Jean Giono

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jean Giono (Manosque, 30 maart 1895Manosque, 8 oktober 1970) was een Frans schrijver en dichter.

Leven en werk[bewerken]

Giono werd geboren als zoon van een arme schoenmaker in Alpes-de-Haute-Provence. Na de Eerste Wereldoorlog, waarin hij als soldaat gewond raakte, begon hij verzen te publiceren, later gevolgd door een reeks mythische romans, waarin hij in dichterlijk proza de Provence bezingt, alsook de verbondenheid van mens en natuur. Uiteindelijk leidt dit tot een soort van pantheïsme. Met name in zijn bekende Pan-trilogie Colline (1929), Un de Baumugnes (1929) en Regain (1930), refereert hij voortdurend aan spanningen tussen de moderne mens en de oerkrachten waarvan hij zich bevrijd meent te hebben, maar die zich telkens opnieuw weer openbaren. Centraal staat uiteindelijk de eenzaamheid van de mens.

Strevend naar een ideaal van harmonie verzet Giono zich tegen alles wat dit ideaal in gevaar brengt, ook in zijn eigen leven. Naast zijn pleidooi voor een terugkeer naar de natuur leidt dit tot een soort anarchistisch-pacifistische houding. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd hij geïnterneerd wegens dienstweigering. Aan het einde van de oorlog werd hij opnieuw gevangengezet, nu vanwege zijn steun aan het Vichy-regime.

Vanaf de oorlog tekent zich ook een duidelijke verandering in zijn werk af en schakelt Giono steeds meer over van het ‘mythische’ op historische thema’s. Bekende werken uit deze periode zijn Les âmes fortes (1950, een reeks dialogen van oude vrouwen die bij een dode waken en waarbij de hele dorpsgeschiedenis voorbij komt) en Le hussard sur le toit (1951, over de lotgevallen van een voortvluchtige ‘carbonaro’ tijdens de cholera-epidemie van 1838 in de Provence), later vervolgd in Le bonheur fou (1957). In zijn roman Les deux cavaliers de l’orage (begonnen in 1934, afgemaakt in 1950) weet hij het mythische en het historische met elkaar te vermengen in de vorm van een heftige en tragische strijd tussen twee broers.

Giono was lid van de Académie Goncourt. Zijn werk werd ook meermaals onderscheiden en diverse keren verfilmd. In 1990 werd te zijner ere de literaire Grand prix Jean-Giono ingesteld

Giono stierf in 1970 aan een hartaanval.

Bibliografie[bewerken]

Manosque, waar Giono vrijwel heel zijn leven woonde en in welke omgeving hij zich zo thuis voelde
  • Colline (1928)
  • Un de Baumugnes (1929), verfilmd als Angèle door Marcel Pagnol in 1934
  • Naissance de l'Odyssée (1930)
  • Regain (1930), verfilmd door Marcel Pagnol in 1937.
  • Le Grand Troupeau (1931)
  • Jean le Bleu (1932), verfilmd als La Femme du boulanger door Marcel Pagnol
  • Solitude de la pitié (1932)
  • Le chant du monde (1934); Nederlands: Het zingen van de wereld, vert. Jeanne Holierhoek, 1995
  • Que ma joie demeure (1934)
  • Les vraies richesses (1937)
  • Refus d'obéissance (1937)
  • Batailles dans la montagne (1937)
  • Le poids du ciel (1938)
  • Lettre aux paysans sur la pauvreté et la paix (1938)
  • Précisions et Recherche de la pureté (1939)
  • Vertaling in het Frans van Moby Dick, door Herman Melville (1940)
  • Pour saluer Melville (1941)
  • Triomphe de la vie (1942)
  • Le voyage en calèche (1946)
  • Un roi sans divertissement (1946), verfilmd door François Leterrier in 1963.
  • Noé (1948)
  • Les âmes fortes (1949), verfilmd door Raoul Ruiz in 2000
  • Mort d'un personnage (1949)
  • Les grands chemins 1951; Nederlands: De grote weg
  • Le Hussard sur le toit (1951), verfilmd door Jean-Paul Rappeneau in 1995
  • Le moulin de Pologne (1952); Nederlands: De Poolse molen
  • L'Homme qui plantait des arbres (1953); Nederlands: De man die bomen plantte; verfilmd door Frédéric Back in 1987.
  • Le bonheur fou (1957); Nederlands: Het vreugdevuur
  • Angelo (1958)
  • Deux cavaliers de l'orage (1965)
  • L'histoire du garçon robín (1962)
  • L'Iris de Suse (1970)

Literatuur en bronnen[bewerken]

  • A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur. Bussum, 1980-1984. ISBN 90-228-4330-0

Externe links[bewerken]