Jeffrey Dahmer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jeffrey Dahmer in 1978

Jeffrey Lionel Dahmer (West Allis (Wisconsin), 21 mei 1960 - Portage (Wisconsin), 28 november 1994) was een Amerikaanse seriemoordenaar, necrofiel en kannibaal, wiens naam in de Verenigde Staten haast een synoniem is geworden voor dit begrip.

De zaak-Dahmer is niet alleen opmerkelijk vanwege diens daden, maar ook vanwege nalatigheid van de politie, alsmede de vermoedens bij sommigen dat racisme een rol zou hebben gespeeld. Hoewel Dahmer inderdaad voornamelijk niet-blanke mannen als slachtoffer koos, is dit echter hoogstwaarschijnlijk een gevolg van het feit dat in zijn omgeving voornamelijk niet-blanken woonden.

Jeugd[bewerken]

Jeffrey Dahmer werd op 21 mei 1960 geboren als zoon van gepromoveerd scheikundige Dr. Lionel Herbert Dahmer, en Joyce Annette Dahmer-Flint. Hij had een zeven jaar jongere broer genaamd David.

Jeffrey was een gelukkig kind, maar vereenzaamde in toenemende mate vanaf zijn zesde. Hij raakte meer en meer gefascineerd door dierenbotten en dode dieren. Hij ging op zoek naar overreden dieren om ze later te kunnen ontleden. Hij had slechts één vriend, met wie hij het contact verloor rond zijn 15e. Tijdens zijn middelbareschooltijd begon hij te drinken, en hij verliet zijn high school als alcoholist. Tegen die tijd, in 1977, scheidden zijn ouders.

Vervreemding[bewerken]

Jeffrey toonde geen enkele motivatie om een carrière op te bouwen, en ging slechts aan Ohio State University studeren omdat zijn vader en diens nieuwe vrouw Shari daarop aandrongen. Na een eerste semester waarin hij vrijwel geen nuchter moment kende, verliet hij de universiteit. Zijn vader stelde hem daarop voor de keuze een baan te zoeken of het leger in te gaan. Uiteindelijk, toen Jeffrey de keuze zelf niet maakte en voortdurend bleef drinken, reed Lionel hem zelf naar het rekruteringsbureau van het leger. In het leger leek alles uiteindelijk toch nog goed te komen, maar in 1981 werd hij oneervol ontslagen wegens zijn alcoholprobleem en het daaruit voortvloeiende gedrag. Na enige tijd in Miami door te hebben gebracht, keerde hij terug naar zijn ouders in Ohio, om in 1982 bij zijn oma in zijn geboorteplaats West Allis in te trekken. Uiteindelijk vond hij hier ook een baantje in een chocoladefabriek.

Eerste aanrakingen met justitie[bewerken]

Zes jaar woonde Jeffrey bij zijn oma, en hij vertoonde steeds vreemder gedrag. Hij verzamelde dode dieren en loste ze in de kelder met chemicaliën op. Dit veroorzaakte de nodige stankoverlast. Ook stal hij een mannelijke etalagepop uit een kledingwinkel en vond zijn oma een .357-magnum onder zijn bed. Verder kwam Jeffrey meerdere malen in aanraking met justitie. Na al te zijn gearresteerd in 1981 wegens openbare dronkenschap, volgden in 1982 en 1986 arrestaties wegens onzedelijk gedrag, waarvan de tweede keer in 1986 wegens masturberen in het bijzijn van twee minderjarige jongens. Deze tweede arrestatie leverde hem een voorwaardelijke gevangenisstraf op. Al deze overlast leidde ertoe dat Jeffrey Dahmers oma hem niet meer in huis wilde hebben en hem vroeg weg te gaan.

Op 26 september 1988, de dag voor Jeffrey Dahmer zijn nieuwe appartement zou betrekken, werd hij gearresteerd wegens het drogeren en misbruiken van een 13-jarige etnisch Laotiaanse jongen genaamd Somsack Sinthasomphone. Dit leverde hem een veroordeling van zes jaar gevangenisstraf, waarvan 5 jaar voorwaardelijk. Dat ene jaar diende hij onder een 'work release'-regime, waarbij hij slechts zijn vrije tijd in de gevangenis moest doorbrengen en buiten de gevangenis zijn baan mocht behouden. Bovendien werd hij als zedendelinquent geregistreerd. Na zijn vervroegde invrijheidstelling 10 maanden later, trok hij alsnog in zijn nieuwe appartement.

Lionel Dahmer stond zijn zoon na iedere arrestatie bij en betaalde diens advocaat.

De moorden[bewerken]

Niemand kon vermoeden dat Jeffrey Dahmer in werkelijkheid al vier moorden had begaan. Zijn eerste slachtoffer was Steven Hicks, een lifter die hij in juni 1978 had opgepikt, in de tijd dat hij nog bij zijn ouders woonde. Na te hebben gevreeën en gedronken wilde Hicks weggaan, wat Dahmer niet kon accepteren. Hij sloeg Hicks daarom dood met een halter, ontleedde het lichaam, en begroef het ten slotte in de achtertuin van zijn ouders. Negen jaar later vermoordde Jeffrey Dahmer op 15 september 1987 de 26-jarige Steven Tuomi. Op 1 januari 1988 vermoordde hij de 14-jarige indiaanse jongen James "Jamie" Doxtator, en op 24 maart hetzelfde jaar de Mexicaanse Richard Guerrero.

In de moorden op Tuomi, Doxtator en Guerrero ontwikkelde Dahmer zijn werkwijze. Hij hing bij homobars en -badhuizen rond op zoek naar een slachtoffer. Wanneer hij iemand had gevonden, probeerde hij hem mee te lokken onder het mom van een seksueel afspraakje, of bood geld voor het maken van naakt- of homo-erotische foto's. Het slachtoffer werd vervolgens gedrogeerd door hem een drankje aan te bieden met daarin verpulverde slaaptabletten. Wanneer het slachtoffer dan uiteindelijk weerloos was, werd het gewurgd. Hierna had Dahmer vaak orale of anale seks met het dode lichaam, waarna hij het ontleedde. Ook masturbeerde hij wel eens bij de lichamen. Hierbij at hij ook vaak delen van zijn slachtoffer op, zoals de biceps. De schedel werd vervolgens bewaard, evenals de penis, die op sterk water werd gezet. De rest werd opgelost in zuur en weggespoeld, of begraven. Van de schedels maakte Dahmer een 'altaar'.

Bij latere slachtoffers boorde Dahmer na hen te hebben gedrogeerd een gaatje in hun schedel om zoutzuur in de hersenen te kunnen injecteren. Op deze manier hoopte hij een soort willoze zombies te kunnen creëren, die al zijn (seksuele) wensen konden vervullen. Naar Dahmers eigen zeggen overleefden sommige slachtoffers deze behandeling en veranderden ze inderdaad in 'zombies', maar overleden ze na enkele dagen alsnog.

Naarmate de tijd voortschreed namen de intervallen tussen de moorden af. Tussen de eerste moord in 1978 en de tweede in 1987 zat 9 jaar. In het jaar daarop, 1988, pleegde hij twee moorden. In 1989 pleegde hij er 'slechts' een, maar in 1990 maakte Dahmer 4 slachtoffers. In 1991, het jaar van Dahmers arrestatie, pleegde hij 8 moorden, waarbij hij op het laatst wekelijks een moord pleegde.

Konerak Sinthasomphone[bewerken]

Een van Dahmers meest tragische slachtoffers was Konerak Sinthasomphone, temeer omdat de politie niet adequaat op dit incident reageerde. Toevalligerwijs was dit ook de jongere broer van Somsack Sinthasomphone, die in 1988 door Dahmer was misbruikt waarvoor deze bovendien was veroordeeld en geregistreerd. Bovendien zou de nalatigheid van de politie volgens sommigen ingegeven zijn door racisme en homofobie.

In de vroege morgen van 27 mei 1991 troffen twee jongere vrouwen de 14-jarige Konerak Sinthasomphone aan. Hij was naakt, gedrogeerd, bebloed en bloedde uit zijn anus. Dahmer verscheen al snel ten tonele, en probeerde de jongen terug naar zijn huis te halen. De vrouwen weigerden dit en belden de politie en een ambulance. De politie geloofde Dahmers kant van het verhaal, namelijk dat de jongen zijn 18-jarige vriend was met wie hij had gedronken waarna ze ruzie hadden gekregen. Dahmer kwam kalm en rationeel over terwijl de vrouwen kijverig overkwamen, de jongen leek inderdaad dronken, en de agenten verloren vrij snel hun belangstelling.

De politie bracht de jongen naar Dahmers huis waar ze hem achterlieten, ondanks de stank die in het huis hing. Deze stank bleek afkomstig van het ontbindende lichaam van Dahmers vorige slachtoffer, Tony Hughes. Bovendien verifieerde de politie noch de leeftijd van Sinthasomphone, noch Dahmers registratie als zedendelinquent. Sinthasomphone was te gedrogeerd en verdoofd om te kunnen uitleggen dat Dahmer hem wilde doden en dat hij rende voor zijn leven. De politie liet hem bij Dahmer achter en vertrok. Dahmer wurgde Sinthasomphone, sodomiseerde en ontleedde zijn lichaam, en bewaarde zijn schedel. De politie ondernam geen verdere actie. Toen de moeder van een van de zwarte vrouwen, Glenda Cleveland, opbelde om te vragen wat er met 'die Aziatische jongen' was gebeurd, kreeg ze te horen dat hij een volwassene was. Toen ze aandrong, antwoordde de dienstdoende agent dat hij terug naar huis was gegaan met zijn vriend en dat hij verder ook niet kon helpen wat iemands seksuele voorkeur was. Toen Cleveland nadien een verband legde tussen het incident en de vermissing van Sinthasomphone en de politie nogmaals opbelde, pakte niemand dit op en werd niemand naar haar toegestuurd. Ook de FBI reageerde niet op Clevelands telefoontje.

Twee van de drie dienstdoende agenten, John Balcerzak en Joseph Gabrish, zijn nadien oneervol ontslagen wegens hun nalatigheid en homofobe opmerkingen in de politieauto. Zo maakten ze opmerkingen over de 'hereniging van de minnaars', en vonden dat ze nu 'ontluisd' moesten worden omdat ze de jongen hadden aangeraakt. De agenten hebben hun ontslag succesvol aangevochten en hun carrière bij de politie voortgezet.

Arrestatie[bewerken]

De eerste helft van 1991 nam de frequentie van de moorden toe tot wekelijks. Bewoners klaagden over de stank die in het appartementencomplex hing, alsmede over de geluidsoverlast. Toch deden deze zaken Dahmer niet de das om.

Op 22 juli 1991 probeerde Dahmer de jonge Tracy Edwards mee te lokken. Edwards weigerde zich te laten handboeien waarna Dahmer hem onder bedreiging van een mes dwong de slaapkamer in te gaan. Foto's van dode verminkte lichamen van Dahmers slachtoffers en de stank overtuigden Edwards dat hij het volgende slachtoffer zou zijn en dat hij zou moeten vechten voor zijn leven. Edwards sloeg Dahmer in zijn gezicht en trapte hem in zijn maag, en ontsnapte. Op straat hield hij een politiewagen aan. De agenten gingen met Edwards terug naar het appartement waar Dahmer hen kalm en vriendelijk bejegende. Deze keer lieten de agenten zich echter niet afschepen. Ze troffen de foto's en het mes aan, en vonden in de koelkast een hoofd. Dahmer verzette zich en bedreigde de agenten, maar werd gearresteerd.

Nadien vond de politie drie hoofden en een menselijk hart in de koelkast, foto's van verminkte lichamen van de slachtoffers (al dan niet erotisch getint), meerdere menselijke schedels (vaak grijs geverfd om de indruk te wekken dat de schedel niet echt was), een voorraad chloroform om slachtoffers mee te bedwelmen, afgesneden handen, en penissen op sterk water. Dahmer werd in voorlopige hechtenis genomen op een borgsom van 1 miljoen dollar.

