Jeremia (boek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jeremia
Jeremia in de Sixtijnse kapel
Jeremia in de Sixtijnse kapel
Auteur Jeremia
Tijd 7e-6e eeuw v.Chr.
Taal Hebreeuws
Categorie Profetie
Hoofdstukken 52
Vorige boek Jesaja
Volgende boek Klaagliederen
(in de Tenach Ezechiël)

Het boek Jeremia (יִרְמְיָהוּ Yirməyāhū) is een van de boeken behorende tot het Oude Testament in de Bijbel. Jeremia wordt gerekend tot de Grote profeten. In de Tenach wordt hij gerekend tot de latere profeten. De Hebreeuwse naam Jiremi-jahoe" betekent "God verhoogt hem".

Inhoud[bewerken]

Het boek bevat de profetieën van de profeet Jeremia.

  1. De inleiding, hoofdstuk 1, beschrijft de roeping van Jeremia.
  2. Vermaningen van de zonden van de joden.
  3. Een algemeen overzicht van de naties, in twee delen. (deel 1: hoofdstuk 46-49, deel 2: hoofdstuk 25).
  4. Hoop op betere tijden: hoofdstuk 30-35.
  5. Conclusies (1.) hoofdstuk 36, (2.) hoofdstuk 45.

In de hoofdstukken 1 t/m 24, opgetekend door Baruch, vertelt Jeremia over zijn worstelingen met God, zijn roeping en het geloof. Op delen van de hoofdstukken 19 en 20 na, zijn ze geschreven in de ik-vorm. Het begint met de twee visioenen die hij in 627 kreeg: God waarschuwt "Van het noorden zal zich dit kwaad opdoen over alle inwoners des lands". De hoofdstukken 26 t/m 45 beschrijven de ervaringen van Jeremia in de derde persoon. Het boek is niet chronologisch samengesteld, en bevat allerlei aanvullingen en uitbreidingen. In het aansluitende boek Klaagliederen doet Jeremia uitgebreid zijn beklag over de val van zijn geliefde stad, Jeruzalem.

De structuur van het boek komt hiermee overeen met die van Jesaja en Ezechiël: een inleiding, gevolgd door vermaningen aan de joden, daarna vermaningen van de volken in de omtrek, gevolgd door andere profetieën.

Er wordt verondersteld dat na een tussenpoos Jeremia in Egypte drie secties heeft toegevoegd, namelijk hoofdstuk 37-39, 40-43, en 44.

De belangrijkste Messiaanse profetieën worden gevonden in hoofdstuk 23:1-8, 31:31-40 en 33:14-26.

Jeremia's profetieën zijn opmerkelijk door de frequente herhaling van dezelfde woorden en beelden. Ze beslaan een periode van ongeveer 30 jaar. Aangenomen wordt dat de profetieën niet in chronologische volgorde in het boek zijn opgenomen.

De volgorde van de tekst in de Septuaginta verschilt van de volgorde in de Vulgata en de Masoretische Tekst. Deze laatste zijn ongeveer één achtste langer dan de Griekse tekst. In de Septuaginta ontbreken hoofdstuk 10:6-8, 27:19-22, 29:16-20, 33:14-26, 39:4-13, 52:2, 3, 15, 28-30, etc. In totaal betreft het hier zo'n 2700 woorden.