Jezuïeten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sociëteit van Jezus
Basisgegevens
Generaal-overste Adolfo Nicolás
Gesticht 27 september 1540
Stichter Ignatius van Loyola
Website http://www.sjweb.info/
het IHS-monogram wordt veel door de Jezuïeten gebruikt
het IHS-monogram wordt veel door de Jezuïeten gebruikt
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Sociëteit van Jezus, bekend als de jezuïeten, is een katholieke religieuze orde die in 1534 in Parijs werd opgericht door een groep studievrienden rond Iñigo Lopez de Loyola, beter bekend onder zijn Latijnse naam Ignatius van Loyola. Het aanvankelijke doel was hulp aan de naaste, vooral zieken.

De sociëteit werd in 1540 goedgekeurd door paus Paulus III in de bul Regimini militantis Ecclesiae (zie afbeelding). Van de mannelijke katholieke orden is het de grootste, met ongeveer 19.000 leden waarvan ruim 13.000 priesters.

Jezuïeten vormen geen kloosterorde en leven niet noodzakelijk in kloosters. Net als veel andere orden zijn zij gehouden tot kuisheid, armoede en gehoorzaamheid. Zij onderscheiden zich van andere orden vooral door absolute gehoorzaamheid aan de paus, en vallen niet onder het gezag van een bisschop. Een pater jezuïet zet veelal achter zijn naam de afkorting sj of S.J. van Societas Jesu (vroeger ook S.I. van Societas Iesu, aangezien het Latijn (oorspronkelijk) geen letter 'j' kent). De jezuïetenorde wordt geleid door de generaal-overste (praepositus generalis) van de orde. Sinds 19 januari 2008 is dit de Spanjaard Adolfo Nicolás.

Geschiedenis[bewerken]

Il Gesù, moederkerk van de Societas Jesu in Rome

De sociëteit werd opgericht ten tijde van de Contrareformatie, de beweging die de Reformatie moest tegengaan.

  • 1491 – Iñigo wordt geboren in een slot in Spaans Baskenland in het adellijke milieu van Loyola. Tot zijn zevende wordt hij opgevoed door het gezin van María de Garín, de vrouw van de plaatselijke smid. Vervolgens voedt zijn zus hem verder op.
  • Iñigo gaat studeren in Parijs. Hij en zijn vrienden stichten een nieuwe religieuze orde genaamd Jezuïeten. Iñigo noemt zichzelf nu Ignatius.
  • 27 september 1540 – De nieuwe gemeenschap onder de naam 'Sociëteit van Jezus' wordt goedgekeurd door paus Paulus III.
  • 31 juli 1556 – Ignatius sterft. De Algemene Congregatie, na de paus het hoogste gezag in de orde, wijst in 1558 Diego Laynez aan als zijn opvolger. Bij de dood van Ignatius heeft de orde al meer dan 1000 leden. Vervolgens wordt het ledenaantal vijftien maal zo groot. De hele wereld is voor deze eerste generaties jezuïeten missiegebied. Bezigheden van de jezuïeten zijn onder andere het begeleiden van “geestelijke oefeningen”, catechese en werken als legeraalmoezenier of biechtvader.
  • 1773 – Paus Clemens XIV heft via de bul of breve Dominus ac Redemptor de orde voorgoed op onder druk van de koningen van Frankrijk, Spanje en Portugal. Een aanleiding vormde onder meer de Bloedbruiloft. De vorsten Frederik II van Pruisen en Catharina II van Rusland negeerden deze opheffing echter. In enkele landen in het Verre Oosten, China en India komt de opdracht zelfs nooit aan. Hierdoor kon de sociëteit blijven bestaan in deze landen.
  • 1814 – Na de Franse Revolutie wordt de jezuïetenorde door paus Pius VII met de bul Sollicitudo omnium ecclesiarum weer hersteld. De Amsterdammer Jan Roothaan zorgt voor een sterke impuls van deze orde die toen nog maar uit 600 personen bestond.
  • Na het Tweede Vaticaans Concilie kent de jezuïetenorde een diepe crisis: tussen 1965 en 1974 verlaten 6602 jezuïeten de orde (een zesde van het toenmalige totale aantal ordeleden). De bekendste Nederlandse uittreder is Huub Oosterhuis; deze werd overigens als eerste sinds 1906 (George Tyrell) gedwongen door de generaal van de jezuïeten de orde uitgezet.
  • 1974-1975 – Algemene Congregatie – Gerechtigheid wordt de nieuwe grondoriëntatie voor het werk van de jezuïeten. Van nu af aan gaat de aandacht naar de armen en uitgestotenen.
  • 1995 – 34e Algemene Congregatie – Actualiseren van enkele stichtingsteksten van de Sociëteit. Ook moest het orderecht aangepast worden aan het algemeen kerkelijk recht.
  • 2013 – Met paus Franciscus krijgt de Katholieke Kerk voor het eerst in haar geschiedenis een jezuïet als paus.

