Jerry Lewis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jerry Lewis
Jerry Lewis 1973.JPG
Algemene informatie
Volledige naam Joseph Levitch
Geboren 16 maart 1926
Land Verenigde Staten
Officiële website
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film
De ster van Jerry Lewis in de Hollywood Walk of Fame

Jerry Lewis, echte naam Joseph (of Jerome) Levitch (Newark (New Jersey), 16 maart 1926) is een Amerikaans filmkomiek, -regisseur en -producent van Joodse komaf, bekend om zijn slapstickhumor. Hij vormde tussen 1946 en 1956 een populair komisch duo met Dean Martin. Lewis is tevens bekend om zijn inzet voor de Muscular Dystrophy Association, een organisatie die actief is in het bestrijden van spierdystrofieën.

Levensloop[bewerken]

Lewis werd geboren in een gezin van Joodse komieken. Zijn vader trad op onder de naam Danny Lewis, in het vaudeville-circuit van de "Borscht Belt" in de Catskills, New York. Zijn ouders waren veelvuldig op tournee en een groot gedeelte van zijn jeugd bracht hij door met familieleden. De zomers bracht hij met zijn ouders door in de Catskills, en vanaf zijn vijfde jaar zong hij in hun optredens af en toe solo een liedje. Hij zat slechts een jaar op de middelbare school, waarna hij ging werken in verscheidene baantjes, waaronder frisdrankverkoper en plaatsaanwijzer in het theater. Op achttienjarige leeftijd had hij al veel ervaring als komiek, waarin hij bekende artiesten imiteerde en playbackte. Ook speelde hij, net als zijn ouders, in de zomer in de Catskills. Hij trouwde in '44 met Patty Palmer, een zangeres uit de Jimmy Dorsey Band.

Carrière[bewerken]

In 1946 ontmoette hij een andere nog onbekende artiest, zanger/acteur Dean Martin, en ze begonnen samen als Martin and Lewis op te treden in nachtclubs en kleine theaters. Martin speelde meestal de serieuze man, die een liedje probeerde te zingen, Lewis de dwaze gek die hem steeds onderbrak. Tijdens hun optredens werd er veelvuldig geïmproviseerd. Het eerste optreden van het duo in Atlantic City was een succes en de populariteit van het duo steeg gestaag: aan het einde van de jaren veertig waren Martin en Lewis het populairste komische duo van de Verenigde Staten.

In 1949 tekenden ze bij Hal Wallis een contract bij Paramount Pictures en maakten ze hun filmdebuut in My Friend Irma, waarin ze voor de komische afwisseling zorgden. In het vervolg op de film hadden ze een grotere rol. Na deze twee films zouden nog veertien films volgen, evenals optredens in verscheidene televisieprogramma's en een eigen radioshow. De films van het duo waren zeer populair bij het grote publiek, en brachten veel geld op. Tussen Martin en Lewis ontstond in de loop van de jaren onenigheid en in 1956 gingen de twee uit elkaar.

Ook solo was Lewis zeer succesvol, en tot 1964 gold hij als de meest populaire filmacteur van de Verenigde Staten. Zijn eerste film zonder Martin was The Delicate Delinquent uit 1957. Frank Tashlin regisseerde verscheidene van zijn films. Ook had hij een korte zangcarrière in 1956 met het album Jerry Lewis Just Sings. Het album haalde de top twintig van de Amerikaanse albumhitlijst. Het nummer "Rock-a-Bye Your Baby (With a Dixie Melody)" staat bekend als zijn themaliedje.

Later zou Lewis regelmatig zijn films produceren en uiteindelijk zelfs regisseren. In 1960 maakte hij zijn regiedebuut met de film The Bellboy. Deze film kende spaarzame dialoog, waardoor de nadruk kwam te liggen op Lewis' fysieke humor. Deze film wordt over het algemeen gezien als de eerste film waarin gebruik wordt gemaakt van video assist, waarbij de regisseur met behulp van videocamera's direct kan zien wat gefilmd wordt. Deze techniek wordt tegenwoordig veelvuldig gebruikt in films. Voor zijn bijdragen aan de ontwikkeling van video-assist werd hij in 1981 erelid van de Society of Operating Cameramen.

Andere door Lewis geregisseerde films zijn The Ladies' Man en The Errand Boy (beiden 1961) en The Nutty Professor (1963), een komische versie van Dr. Jekyll and Mr. Hyde. Deze films werden warm onthaald in Europa. Vooral de Franse critici van het invloedrijke filmblad Cahiers du Cinéma waren lovend over zijn films, en haalden Lewis binnen als een komisch auteur, vergelijkbaar met Jacques Tati. Lewis groeide uit tot een culturele held in Frankrijk. Hij speelde in 1971 zestien keer in een uitverkocht Olympia, Parijs, en maakte in de jaren tachtig enkele films in Frankrijk. Hij kreeg in 1984 de Légion d'honneur, en in 2006 kreeg hij de eretitel commandeur in deze orde. De liefde van de Fransen voor Jerry Lewis is een in de Amerikaanse populaire cultuur regelmatig gebruikt stereotype.

