |
JP, Mister FC Utrecht |
| Geboortedatum |
17 oktober 1970 |
| Geboorteplaats |
Utrecht, Nederland |
| Lengte |
1.75 cm |
| Been |
Rechtsbenig |
| Clubinformatie |
| Spelend bij |
FC Utrecht |
| Positie |
Middenvelder |
| Huidige club |
Jeugdtrainer |
| Jeugd |
|
|
| Senioren * |
|
|
| Getrainde clubs |
|
|
| Erelijst |
|
|
|
| * Bijgewerkt op 20 apr 2009 17:09 (CEST) |
| ** Bijgewerkt op 20 apr 2009 17:09 (CEST) |
|
|
Jean-Paul de Jong (Utrecht, 17 oktober 1970) is een Nederlands voormalig profvoetballer, die vooral bekend is als clubicoon van eredivisionist FC Utrecht. Hij speelde van 1993 tot 2007 voor de club.
Jean-Paul de Jong voorafgaand aan een thuiswedstrijd van FC Utrecht (2009).
De Jong genoot zijn opleiding achtereenvolgens bij DWSV, USV Elinkwijk, Feyenoord, Ajax, Arminia Bielefeld en VfL Osnabrück, voordat hij in 1993 bij FC Utrecht belandde. Hij maakte zijn debuut op 15 september in de uitwedstrijd tegen FC Volendam (2-2). Hij speelde in totaal 14 seizoenen voor Utrecht, en speelde daarin ruim 400 wedstrijden. In die periode maakte hij hoogte -en dieptepunten mee: van de bijna-degradatie in 1996, tot de bekerwinst in 2003 en 2004 (en de Johan Cruyffschaal in 2004). Met 83 gele kaarten was hij recordhouder aller tijden in de geschiedenis van de eredivisie, totdat Patrick Pothuizen het record overnam op 2 mei 2010 met 84 gele kaarten.
Zijn contract liep tot medio 2007. Het seizoen daarop wil hij besteden aan het halen van het trainersdiploma Oefenmeester I, waarna hij zich als jeugdtrainer bij de staf van FC Utrecht zal voegen. Op 12 oktober 2007 werd er een afscheidswedstrijd voor hem gespeeld, en verschijnt er een boek over zijn carrière. [2]
In het seizoen 2005/06 werd de clubicoon verkozen tot speler van het jaar, en ontving daarvoor de David di Tommaso-trofee. Het seizoen daarop werd hij derde: Michel Vorm ging met de prijs aan de haal.
FC Utrecht
- 2003, 2004
Bronnen en referenties [bewerken]