Oprichting[bewerken]

Ignatius van Loyola op een kazuifel uit de Jezuïetenkerk te Rotterdam, gemaakt door Louis Grossé uit Brugge.

De oprichting van de orde der Jezuïeten is niet zonder slag of stoot verlopen. Nadat Ignatius van Loyola in zijn dertigste levensjaar gedurende zijn dienst als officier in het leger gewond was geraakt aan zijn been, inspireerde vrome lectuur hem een eigen orde te stichten.

Toen Ignatius met zijn groep gelijkgestemden in 1537 op weg was naar Rome kreeg hij bij het plaatsje La Storta een visioen, waarin Christus met het kruis tot hem zei: “Ego vobis Romae propitius ero” (Ik zal jullie in Rome welgezind zijn) alsook “Ik wil dat u ons dient”. Dit visioen was voor Ignatius en zijn volgelingen aanleiding in Rome de Societas Jesu te vestigen.

De acceptatie van de orde verliep moeizaam. Ignatius werd meermaals in hechtenis genomen en verhoord door de Inquisitie. Hij kreeg ook spreekverboden en werd gesommeerd te verhuizen. In 1540 gaf Paulus III eindelijk zijn fiat.

Opdracht[bewerken]

Ignatius preekte een verregaande gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, de geloofswaarheden en de kerkelijke hiërarchie, met name de paus. Bij wijze van boutade drukte hij zijn geloof uit in Christus, de Kerk en de Heilige Geest, in de volgende regel uit de Geestelijke oefeningen: "We moeten geloven dat het wit dat ik zie zwart is, als de Hiërarchische Kerk dat zo definieert, omdat we geloven dat er tussen Christus onze Heer en de Kerk die Zijn Bruid is, dezelfde Geest aanwezig is, die werkzaam is en ons leidt naar de redding van onze ziel."

Ignatius en zijn vrienden wilden zich aanvankelijk louter toeleggen op de ziekenzorg van Christenen in Jeruzalem. Als dat onmogelijk zou blijken, zouden ze zich aanbieden aan de paus, wat in 1539 gebeurde.

Het motto van de sociëteit is Ad majorem Dei gloriam ('Tot meerdere eer van God'), dikwijls afgekort tot 'AMDG'. Het gezegde bedoelt het idee uit te drukken, dat elk werk dat niet duivels is, voor de hemel verdienstelijk is, als het met die bedoeling wordt gedaan, zelfs handelingen die normaal alledaags worden geacht, zoals het vullen van de benzinetank.

De jezuïeten wilden werken aan hun eigen zaligheid en die van de naaste. De middelen van de eigen voortgang waren: dagelijkse meditatie, het dubbele gewetensonderzoek en tweemaal in het leven de volledige geestelijke oefening (30 dagen lang) en jaarlijks de verkorte vorm van retraite (8 tot 10 dagen).

De jezuïeten leggen een vierde gelofte aan de paus af: zonder tegenspraak of reisgeld een missie of zending naar gelovigen en ongelovigen te doen als de paus dit beveelt, als keurkorps van de paus. De gehoorzaamheid en de tucht zijn dus zeer streng. De generaal (hoogste leider) heeft onbeperkte administratieve en uitvoerende macht.

Kritische intellectuelen[bewerken]

Jezuïeten zijn vrijwel zonder uitzondering kritische intellectuelen, die als individu geen blad voor de mond nemen en ook hun leerlingen opvoeden tot kritische individuen. De vaak maatschappelijk toonaangevende ordeleden waren in veel landen, zeker die met totalitaire regimes, ongeliefd. Zelfs werden de jezuïeten, onder wie Pierre Teilhard de Chardin, in 1904 uit het toch liberale Frankrijk verbannen, omdat zij naar de smaak van de antiklerikale regering van die dagen te veel invloed wilden uitoefenen.

