Jerobeam I

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jerobeam I
Gerard Hoet, Ahia's profetie tegen Jeroboam, 1728.
Gerard Hoet, Ahia's profetie tegen Jeroboam, 1728.
Koning van het Tienstammenrijk Israël
Periode 931-901 v.Chr.
Voorganger Salomo
Opvolger Nadab
Vader Nebat (stam van Efraïm)
Dynastie Huis van Jerobeam

Jerobeam I ("vermeerdering van het volk") was de zoon van Nebat uit de stam van Efraïm (1 Koningen 11:26-39) en de eerste koning van het Tienstammenrijk Israël. Hij regeerde van 931 v.Chr. tot 901 v.Chr. Hij was eerder al door Salomo gepromoveerd tot leider van de werken.

Tegenstander van Salomo[bewerken]

Volgens het bijbelboek 1 Koningen werd Salomo ontrouw aan JHWH, omdat hij andere goden ging vereren. Hierdoor werd JHWH jaloers en besloot Salomo te straffen door hem drie tegenstanders (Hebreeuws: satan[1]) te geven om hem delen van zijn koninkrijk te ontnemen: Hadad de Edomiet, Rezon de Syriër en Jerobeam. Salomo's priesters stuurden de profeet Achia naar Jerobeam. Hij droeg een nieuwe mantel en scheurde die in twaalf stukken. Die stelden de twaalf stammen van Israël voor. Hij gaf Jerobeam tien stukken en zei dat hij koning over tien van de twaalf stammen zou worden. Omdat David God altijd trouw had gediend zou het koninkrijk pas na Salomo's dood uiteenvallen. Na de profetie van Achia begon Jerobeam tegen Salomo samen te zweren, maar de samenzwering werd ontdekt en Jerobeam vluchtte naar farao Sjisjak (Sjosjenq I) van Egypte.

Tegenstander van Rechabeam[bewerken]

Na Salomo's dood kwamen de stammen van Israël bijeen in Sichem om Salomo's zoon Rechabeam tot koning te verheffen. Dit ging echter niet zonder problemen: de noordelijke stammen, de eigenlijke Israëlieten, waren ontevreden over de invloed van Salomo's stam, Juda, en wilden afschaffing van de dwangarbeid en een belastingverlaging. Rechabeam luisterde naar de adviseurs van zijn vader, die hem aanraadden tegemoet te komen aan de eisen van de noordelijke stammen. Maar hij luisterde ook naar de jongemannen waarmee hij was opgegroeid, en zij adviseerden hem om zich nog harder op te stellen tegenover de stammen. Deze onenigheid over belastinginning en werkverdeling draaide in feite rond de religieuze machtsstrijd die op de achtergrond steeds aan de gang was omdat nog velen de oude moedergodincultus bleven aanhangen, wat door anderen als 'afgoderij' werd bestempeld. Rechabeam wees de eisen van de hand, waarop de vertegenwoordigers van de noordelijke stammen bij hem wegliepen, en stelden dat zij niets meer met het huis van David te maken hadden. Zij kozen Jerobeam, die uit ballingschap was teruggekeerd, tot koning. Alleen de stam van Juda en de stam van Benjamin bleven Rechabeam dus trouw en vormden het zuidelijk koninkrijk Juda dat zich vanaf nu, in 922 v.Chr., definitief van het noordelijke koninkrijk Israël afsplitste. Volgens de auteur van dit verhaal uit 1 Koningen was dit zo door JHWH beschikt.

Koning van Israël[bewerken]

Jerobeam maakte Sichem tot zijn hoofdstad en begon er zijn heerschappij over de tien noordelijke stammen. In 918 v.Chr. was Farao Sjosjenq I door Palestina opgerukt en had zowel in Israël, waar hij Megiddo plunderde, als in Juda verwoestingen aangericht, zodat heel wat moest heropgebouwd worden. (Sjosjenqs zegetocht staat op de tempel in Karnak afgebeeld). Jerobeam was bezorgd dat de bevolking, omdat deze JHWH in de Tempel te Jeruzalem vereerde, onder Rechabeams heerschappij zou willen gaan leven. Hij plaatste daarom aan de uiterste noord- en zuidgrens van zijn koninkrijk Israël, namelijk in Bethel en Dan, twee gouden stierkalveren (waarschijnlijk sfinxachtige cherubs) en herbevestigde daarmee de oude cultus voor de Israëlieten als tegenhanger voor de dienst van JHWH die in de tempel van Jeruzalem doorging. Dit was volgens de op Jeruzalem georiënteerde priesters die de Bijbel schreven een overtreding van de tien geboden. Zij beschouwden deze koning vanuit hun standpunt als een ketter en rebel. Jerobeam raakte in Juda dan ook bekend als de koning die "Israël liet vervallen tot zonde". Hij was als eerste koning van Israël voor de rest van zijn regering in oorlog met het zuidrijk Juda. Na zijn dood in 901 v.Chr. werd Jerobeam in Israël opgevolgd door zijn zoon Nadab.

Trivia[bewerken]

  • Een 3-literfles voor champagne wordt ook een Jerobeam genoemd.


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het Hebreeuwse woord הַשָּׂטָן ha-satan betekende "de aanklager" of "de tegenstander". In latere bijbelboeken en vertalingen is dit een specifieke bovennatuurlijke figuur geworden met een hoofdletter-S: Satan, ook wel bekend als de Duivel. In de context van Koningen betekent het echter slechts een aardse, menselijke tegenstander van koning Salomo.