Jean Baudrillard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Foto van Jean Baudrillard in 2004

Jean Baudrillard (Reims, 20 juli 1929 - Parijs, 6 maart 2007) was een Franse socioloog, mediawetenschapper, cultuurcriticus en postmodern filosoof. Als wijsgerig socioloog bleef hij altijd ietwat een buitenstaander die nooit tot een stroming heeft willen behoren.

Levensloop en werk[bewerken]

De meirevolutie van 1968 te Parijs veroorzaakte een plotse wending in het leven van deze leraar Duits die vertalingen van Bertolt Brecht en Peter Weiss publiceerde. De cultuurfilosoof en marxistische denker Henri Lefebvre nam hem onder zijn hoede. Daarna doceerde hij sociologie waarbij zijn kennis van het Duits en het marxisme hem nuttig bleek. Jean Baudrillard was hoogleraar filosofie van cultuur- en mediakritiek aan de European Graduate School.

Vanaf zijn eerste publicatie in 1968 "Le système des objects" streefde hij een autonomie van zijn denken na en isoleerde hij zich compleet in het filosofisch milieu. In de jaren 70 was hij zeer productief met 8 boeken. In het boek "La société de consommation" van 1970 kritiseerde hij scherp de consumptiemaatschappij en stelde hij dat de mens zijn identiteit ontleent aan de verbruikte producten. Hij daagde de Parijse intelligentsia uit met "Oublier Foucault" (1977) en provoceerde in 1996 de kunstwereld met "Le complot de l'art". In "La guerre du Golfe n'a pas eu lieu" (1991) rekende hij af met de hypermediatisering. Een centraal begrip in zijn denken was het verschijnsel "hyperwerkelijkheid" waarmee hij bedoelde dat wij in een "betekenisloze" omgeving leven. Baudrillards uitspraak "We leven na de orgie" ontstemde velen. "Alles kan en alles mag, alles is bevrijd en er zijn geen taboes meer, maar in de plaats van een opwindend feest levert dit een geweldig gevoel van leegte op. We leven in de hel van hetzelfde", dixit Baudrillard.

Simulacrumtheorie[bewerken]

Baudrillards simulacrumtheorie gaat over de echtheid en werkelijkheid van beelden die wij denken te kennen. In deze theorie wordt gesteld dat de mens het contact met de echte wereld is verloren, doordat hij een beeld van de wereld creëert aan de hand van wat hij in de media ziet. Baudrillard zei dat er steeds minder waarheid is, omdat we al onze werkelijkheid baseren op iets wat we zelf (de mensheid) hebben bedacht (in film en media). Een voorbeeld van een 'simulacrum' is dat iedereen weet hoe een neerstortend vliegtuig eruit ziet. Maar wij weten dit doordat we dit op televisie hebben gezien. Het 'kennen' van dit beeld is dus niet gebaseerd op onze eigen waarheid, maar op de waarheid die gecreëerd is op tv. Zijn simulacrumtheorie plaatst de realiteit lijnrecht tegenover de door de beeldcultuur gecreëerde illusie van werkelijkheid (hyperrealiteit genoemd). Een simulacrum is een kopie zonder origineel, het is dus niet meer te linken aan iets origineels, iets echts.

Volgens de filosoof ontbreekt er deze tijd een perspectief en elan en rest er ons het ondergaan van de media, die leven bij de gratie van het voortdurend (her)uitvinden van "nieuws".

Baudrillards kunsttheorie[bewerken]

Baudrillard formuleerde vrij scherp de postmoderne visie op de functie van actuele kunst. Met name sprak hij over het kunstwerk als "genaamtekend" object binnen een systeem van objecten en het kunstwerk als fatale strategie tegen het zinvolheidsdenken.

Kunstwerk als object met socio-economische tekenwaarde[bewerken]

Baudrillard beschouwt het kunstwerk niet alleen als een geschilderd oppervlak, maar ook als een genaamtekend voorwerp. Het wordt daardoor een teken in een systeem: het oeuvre van de kunstenaar. Het schilderij wordt dan niet meer bekeken voor wat het waard is als esthetisch object. Baudrillard ziet het kunstwerk als een teken waardoor de verzamelaar van kunst zich onderscheidt, ofwel als lid van zijn eigen groep, ofwel als middel om te refereren aan een groep met een hoger sociaal statuut.

Kunstwerk als fatale strategie[bewerken]

Volgens Baudrillard is elke vorm van kritische radicaliteit vandaag nutteloos geworden. Alle negativiteit is opgelost in een wereld die schijnbaar een voltooide realisatie is. Er rest ons slechts een "fatale strategie" te openen tegen de raadselachtigheid van de dingen. De kunst meer waard laten worden dan gewone handelswaar is een voorbeeld van zo'n fatale strategie.
Wij baden volgens Baudrillard via de media in een alomtegenwoordigheid en grenzeloze aanwezigheid van communicatie in een geweldige hyperrealiteit van informatie. Ze veegt bijvoorbeeld elke oorspronkelijke nog bestaande scheiding tussen intimiteit en publiciteit weg. In zo'n "spectakelmaatschappij" is alleen nog plaats voor boodschappen die als lege codes circuleren in een systeem van betekenisloze ruil. Sommige beeldende kunstvormen kunnen als balsem een oase van communicatie vormen, als rustoord voor de extase van de communicatie.

