Jean Becker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jean Becker (Parijs, 10 mei 1933) is een Frans filmregisseur en scenarioschrijver. Hij verwezenlijkte dertien films waarvan de meeste erg in de smaak van het grote publiek vielen.

Biografie[bewerken]

Jean Becker is de zoon van filmregisseur Jacques Becker en de broer van cameraman Étienne Becker en van scriptgirl Sophie Becker (de vrouw van acteur Pierre Vaneck). Hij maakte zijn debuut in de filmwereld als stagiair op de set van de politiefilm Touchez pas au grisbi (1954), een film van de hand van zijn vader. Die film luidde definitief de wederopstanding in van de wat in het slop geraakte carrière van Jean Gabin. Daarna deed hij verder ervaring op als regieassistent van de laatste films van zijn vader en bij Julien Duvivier et Henri Verneuil. Hij nam meerdere scènes op van het drama Le Trou net voor de dood van zijn vader. Zo leerde hij beter schrijver en scenarist José Giovanni kennen, wiens gelijknamige roman aan de basis van die film lag. Niet te verwonderen dat hij voor zijn regiedebuut, de politiefilm Un nommé La Rocca (1961), een andere politieroman van Giovanni in een scenario goot. Op hoofdrolspeler Jean-Paul Belmondo deed hij opnieuw een beroep voor de avonturenfilm Échappement libre (1964) en voor de komedie Tendre Voyou (1966). Deze films behaalden heel wat succes in hun thuisland.

Na Tendre Voyou stapte Becker over naar de televisie om er de meeste episodes van de succesrijke televisieserie Les Saintes chéries (1965-1970) te verwezenlijken. Vervolgens draaide hij gedurende de jaren zeventig een vierhonderdtal publiciteitsspots. Pas een kleine twintig jaar na Tendre Voyou nam hij weer plaats op de filmregisseursstoel om L’Été meurtrier (1983) in te blikken. Dit broeierig liefdes- en wraakdrama werd volledig gedragen door de vertolkingen van het duo Isabelle Adjani en Alain Souchon. De prent was, op één na, dé kassakraker van 1983 in Frankrijk en sleepte vier Césars in de wacht. Het scenario schreef Becker in samenwerking met Sébastien Japrisot, naar diens gelijknamige roman. Later zou hij nog twee films maken naar een scenario van Japrisot.

In 1986 behaalde hij een nieuwe César voor de Beste publiciteitsfilm met Le Clemenceau. Pas in 1995 leverde Becker zijn volgende succesvolle langspeelfilm af : het drama Élisa betekende de definitieve doorbraak voor de acteurscarrière van Vanessa Paradis. Als jonge breekbare en gewelddadige delinkwente had ze er Gérard Depardieu als tegenspeler. Vanaf Élisa begon Becker regelmatiger films te draaien. Daartoe castte hij dikwijls dezelfde acteurs. Zo speelden Jacques Villeret, Suzanne Flon en André Dussollier zowel mee in de tragikomedies Les Enfants du marais (1999) en Un crime au paradis (2001) als in het drama Effroyables jardins (2003).

Er volgden nog twee vermeldenswaardige tragikomedies. In Dialogue avec mon jardinier (2007), een warme ode aan de vriendschap, kreeg kunstschilder Daniel Auteuil opnieuw smaak in het schilderen en in het leven dankzij de gesprekken met zijn tuinman, zijn jeugdvriend en gepensioneerde spoorwegarbeider Jean-Pierre Darroussin. Voor de ontroerende tragikomedie La Tête en friche (2010) kon Becker opnieuw rekenen op Gérard Depardieu die een kwasi ongeletterde vertolkte die dankzij een minzame oude dame weer zin kreeg om te leren lezen. Voor Gisèle Casadesus betekende haar ingetogen hoofdrol naast Depardieu zowaar haar doorbraak op 95-jarige leeftijd bij het grote publiek.

Filmografie[bewerken]

Regisseur[bewerken]

Kortfilm[bewerken]

Langspeelfilms[bewerken]

Televisie[bewerken]

Regieassistent[bewerken]