Jerom
Jerom (ook wel liefkozend Jerommeke genoemd) is een figuur uit de stripreeks Suske en Wiske. Hij werd in 1953 geïntroduceerd in het album De dolle musketiers.
Jerom staat vooral bekend om zijn bovenmenselijke spierkracht en andere vaardigheden. Hij is een van de populairste personages uit de reeks.
Het personage kreeg bovendien een eigen stripreeks.
Inhoud |
Introductie en ontwikkeling [bewerken]
Jerom maakte zijn debuut in het album De dolle musketiers. Willy Vandersteen tekende hem toen nog als een brute dommekracht, gekleed als een holbewoner. Het personage was beïnvloed door de holbewoner uit de Amerikaanse stripreeks Alley Oop door V.T. Halmin.[1] Vandersteen en het publiek hielden van de figuur die algauw één van de populairste personages uit Suske en Wiske werd.
Jeroms succes was zo groot dat hij in 1960 een stuk speelgoed werd: de "Op-Jerommeke" (waarvoor reclame wordt gemaakt in De zingende zwammen, als de in paddenstoelen veranderde kinderen "Kom speel eens mee, Op-Jerommeke" zingen). In 1962 kreeg Jerom zijn eigen spin-off: Jerom (stripreeks) (zie ook onderaan dit artikel).
Toch kreeg het personage ook kritiek te verwerken. Al bij zijn debuut ontving Vandersteen kwade lezersbrieven waarin lezers zeiden dat "hun ontbijt niet meer smaakte" als ze de figuur in hun krant zagen. Vandersteen zorgde er geleidelijk aan voor dat Jerom zich niet meer halfnaakt in een berenvel kleedde, maar een gewoon hedendaags vest, broek en schoenen begon te dragen.
Andere lezers vonden dan weer dat de introductie van Jerom als deus ex machina die elke vijand en ieder probleem oplost de reeks net voorspelbaarder heeft gemaakt. Om die reden wordt Jerom in sommige albums wel eens op reis gestuurd of vroegtijdig uitgeschakeld.
Biografie en familie [bewerken]
In De malle mergpijp (1973) wordt verteld dat Jerom uit de prehistorie afkomstig is. Hij dankt zijn enorme kracht aan een sjamaan die met een mergpijp kleurstof op een grottekening blies. Jeroms moeder leren we in ditzelfde album kennen. Ze is een gezette vrouw, genaamd Moe Mie. Ook in dit album blijkt dat zijn vader omkwam tijdens een gevecht tegen de Grotkastaars. Pas in De primitieve paljassen (2006) vernemen we dat Moe Mie een broer heeft, dit is dus een oom van Jerom.
Ergens tijdens zijn prehistorische leven raakte Jerom ingevroren en werd pas ontdooid in de 17e eeuw door hertog Le Handru. De booswicht zette Jerom in als geheim wapen. Suske, Wiske, Lambik en Tante Sidonia wisten hem echter aan hun kant te krijgen, waarna Jerom mee naar hun eigen tijd geflitst werd.
In De nerveuze Nerviërs (1967) beweert professor Barabas in strook 31 dat Jeroms eerste geslacht in het Oude Gallië ontstond, vlak voor de Romeinen het gebied kwamen veroveren. Volgens zijn theorie heeft Jerom zijn kracht te danken aan het feit dat zijn voorouders in hun jeugd allemaal sterk en wilskrachtig waren. Dit spreekt echter het feit tegen dat Jerom een holbewoner is die in de 17e eeuw pas werd ontdooid. Als Jerom dus uit de prehistorie afkomstig is kan zijn eerste geslacht nooit pas tijdens de periode van de Romeinse verovering van Gallië ontstaan zijn. In latere albums, zoals De malle mergpijp (1973), De slimme slapjanus (1993) en De primitieve paljassen (2006) volgt men meer de versie dat Jerom uit de prehistorie afkomstig is.
