Jeugdrechtbank (België)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De jeugdrechtbank is in België een speciale kamer van de rechtbank van eerste aanleg, gericht op jongeren, meestal tot hun 18de verjaardag. Die kunnen voor de jeugdrechter komen of naar de jeugdrechter gaan als:

Rechten van kinderen[bewerken]

Het internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind is sinds 1989 van kracht. Dit verdrag geeft aan jongeren tot 18 jaar een groot aantal fundamentele rechten: basisrechten, beschermingsrechten en inspraakrechten.

De basisrechten houden in dat elk kind recht heeft op een gezin, een goede opvoeding en ontwikkeling en een toereikende levensstandaard, op gezondheidszorg, onderwijs en vrije tijd.

De beschermingsrechten houden in dat elk kind het recht heeft op bescherming tegen misbruik en mishandeling.

De inspraakrechten houden in dat het kind recht heeft op een eigen mening en het recht heeft om mee te denken en te werken, bijvoorbeeld in de jeugdbeweging, de jeugdvereniging. Dat recht geldt thuis, op school en in de hulpverlening.

Deze rechten zijn gefundeerd op respect voor het welzijn en de mening van kinderen en jongeren.

Procedure bij de jeugdrechtbank[bewerken]

De Procureur des Konings of het parket wordt van de situatie op de hoogte gebracht:

  • door de politie.
  • door de bemiddelingscommissie.
  • of door diensten of personen die op de hoogte zijn van een moeilijk of onveilige situatie.

De procureur oordeelt over de ernst van de situatie en beslist of een zaak naar de jeugdrechter gaat of niet. Als de procureur een maatregel vraagt aan de jeugdrechter noemt men dat een vordering.

De procureur kan de jongere ook:

  • aanhouden als hij ernstige feiten heeft gepleegd.
  • in veiligheid brengen als hij zich in een onveilige situatie bevindt.

Rechtswaarborgen[bewerken]

De jongere heeft recht op bijstand van een advocaat, telkens hij voor de jeugdrechter komt, nog voor de jeugdrechter een beslissing neemt. De jongere heeft het recht gehoord te worden, voor de jeugdrechter een beslissing neemt. Indien de jongere niet akkoord gaat met de beslissing kan hij in hoger beroep gaan.

Strafregister[bewerken]

Als de jeugdrechter een vonnis velt over jongeren die een als misdrijf omschreven feit pleegden, wordt dat vonnis bijgehouden in het centraal strafregister. De feiten komen niet in het gemeentelijk strafregister en ook niet op het getuigschrift van goed zedelijk gedrag. De informatie uit het centraal strafregister is niet toegankelijk voor particulieren, of een werkgever, ook als die werkgever de overheid is. De informatie is alleen toegankelijk als ze onontbeerlijk is, bijvoorbeeld als je na je 18 jaar nog ernstige feiten pleegt, of als je je kandidatuur stelt voor leger of de federale politie. De informatie wordt dan medegedeeld tot de leeftijd van 28 jaar. De jongere kan echter verzoeken de informatie van het vonnis te schrappen, vijf jaar na het einde van de opgelegde maatregel.

Maatregelen ter bescherming van minderjarigen[bewerken]

De Jeugdrechtbank kan ter bescherming van minderjarigen maatregelen nemen ten aanzien van de ouders maar ook direct ten aanzien van minderjarigen. De maatregelen die de jeugdrechter kan nemen verschillen enigszins naargelang op grond waarvan de jeugdrechtbank gevraagd is om maatregelen te nemen.

Maatregelen ten aanzien van de ouders[bewerken]

  • Toezicht op sociale uitkeringen. De Jeugdrechtbank kan een persoon aanwijzen die belast is met het innen van de sociale uitkeringen (die normaal in het belang van de kinderen moeten aangewend worden zoals gezinsbijslag, studiebeurs, ... ) om ze uitsluitend te gebruiken voor de behoeften van de kinderen en voor de gezinsuitgaven die hen betreffen.
  • Ontzetting uit het ouderlijk gezag. Sinds de wet op de jeugdbescherming van 1965 kan de gedeeltelijke of volledige ontzetting nog slechts uitgesproken worden in uitzonderlijke gevallen en slechts facultatief. Ook hoeft ze niet noodzakelijk ten aanzien van alle kinderen uitgesproken te worden. In elk geval zal moeten verantwoord worden of de ontzetting wel in het belang van het kind is. Bij de ontzetting wordt ook een provoogd aangeduid om het vervangend gezag uit te oefenen. De Jeugdrechter kan nadat één jaar verstreken is, de ouders eventueel herstellen in hun ouderlijk gezag ambtshalve of op vraag van het Openbaar Ministerie.
  • Misdrijven vergemakkelijkt door gemis aan toezicht. Wanneer een minderjarige een als misdrijf omschreven feit pleegde, kan de Jeugdrechtbank de ouders veroordelen tot een politiestraf indien het feit onder meer kan toegeschreven worden aan een gebrek aan toezicht of opvoeding van de ouders.