Navolging en kritiek[bewerken]

Hoewel Baudrillard zelf nooit tot een denkrichting heeft willen behoren, heeft hij veel invloed gehad bij de latere postmoderne filosofen en mediacritici. In het Nederlands taalgebied behoren onder meer Willem Elias en Johan Sanctorum tot diegenen die voortbouwen op zijn gedachtegoed.

Eind 1997 werd de geloofwaardigheid van Baudrillard op de proef gesteld in het boek Intellectueel bedrog. Postmodernisme, wetenschap en antiwetenschap (EPO) van de fysici Alan Sokal en Jean Bricmont. Daarin analyseren zij de teksten van (vooral) Franse postmoderne intellectuele keizers, die achter hun imposant jargon naakt zijn. Zie ook: Sokal-affaire.

Publicaties[bewerken]

  • Le Système des objets (1968)
  • La Société de consommation (1970)
  • Pour une critique de l'économie politique du signe (1972)
  • Le miroir de la production (1973)
  • L'échange symbolique et la mort (1976)
  • La consommation des signes (1976)
  • Oublier Foucault (1977)
  • L'effet Beaubourg (1977)
  • À l'ombre des majorités silencieuses (1978)
  • L'ange de stuc (1978)
  • De la séduction (1979)
  • Enrico Baj (1980)
  • Cool Memories (1980-1985)
  • Simulacres et simulation (1981)
  • À l'ombre des majorités silencieuses (1982)
  • Les stratégies fatales (1983)
    • De fatale strategieën (vertaald door Maurice Nio en Kees Vollemans) (1985)
  • La Gauche divine (1985)
  • Amérique (1986)
  • L'autre par lui-même (1987)
  • Cool Memories 2 (1987-1990)
  • La transparence du mal (1990)
  • La Guerre du Golfe n'a pas eu lieu (1991)
  • L'illusion de la fin ou la grève des événements (1992)
  • Fragments, Cool Memories 3 (1991-1995)
  • Figures de l'altérité (1994)
  • La pensée radicale (1994)
  • Le crime parfait (1995)
  • Le complot de l'art (1996)
  • Le paroxyste indifférent (1997)
  • Écran total (1997)
  • De l'exorcisme en politique, ou la conjuration des imbéciles (1997)
  • Car l'illusion ne s'oppose pas à la réalité (1997)
  • Le complot de l'art (1997)
  • Illusion, désillusion esthétiques (1997)
  • La grande mutation ; enquête sur la fin d'un millénaire (1998)
  • À l'ombre du millénaire ou le suspens de l'An 2000 (1998)
  • L'échange impossible (1999)
  • Sur le destin (1999)
  • Sur la photographie (1999)
  • Cool Memories IV (2000)
  • Les objets singuliers : architecture & philosophie (2000)
  • Le complot de l'art, entrevues (2000)
  • D'un fragment à l'autre (2001)
  • Mots de passe (2000)
  • L'élevage de poussière (2001)
  • Le ludique et le policier (2001)
  • Au royaume des aveugles (2002)
  • Power Inferno ; Requiem pour les Twins Towers ; Hypothèse sur le terrorisme ; La violence du Mondial (2002)
  • L'esprit du terrorisme (2002)
  • Pataphysique (2002)
  • Au jour le jour, 2000-2001 (2003)
  • Le Pacte de lucidité ou l'intelligence du mal (2004)
  • Cahier de l’Herne nº84, février 2005
  • Cool Memories V (2005)
  • À propos d'Utopie, entretien avec Jean-Louis Violeau (2005)
  • Oublier Artaud, dialogue avec Sylvère Lotringer (2005)
  • Les exilés du dialogue ; Jean Baudrillard et Enrique Valiente-Noailles, entretien - Galilée (octobre 2005)

Literatuur (o.a.)[bewerken]

  • W.J.van Gils Baudrillard over de schijn van de werkelijkheid, in: Theo de Boer e.a. Moderne Franse filosofen - Foucault, Ricoeur, Irigaray, Baudrillard, Levinas, Derrida, Lyotard en Kristeva (pp.64-74), uitg. Kok Agora, Kampen (1993) ISBN 90 391 0545 6.
  • Willem Elias, Tekens aan de wand. Hedendaagse stromingen in de kunsttheorie, Hadewych Antwerpen-Baarn, 1994.
  • Rene Derveaux, Melancholie im Kontext der Postmoderne, WVB Berlin, 2002, ISBN 3-932089-98-7

Externe links[bewerken]

Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Jean Baudrillard.