Sinds hij naar het heden werd geflitst trok Jerom bij Lambik in.
Karakter [bewerken]
In De dolle musketiers is Jerom nog een kwaadaardige bruut die door de boosaardige hertog Le Handru wordt ingezet als geheim wapen. In opdracht van de hertog slaat hij zonder genade iedereen in elkaar. Het enige waarmee hij getemd kan worden is anijs, wat de hertog hem ook geregeld toedient. Wiske ontdekt echter dat Jerom ook een zachte kant heeft wanneer hij met haar popje Schanulleke speelt en bang is dat ze zal sterven omdat ze niet wil eten. Wiske weet Jerom te overtuigen aan hun kant te staan en zich voortaan voor het goede in te zetten. Om die reden laat Jerom zich ook mee naar het heden flitsen en wordt één van de hoofdpersonages.
In de eerste albums kleedt en gedraagt Jerom zich nog als een ongemanierde holbewoner. In De knokkersburcht gedraagt hij zich zelfs letterlijk als een hond. Na verloop van tijd begint hij zich toch beschaafder te kleden en ook beleefder te gedragen. In De tamtamkloppers draagt hij voor het eerst een stropdas, boven zijn dierenhuid wel te verstaan. Hij vertoont zelfs een onkreukbare ethiek. Hij laat zich niet omkopen en verraadt zijn vrienden nooit, in tegenstelling tot Lambik. Jerom zet zich ook belangeloos in voor goede doelen of mensen in nood, soms zelfs wanneer het om een tegenstander gaat. In Het sprekende testament helpt Jerom zelfs in het geheim de sprekende kat omdat hij vreest voor diens leven bij het uitvoeren van de opdrachten. Hij vecht ook niet tegen dieren en probeert ook zijn kracht te beheersen.
Enkel wanneer Jerom wordt betoverd, gehypnotiseerd, verleid of bedwelmd door één of ander middel loopt hij over naar de "slechte" kant en verraadt zijn vrienden. Dit gebeurt onder meer in De circusbaron. In andere albums blijkt aan het einde van het verhaal soms dat Jerom bij volle verstand om een bepaalde reden overliep naar de andere kant die dan pas duidelijk wordt.
Jeroms kracht leidt er soms toe dat zijn vrienden zijn intelligentie onderschatten. Men (vooral Lambik) behandelt hem soms als een kind of simpele geest. Niettemin is Jerom soms niet vertrouwd met bepaalde zaken en moeten de anderen hem hierover uitleg geven. Ook wordt Jerom geregeld ingeschakeld om lastige of moeilijke karweitjes te doen. Sidonia laat hem al eens de afwas doen. Ondanks alle moderne aanpassingen voelt Jerom zich niet altijd helemaal thuis in de moderne maatschappij.
Qua gemoed gedraagt Jerom zich meestal kalm en nuchter. Wanneer de rest om hem heen in paniek is, agressief doet of andere hevige emoties vertoont blijft Jerom bijna altijd beheerst en meester van de situatie.
Qua spreekstijl is Jerom niet geëvolueerd. Hij praat nog altijd in telegramstijl en kort Lambiks naam steevast af tot "Bik".
Veel vrouwen worden verliefd op Jerom en andersom:
- In De knokkersburcht wordt Jerom verliefd op Ellen, de dochter van de hoofdman van "The Black Hand Clan".
- In De zingende zwammen worden de gezusters Feriteel verliefd op Jerom, Lili Feriteel komt nog eens terug om de knappe Jerom te bewonderen in De schone slaper.
- In De mollige meivis (1975) wordt Jerom verliefd op Veerle, de dochter van Abi Artolius. Zij wordt betoverd in een meivis en kan niet kiezen tussen Jerom en de hertog Van Gilluk.
