Jeanne Demessieux

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jeanne Marie Madeleine Demessieux (Montpellier, 13 februari 1921 - Parijs, 11 november 1968) was een Franse organiste, pianiste, componiste en pedagoge.

Zij was een van de weinige vrouwelijke organisten die zeer bekend was omwille van haar virtuositeit. In 1933, op twaalfjarige leeftijd, was ze al organist-titularis in de kerk Saint-Esprit (12e arrondissement). Deze positie heeft ze 29 jaar vervuld. Van 1936-1939 en van 1941-1946 studeerde ze bij Marcel Dupré, die haar terecht prees als zijn beste leerling ooit. In 1946 gaf ze haar eerste concert in de Salle Pleyel in Parijs. Dit was de start van een internationale carrière als organiste (meer dan 700 concerten in Europa en de Verenigde Staten). Demessieux had een goed geheugen. Ze kende 2500 werken, inclusief de complete orgelwerken van Bach, Franck en Liszt uit het hoofd. In 1962 werd ze organiste in de Parijse kerk La Madeleine. Daarnaast was ze professor aan het conservatoire Royal in Luik (1952-1968) en het conservatorium in Nancy (1950-1952). Eén van haar bekende leerlingen was de Nederlandse organist Charles de Wolff. In 1960 werd ze opgenomen in de Ordre de la Couronne de Belgique als ridder. Van haar oeuvre zijn vooral de Six Études, op. 5 (1944) zeer gekend vanwege de zeer hoge moeilijkheidsgraad.

Ze overleed aan kanker. Ze werd begraven vanuit La Madeleine, waar tijdens de uitvaartdienst het orgel niet werd bespeeld en deze was bedekt met een zwart laken tot aan de vloer.

Composities[bewerken]

Orgel solo[bewerken]

  • Nativité, op. 4 (1943/44)
  • Six études, op. 5 (1944)
    • Pointes
    • Tierces
    • Sixtes
    • Accords alternés
    • Notes répétées
    • Octaves
  • Sept méditations sur le Saint-Esprit, op. 6 (1945–47)
    • Veni Sancte Spiritus
    • Les eaux
    • Pentecôte
    • Dogme
    • Consolateur
    • Paix
    • Lumière
  • Triptyque, op. 7 (1947
    • Prélude
    • Adagio
    • Fugue
  • Twelve Choral-Preludes on Gregorian Chant Themes, op. 8 (1947)
  • Andante (Chant donné) (1953)
  • Te Deum, op. 11 (1957/58)
  • Répons pour le temps de pâques: Victimae paschali laudes (1962/63)
  • Répons pour les temps liturgiques (1962–66)
    • Répons pour le temps du Très-Saint-Rosaire: Ave Maria
    • Répons pour le temps d'Advent: Consolamini
    • Répons pour le temps du Saint-Sacrement: Lauda Sion (eerste versie, 1963)
    • Répons pour le temps du Saint-Sacrement: Lauda Sion (tweede versie, 1966)
  • Prélude et fugue en ut, op. 13 (1964)