Maatregelen bij (onrechtstreekse) POS[bewerken]

Ingeval van een problematische opvoedingssituatie via de Bemiddelingscommissie (onrechtstreekse POS) zijn de te nemen maatregelen ten aanzien van minderjarigen vastgelegd door de gecoördineerde decreten inzake bijzondere jeugdbijstand. De jeugdrechter kan in deze gevallen :

  • een pedagogische richtlijn verstrekken aan de ouders
  • de jongere en zijn gezin onder begeleiding plaatsen van een consulent van de sociale dienst bij de jeugdrechtbank voor maximum 1 jaar
  • een thuisbegeleidingsdienst vragen de jongere en zijn gezin te begeleiden (gezinsbegeleiding voor maximum 1 jaar)
  • voor maximum 6 maanden de jongere toevertrouwen aan een opvoedkundig project (eventueel samen met zijn ouders)
  • de jongere toevertrouwen aan een semi-residentiële voorziening, zoals aan een dagcentrum voor schoolgaande jeugd, waar de jongere na de school en tijdens de vakanties opgevangen wordt. 's Avonds en in het weekend is de jongere thuis.
  • als de jongere 17 is en over voldoende inkomsten beschikt, de jongere zelfstandig laten wonen onder begeleiding van een dienst begeleid zelfstandig wonen.
  • als de jongere 17 is hem onder permanent toezicht op kamer laten wonen.
  • de jongere tijdelijk plaatsen

Maatregelen bij (rechtstreekse) POS[bewerken]

Ingeval van een problematische opvoedingssituatie waarbij de jeugdrechtbank rechtstreeks is gevat, eindigen de maatregelen van rechtswege na 45 dagen. Binnen die termijn moet een buitengerechtelijke oplossing gevonden worden via het Comité voor bijzondere jeugdbijstand of de bemiddelingscommissie. De voorziening waaraan de jongere in dit geval is toevertrouwd neemt contact op met de sociale dienst van het comité om de buitengerechtelijke hulpverlening op gang te brengen.

  • In principe geeft de bijzondere jeugdbijstand er de voorkeur aan dat de jongere in deze periode in een onthaal- en oriëntatiecentrum of in een observatiecentrum wordt geplaatst
  • Uitzonderlijk kan de Jeugdrechtbank echter ook kiezen voor:
    • begeleid zelfstandig wonen
    • plaatsing in een pleeggezin, open inrichting of psychiatrie, indien de minderjarige vroeger of nu al residentiële hulp kreeg / krijgt
    • toevertrouwen aan een betrouwbaar familielid of persoon waar hij in feite reeds verbleef

Maatregelen bij MOF[bewerken]

Ingeval het gaat om minderjarige delinquenten - die een als misdrijf omschreven feit pleegden (MOF) - of in het kader van de zedelijke bescherming van de jeugd, neemt de jeugdrechter maatregelen van "bewaring, behoeding en opvoeding". Deze maatregelen zijn beschreven in de wet op de jeugdbescherming. De jeugdrechter is tamelijk vrij om maatregelen te nemen. Ze komen neer op:

  • de jongere berispen: de jeugdrechter omschrijft wat er gebeurd is en maant de jongere aan dat het niet meer mag gebeuren. Desgevallend maant hij ook de ouders aan om beter toezicht te houden op hun kinderen
  • de ondertoezichtsstelling : de Jeugdrechter kan de minderjarige onder toezicht stellen van de sociale dienst van de Vlaamse Gemeenschap bij de Jeugdrechtbank, die moet waken over de voorwaarden die de Jeugdrechtbank stelt:
    • de jongere verplichten om bijvoorbeeld regelmatig naar school te gaan, wekelijks met een hulpverlener te gaan praten, en dergelijke.
    • een alternatieve straf opleggen, bijvoorbeeld een paar uur werken, of een vorming volgen.
    • gespecialiseerde diensten inschakelen, zoals thuishulp of een Centrum voor Algemeen Welzijnswerk
    • de jongere plaatsen onder toezicht van de sociale dienst, met het oog op huisvesting, behandeling, opvoeding, onderricht of beroepsopleiding bij een betrouwbaar persoon of in een geschikte inrichting. De jongere blijft onder toezicht tot 18 jaar, ook als de plaatsing al beëindigd is. Hier zijn dus vele mogelijkheden, bijvoorbeeld
    • plaatsing in een openbare instelling
    • beslissen bij een ernstig misdrijf (bijvoorbeeld moord) dat een gewone strafrechtbank moet oordelen: dit heet 'uit handen geven'.
    • in zeer uitzonderlijke situaties, bij ernstige misdrijven en als er nergens plaats is, kan de jongere maximuim twee weken in een gevangenis geplaatst worden, vanaf de leeftijd van 14 jaar en zonder contact met de andere gevangenen