- In Heilig Bloed wordt Jerom verliefd op zuster Odfella, hij treedt zelfs toe tot de Basiliusorde om haar te helpen. In In de ban van de Milt komt Jerom achter een familiegeheim en moet afscheid van Odfella nemen. Maar Odfella komt terug naar België in De laatste vloek en gaat met de vrienden naar Chocowakije (De kus van Odfella en De gevangene van Prisonov).
- In De pronte professor word Jerom samen met Lambik verliefd op Vera Vanduren.
Kracht [bewerken]
Jerom is bovennatuurlijk sterk. Hij kan grote groepen tegenstanders en monsters verslaan en gebouwen (met één vinger) verplaatsen. Zijn ogen kunnen lichtgeven en door massieve voorwerpen heenkijken. Als hij aangesloten wordt op elektrische apparaten geeft hij hen energie (zoals in De knokkersburcht). Hij is in staat zeeën over te zwemmen, meren leeg te drinken, over gebouwen en zelfs tot in de wolken te springen en kan zich via een tunnel door de grond boren. In De speelgoedzaaier blijkt zijn borst bestand tegen kogels die er gewoon op afketsen. In latere albums laat hij zich desondanks geregeld in bedwang houden door iemand met een revolver. Hij is ook berucht vanwege zijn "T-slag" (Wattman). Hij deelt dan een mep uit aan iemand en deze tegenstander beseft dan pas enkele seconden later dat hij knock-out is geslagen, voor hij in zwijm valt. Deze laatste slag werd overigens ook al eerder door Lambik gebruikt.
Zijn inspanningen lijken hem zelden te vermoeien. In De wilde weldoener onthult hij dat hij zijn ogen altijd gesloten houdt "omdat zijn oogleden te zwaar zijn". Opvallend is dat hij soms zijn krachten zelfs tracht te sparen door bijvoorbeeld met slechts één vuist objecten tot diep in de grond te slaan of te vernielen. Soms probeert hij zelfs te vechten zonder iemand effectief te slaan. Hij schakelt ze dan uit door even te blazen of met de wind van zijn armbeweging hen weg te waaien.
Soms gedraagt Jerom zich bijzonder gewelddadig en vecht dan doelbewust in een stofwolk, vraagt de rest en de lezers even hun ogen te sluiten of laat de tekenaars een prentje boven het geweld plaatsen zodat de gruwel onzichtbaar blijft.
Jerom vertoont ook een grote eet- en dranklust. In De knokkersburcht eet hij een wekker op en in De ijzeren schelvis drinkt hij een hele emmer bier. In De flierende fluiter drinkt hij een hele bergrivier. Als hij niet gegeten heeft voelt hij zich wel eens wat zwakker dan anders, zoals in Het mini-mierennest. Om die reden eet hij eerst overvloedig in Het Bretoense broertje eer hij een Radartoren verplaatst.
Hij is letterlijk onverslaanbaar, waardoor het voor de striptekenaars en scenaristen op den duur moeilijk werd om de plots nog spannend te houden, aangezien Jerom altijd als deus ex machina kan worden ingezet om alle problemen op te lossen. In sommige albums gaat Jerom bijvoorbeeld aan het begin van het verhaal op vakantie of moet werken. Als hij toch beschikbaar is wordt hij geregeld en tijdelijk uitgeschakeld door vergif, hypnose, toverkracht of -drankje of een slaapmiddel. Zijn vrienden moet dan de problemen alleen oplossen.
Relaties met de andere personages [bewerken]
Vaak zijn Jerom en Lambik hevige concurrenten (bijvoorbeeld in de liefde, zoals in Tedere Tronica (1968), of in hun beroep, zoals in De zwarte zwaan (1958)). Maar als ze elkaar vinden in een gemeenschappelijke afkeer over een maatschappelijke onrechtvaardigheid vormen ze een hecht duo, bijvoorbeeld dierenleed in De straatridder (1956), verkilling in De vlijtige vlinder (1977) en dictatuur in De Krimson-crisis (1988).