Tegelijk hebben de jezuïeten paradoxaal genoeg van oudsher de reputatie gehoorzaamheid te praktiseren. Hun ijver voor de paus heeft ze in bepaalde perioden in conflict gebracht met andere stromingen binnen de Kerk. Zo heeft een hoogoplopend conflict met apostolisch vicaris Codde van Utrecht in de 17e eeuw geresulteerd in het Schisma van Utrecht en het ontstaan van de Oudkatholieke Kerk.

Bekende jezuïeten[bewerken]

Op 5 november gedenken de jezuïeten al hun heilige medebroeders. Een van de voornaamste jezuïeten was de H. Franciscus Xaverius (1506-1552), Spaans missionaris in Azië, van wie gezegd wordt dat hij meer mensen heeft bekeerd dan Paulus.

Andere bekende jezuïeten zijn:

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Lijst van heilige en zalige jezuïeten

Bekende jezuïeten zonder Nederlandstalig wikipedia-artikel[bewerken]


Bekende ex-jezuïeten met een voltooide opleiding, zonder Nederlandstalig wikipedia-artikel[bewerken]

  • Marie-Alphonse Ratisbonne (1814-1884), Franse Jood, jezuïet, trok naar Palestina om Joden te bekeren; verliet de orde
  • George Tyrell (1861-1909), Engels theoloog en modernist, uit de orde gezet
  • Henri Bremont (1865-1933), Frans filosoof, lid Académie Française, verliet de orde
  • Anton Reichling (1898-1986), Nederlands hoogleraar taalkunde (UvA); verliet de orde
  • Bernard Tervoort (1926-2006), Nederlands hoogleraar (doven)taalkunde; verliet de orde

Generaal-oversten van de Societas Jesu (met vermelding van ambtsduur)[bewerken]

Opleiding[bewerken]

Plaatsen waar Nederlandse jezuïeten priesterstudenten opleidden waren: Mariëndaal (noviciaat) in het Noord-Brabantse plaatsje Velp, het Berchmanianum (filosofie) in Nijmegen, thans in gebruik als verpleeghuis voor religieuzen, en het Canisianum (theologie) in Maastricht, thans in gebruik bij de Universiteit Maastricht.

Het noviciaat voor NSJ'ers van de West-Europese 'assistancy' wordt nu gemeenschappelijk gevolgd in de Engelse stad Birmingham.

Onderwijs[bewerken]

Vlaanderen telt zeven jezuïetencolleges:[1]

Jezuïetencollege in Shkodër

De zeven Vlaamse jezuïetencolleges worden in naam van de provinciaal-overste van de jezuïeten begeleid door de Cebeco (Centraal Beleid van de Colleges) die het Ignatiaanse opvoedingsproject in deze colleges bevordert. Cebeco organiseert daarvoor vorming voor personeelsleden en beheerders, een pedagogische begeleidingsdienst, uitwisselingen tussen de colleges en netwerkvorming. Het vertegenwoordigt de jezuïetencolleges in het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO) en de bisdommen.

Door de jezuïeten gestichte Franstalige colleges in België:

Door de jezuïeten gestichte colleges in Nederland, ook bekend onder het acroniem WIMACS:

In de jaren 1980 en 1990 is het bestuur van alle 6 voormalige Nederlandse jezuïetencolleges overgedragen aan lokale besturen. In de daarop volgende jaren zijn deze colleges door fusies met andere scholen van hun Ignatiaanse wortels losgeraakt, met uitzondering van het Sint-Stanislascollege te Delft, dat verbonden blijft met het netwerk van jezuïetenscholen in Europa dat werkt met de Ignatiaanse pedagogiek. In 2009 heeft de laatste jezuïet afscheid genomen van het Sint-Stanislascollege. Wel wordt het zogenaamde Patershuis op het schoolterrein nog door jezuïeten bewoond.

Door de jezuïeten gestichte universiteiten en instellingen van hoger onderwijs in België:

In Rome staat het Pauselijk Bijbelinstituut, een instelling van de Heilige Stoel, onder auspiciën van de jezuïeten.

Bibliografie[bewerken]

  • (fr) Guillermou, A., Les Jésuites, Que sais-je ?, 1961 (1e editie), 1992(5e editie)

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties