Jenny (schoener)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De schoener Jenny kwam vast te zitten in het pakijs van Straat Drake

De schoener Jenny was een Engelse schoener, waarvan gezegd werd dat het schip in 1823 klem kwam te zitten in het pakijs van de Straat Drake; pas jaren later werd het schip gevonden door een walvisvaarder. De lichamen van de opvarenden waren geconserveerd door de arctische koude. Men twijfelde later aan het bestaan van het schip; het verhaal werd toen gezien als arctische folklore en inspireerde veel Australische dichters. [1]

Beschrijving[bewerken]

De schoener Jenny werd op 22 september 1844 ontdekt door kapitein Brighton van de walvisvaarder Hope, nadat het schip 17 jaar lang vast had gezeten in het ijs. De mensen die het schip betraden vonden het laatste logboek van de kapitein, waarin stond: May 4, 1823. No food for 71 days. I am the only one left alive. De laatste haven, aangedaan door het schip, was de haven van Lima geweest. De koude had de lichamen geconserveerd; de kapitein zat in zijn stoel, terwijl hij een pen vasthield (precies zoals in de legende van het schip Octavius). De Jenny had zeven man aan boord, waaronder een vrouw en een hond. De lichamen kregen een zeemansgraf en Brighton gaf het logboek aan de admiraliteit van Londen. Ter nagedachtenis aan de Jenny werd in 1960 de Jenny Buttress, een gebouw op King George Island, door de UK Antarctic Place-Names Committee, naar haar genoemd.[2] De Australische dichter Rosemary Dobson schreef over de Jenny in haar gedicht The ship of Ice uit 1948; dit gedicht won de Sydney Morning Herald Award voor beste gedicht van het jaar.[3] In het gedicht wordt de Jenny in 1860 geplaatst, 20 jaar later dan het geval was geweest.[1] In het gedicht wordt gesproken over de Jenny als over een "ship caught in a bottle, becalmed in Time and sealed with a cork of ice."[1] Volgens Dobson was haar bron een anoniem verslag: The Drift of the Jenny, 1823-1840.[1]

Het schip en de context vormden later waarschijnlijk de inspiratie voor een van de gebeurtenissen in de striproman van Jacques Tardi Le démon des glaces uit 1974. Het verhaal speelt zich af in 1889, wanneer een passagiersschip, de L'Anjou, de Barentszzee doorkruist en een noodlottige ontmoeting heeft met een vreemd spookschip, dat gestrand is op een grote ijsberg. Het schip wordt de IJsland schoener genoemd en wanneer de bemanning van de L'Anjou het spookschip betreedt vindt men de bemanning precies zo als die van de Octavius en de schoener Jenny. De kapitein is eveneens gezeten in zijn hut, terwijl hij met zijn bevroren vinger wijst naar een bepaald punt op zijn zeekaart (precies waar het schip zich dan bevindt). Direct hierna vliegt de L'Anjou, voor de ogen van de bemanning, in de lucht en is men aldus gestrand op het spookschip. Een andere inspiratiebron voor het verhaal is mogelijk de vreemde zaak van de Mary Celeste.

Portal.svg Portaal Marine
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d Elizabeth Leane, The Littoral Zone: Australian Contexts and Their Writers, Rodopi, 2007, “"A Place of Ideals in Conflict": Images of Antarctica in Australian Literature” ISBN 90-420-2218-3.
  2. Jenny Buttress. Antarctic Gazetteer. Australian Antarctic Data Centre Geraadpleegd op 2008-03-31
  3. Papers of Rosemary Dobson. National Library of Australia Geraadpleegd op 2007-07-13