Met de overige personages schiet Jerom meestal goed op. Hij heeft een speciale band met Wiske omdat ze de eerste was die zijn zachte kant ontdekte.
Jerom vervult af en toe een hoofdrol, zoals in De toffe tamboer (1981) en Jeromba de Griek (1965), in De circusbaron (1954) is zijn ontvoering de aanzet tot een verhaal.
Jerom de Gouden Stuntman [bewerken]
In 1962 kreeg Jerom zijn eigen stripreeks als spin-off van Suske en Wiske. Professor Barabas en tante Sidonia spelen mee in deze avonturen, net als Krimson, maar de andere karakters uit Suske en Wiske zijn in deze stripreeks niet aanwezig.
Hij is hierin een soort van superheld. In deze outfit dook Jerom ook in sommige Suske en Wiske-albums op, zoals De Galapagos gassen en Het kregelige ketje .
Uitspraken [bewerken]
- "Ben sterkste man van westelijk halfrond, andere helft ook."
- "Genoegen aan kant Jerommeke. Nog nooit haak geschud."
Vertalingen [bewerken]
In de oudere Nederlandse uitgaven van Suske en Wiske, werd de naam Jerom vervangen door de naam Jeroen.
Enkele Suske en Wiske-albums zijn ook verschenen in andere landen en in deze vertalingen heeft Jerom soms een andere naam:
- Wilbur, Engelse vertaling in bijvoorbeeld The Poisoned Rain (De ruige regen).
- Jethro, Engelse vertaling.
- Wastl, Duitse vertaling.
- Jérôme, Franse vertaling in bijvoorbeeld Les Piquedunes Pickepockets (De dappere duinduikers en Du rififi à Cnossos (Knokken in Knossos).
- Vambi, IJslandse vertaling bijvoorbeeld F'akurinn Fjúgandi (Het ros Bazhaar).
- Ĵerom, vertaling in Esperanto.
- Ferom, Zweedse vertaling
- Jeremias, vertaling in Fins.
In de volgende talen heet Jerom gewoon Jerom:
- Fries
- Engels (ook Wilbur en Jethro)
Trivia [bewerken]
- Jerom is niet het enige personage in Vandersteen's strips dat in telegramstijl praat. Ook Krab uit De familie Snoek, die overigens net als Jerom zijn ogen nooit opent, spreekt op deze manier.
- In De blikken blutser (2006) speelt Jerom de zwarte ridder Jeroen, in de oude Nederlandse versies van de Suske en Wiske-albums werd de naam van Jerom ook door Jeroen vervangen.
- Wim Wama verzorgde de stem van Jerom in de poppenserie over Suske en Wiske.
- Stany Crets speelde Jerom in De duistere diamant (film) (2004).
- Acteur Filip Peeters deed de stem voor de film De Texasrakkers.
- Tijdens de jaren '60 werd een spel rond Jerom uitgebracht: "Op-Jerommeke", een soort stok met Jeroms hoofd erop waarbij een ring aan een koord over zijn neus moest gegooid worden. In het album De zingende zwammen wordt er voor dit spel reclame gemaakt.
- In de stripreeks Nero verslaat Nero in het album De Wallabieten (1968) enkele Arabieren en zegt: "Daar kunnen Popeye, Jerom en Jan Spier nog een puntje aan zuigen."
- In de stripreeks De Kiekeboes verslaat Marcel Kiekeboe in het album Album 26 (1984) een groep slechteriken met de woorden: "Of dacht je dat alleen Jerom zoiets kon?"
- Jerom dook in het 3de deel van de stripreeks Van Nul tot Nu op, op blz. 7, als soldaat tijdens de Belgische onafhankelijkheidsstrijd.
- Hij bevindt zich in een pot formol in het Urbanus- en Kiekeboealbum Kiekebanus, waar zijn ogen uitzonderlijk wijd opengesperd zijn.
Bronnen, noten en/of referenties
|