In het midden van de jaren zestig werden zijn films minder winstgevend. Tussen 1966 en 2010 was hij de gastheer van een jaarlijks op de Dag van de Arbeid gehouden televisiemarathon, waarin hij geld inzamelt ten bate van de Muscular Dystrophy Association. Tijdens een van deze marathons, in 1976, trad Lewis weer samen op met Dean Martin, nadat het duo twintig jaar daarvoor uit elkaar was gegaan. Voor zijn werk voor deze stichting werd hij in 1977 genomineerd voor een Nobelprijs.

In 1969 begon hij een bioscoopketen, Jerry Lewis Cinemas, georiënteerd op vermaak voor het hele gezin. Door mismanagement en een veranderende smaak hield de keten slechts enkele jaren stand. In 1972 regisseerde en speelde Lewis in The Day the Clown Cried, een controversiële film over een clown die door de Nazi's werd gedwongen Joodse kinderen naar de gaskamers te leiden. Deze film is nooit uitgebracht.

Na een lange afwezigheid, onder andere door een verslaving aan pijnstillers, speelde hij in 1979 weer in een film, Hardly Working. Door financiële problemen werd de film echter pas in 1981 uitgebracht. De film werd zeer slecht ontvangen door de critici, maar was een groot succes in de bioscoop: alleen al in Noord-Amerika haalde de film 50 miljoen dollar op. Voor zijn rol in Martin Scorseses The King of Comedy uit 1983, waarin hij een presentator van een komische latenight-talkshow speelt die geplaagd wordt door een obsessieve fan / beginnend komiek (Robert De Niro), kreeg hij enkele zeer goede recensies, waarschijnlijk de beste uit zijn carrière. Alhoewel hierna de grote rollen uitbleven speelde hij wel belangrijke bijrollen in films als Arizona Dream (1992) en Funny Bones (1995). Ook speelde hij mid-jaren negentig op Broadway in het stuk Damn Yankees. In 1996 werd zijn film The Nutty Professor in een nieuwe versie uitgebracht, ditmaal met Eddie Murphy in de hoofdrol.

In 1982 verscheen zijn autobiografie, Jerry Lewis in Person. In 2006 bracht hij de memoires Dean and Me: A Love Story uit, over zijn vriendschap met Dean Martin.

Op 22 februari 2009 ontving hij de Jean Hersholt Humanitarian Award tijdens de 81ste Oscaruitreiking.

Toekomstplannen[bewerken]

Ondanks zijn 88-jarige leeftijd heeft Jerry Lewis nog steeds toekomstplannen. Lewis is momenteel bezig met het maken van een nieuwe film genaamd Max Rose. Ook wil hij een Broadway-musical-versie van zijn film The Nutty Professor gaan schrijven en regisseren. Ook heeft hij toestemming gegeven om drie van zijn films (The Bellboy, Cinderfella en The Family Jewels) te laten remaken.

Privé[bewerken]

Lewis was getrouwd met Patti Palmer van 1944 tot 1982, en is sinds 1983 getrouwd met SanDee Pitnick. Met Palmer heeft hij zes zoons: Gary (1945), Ronald (1949), Scott (1956), Christopher (1957), Anthony (1959) en Joseph (1964 - 2009). Met Pitnick heeft hij een geadopteerde dochter, Danielle (1992). Zijn oudste zoon, Gary, was de leadzanger van Gary Lewis & the Playboys, een popgroep die enkele successen had in de jaren zestig. Zijn jongste zoon, Joseph, overleed in 2009 aan een overdosis slaapmiddelen.

Jerry Lewis lijdt sinds 1965 aan een constante rugpijn. Tussen 1974 en 1978 was hij verslaafd aan de pijnstiller Percodan, die hij slikte om de pijn te verlichten. Een elektronisch apparaat, dat de pijn in zijn rug verlicht, is tegenwoordig in zijn ruggengraat geïmplanteerd. Eind 1982 kreeg Lewis een zware hartaanval. Hij werd klinisch dood verklaard, maar wist deze uiteindelijk te overleven. In latere jaren kreeg Lewis meer kwalen, waaronder diabetes en pulmonaire fibrose. In 1992 werd hij behandeld voor prostaatkanker. Op 11 juni 2006 kreeg hij een tweede, lichte hartaanval. Lewis' persoonlijke arts was hartspecialist Dr. Michael DeBakey, die hem onder andere van zijn verslaving afhielp en zijn bypassoperatie in 1983 uitvoerde.

Filmografie[bewerken]

Het duo Martin and Lewis

Trivia[bewerken]

  • De stem van Professor Frink uit The Simpsons, gespeeld door Hank Azaria, is gebaseerd op Lewis' typetje Julius Kelp uit de film The Nutty Professor.

Externe links[bewerken]