Berechting, gevangenschap en overlijden[bewerken]

Jeffrey Dahmer's strafproces begon op 30 januari 1992. Hij werd berecht op 17 tenlasteleggingen voor moord, wat uiteindelijk teruggebracht werd tot 15. De moordpoging op Edwards werd hem niet ten laste gelegd daar Justitie al genoeg had om Dahmer tot meerdere malen levenslang te laten veroordelen. Dahmer probeerde zich te verweren met een beroep op ontoerekeningsvatbaarheid, maar dit werd verworpen. Na Dahmers veroordeling tot in totaal 957 jaar gevangenisstraf, werd hij in mei 1992 aan Ohio uitgeleverd waar hij de moord op Steven Hicks bekende. Nadien toonde Dahmer spijt.

De Duitse politie heeft onderzocht of er een link bestond tussen Dahmer en een aantal onopgeloste moorden tijdens diens diensttijd, waarin hij in West-Duitsland was gestationeerd. Een dergelijke link is tot nu toe nog niet gevonden. Ook heeft de politie van Florida onderzocht of Dahmer tijdens zijn verblijf in Miami wellicht betrokken was bij de moord op Adam Walsh in 1981. De zaak is in 2008 uiteindelijk gesloten, waarbij de politie van Florida heeft geconcludeerd dat Ottis Toole de meest waarschijnlijke dader was.

Dahmer werd in de gevangenis een wedergeboren christen, na het lezen van door zijn vader toegestuurd evangelisch materiaal. Hij werd gedoopt door Roy Ratcliff.

In juli 1994 werd Dahmer met een shank aangevallen in de gevangeniskapel door een andere gedetineerde, waarbij hij oppervlakkige verwondingen opliep. Dahmer werd eind 1994 samen met een andere gedetineerde, Jesse Anderson, vermoord door medegevangene Christopher Scarver. Op verzoek van zijn moeder werden zijn hersenen voor later onderzoek geconserveerd. Zijn vader daagde zijn moeder hiervoor voor het gerecht, teneinde Jeffrey Dahmers wens om gecremeerd te worden te vervullen. In 1995, een half jaar na zijn dood, werd de vader in het gelijk gesteld en zodoende werden Jeffrey Dahmers hersenen vernietigd.

Literatuur[bewerken]

  • Step into My Parlor: The Chilling Story of Serial Killer Jeffrey Dahmer - Edward Baumann (september 1991)
  • The Milwaukee murders: Nightmare in apartment 213-- the true story - Don Davis (1 november 1991)
  • The Jeffrey Dahmer Story: An American Nightmare - Don Davis (15 november 1991)
  • The Man Who Could Not Kill Enough: The Secret Murders of Milwaukee's Jeffrey Dahmer - Anne E. Schwartz (juni 1992)
  • Milwaukee Massacre: Jeffrey Dahmer and the Milwaukee Murders - Robert J. Dvorchak, Lisa Holewa (31 juli 1992)
  • Jeffery Dahmer: A Bizarre Journey into the Mind of America's Most Tormented Serial Killer - Joel Norris (1 augustus 1992)
  • The Shrine of Jeffrey Dahmer - Brian Masters (18 november 1993)
  • A Father's Story - Lionel Dahmer (maart 1994)
    • In het Nederlands uitgebracht als 'Mijn zoon de seriemoordenaar'
  • Dark Journey Deep Grace: Jeffrey Dahmer's Story of Faith - Roy Ratcliff, Lindy Adams (1 juni 2006)
  • My Friend Dahmer - Derf Backderf (1 maart 2012)

Films[bewerken]

  • Jeffrey Dahmer: the secret life, 5 november 1993 [1] (meest gedetailleerd)
  • Dahmer, een film van David Jacobson, 21 juni 2002 [2]
  • Raising Jeffrey Dahmer, Renegade Pictures, 13 april 2006 [3]
  • Jeff,ook bekend als The Jeffrey Dahmer Files, 10 maart 2012 [4]
Bronnen, noten en/of referenties