Jeugdbescherming voor meerderjarigen[bewerken]

Sinds 1990 is in België de leeftijd van de burgerlijke meerderjarigheid verlaagd tot 18 jaar, waardoor de maatregelen van de jeugdbescherming in principe slechts konden gelden voor -18-jarigen. Om dit te verhelpen werden een aantal mogelijkheden gecreëerd om de interventie van de jeugdbescherming voor delinquenten uit te breiden tot na de meerderjarigheid.

  • De maatregelen kunnen bij vonnis voor een bepaalde duur worden verlengd tot de dag waarop de jongere de leeftijd bereikt van 20 jaar. Dit moet door de minderjarige zelf gevraagd of door het Openbaar Ministerie gevorderd worden drie maanden voor de meerderjarigheid ingaat.
  • minderjarigen die na hun 17de verjaardag een als misdrijf omschreven feit begingen, kunnen bij vonnis maatregelen opgelegd krijgen voor een bepaalde duur tot op de dag waarop de betrokkene 20 jaar wordt
  • minderjarigen die een misdrijf plegen voor hun 18de verjaardag, maar slechts na die verjaardag door de Jeugdrechtbank worden gevat, vallen voor die misdrijven toch onder de bevoegdheid van de Jeugdrechtbank. Wel is de Jeugdrechtbank in dit geval beperkt in de mogelijk te nemen maatregelen :
    • berispen
    • uit handen geven
    • als de jongere 18 jaar wordt tijdens de rechtspleging kan de Jeugdrechtbank voorlopige maatregelen opleggen of handhaven tot aan de leeftijd van 20 jaar
Nationaal recht
Rechtsbron: Verdragen · Belgische Grondwet · Bijzondere wet · Wet, Decreet, Ordonnantie · Rechtspraak · Rechtsleer · Gewoonterecht · Algemene rechtsbeginselen
Publiekrecht: Staatsrecht · Strafrecht · Gerechtelijk recht · Bestuursrecht · Fiscaal recht · Sociale zekerheidsrecht
Burgerlijk recht: Burgerlijk recht · Arbeidsrecht · Handels- en economisch recht · Insolventierecht · Vennootschapsrecht
Rechtbanken: Hof van Cassatie (1) · Grondwettelijk Hof (1) · Raad van State (1)
Hof van beroep (5) · Arbeidshof (5) · Strafuitvoeringsrechtbank (6) · Hof van assisen (11) · Arrondissementsrechtbank (12) · Rechtbank van eerste aanleg (12) (Burgerlijke rechtbank, Correctionele Rechtbank, Jeugdrechtbank) · Rechtbank van koophandel (12) · Arbeidsrechtbank (12) · Politierechtbank (37) · Vredegerecht (225)
Territoriale indeling: Gerechtelijk gebied · Gerechtelijk arrondissement · Gerechtelijk kanton
Actoren van justitie: Rechter · Griffier · Openbaar Ministerie (ook parket) · Ministerie van Justitie · Advocaat · Burgerlijke partij · Benadeelde persoon

Europees Recht
Primair recht: VEU · VWEU · Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Secundair recht: verordeningen · richtlijnen · besluiten · aanbevelingen · Adviezen
Rechtbanken: Gerecht · Hof van Justitie van de Europese Unie · Europees Hof voor de Rechten van de Mens · Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie

Internationaal recht
Rechtsbron: Verdragen · Rechtspraak · Rechtsleer · Gewoonterecht · Algemene rechtsbeginselen
Rechtstakken: Internationaal Publiekrecht · Internationaal privaatrecht
Rechtbanken: Benelux-Gerechtshof · Europees Hof voor de Rechten van de Mens · Internationaal Gerechtshof · Internationaal Strafhof