Jij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jij of je is een persoonlijk voornaamwoord, dat gebruikt wordt in de tweede persoon enkelvoud, als onderwerp in een zin. Er kan bijvoorbeeld tegen iemand gezegd worden: "Ik wil dat jij ..."

Voor de tweede persoon meervoud wordt als persoonlijk voornaamwoord jullie gebruikt.

Bij het hanteren van de beleefdheidsvorm, zoals bij het aanspreken van ouderen, onbekenden, et cetera, wordt "u" gebruikt. In plaats van jij kan ook gij worden gebruikt. Dit is in het Standaardnederlands niet gebruikelijk en voelt veelal ouderwets aan, maar in België en het zuiden van Nederland wordt gij wel gebruikt in de spreektaal. Daar is "jij" zelfs zeer ongebruikelijk in de informele spreektaal, zodat het velen gekunsteld aandoet. Een Nedersaksische variant is iej, het Friese Cognaat is jo/jim(me), het Limburgse geer (beide laatste betekenen nog steeds jullie en u). De grens tussen gij en jij vormt voor een groot deel de dialectgrens tussen het Hollands en het Brabants. De Hollandse vorm jij komt niet uit het Frankisch, maar is van Fries/Ingweoonse oorsprong.

Historische aantekening[bewerken]

Oorspronkelijk was het Middelnederlandse persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud du (met de "u" op zijn Nederlands uitgesproken, niet op zijn Duits) of doe, zoals nu nog in het Fries, het Stadsfries, het Gronings en de meeste Limburgse dialecten.

1rightarrow blue.svg Meer over de verdringing van du door gij: zie Du.

In de latere middeleeuwen kwam in Vlaanderen de alternatieve vorm "ghi" of "gi" op, waarvan de uitspraak in de 16e eeuw evolueerde naar "gij". Deze was van een beleefdheidsvorm (in de tweede persoon meervoud) geëvolueerd naar een echte tweede persoon enkelvoud. De Hollandse dialectische variant op "gij" was "jij". De accusatief van "gij" en "jij" was "u". Het feit dat "jij" ontstaan is uit een tweede persoon meervoud is nog steeds te zien in de uitgangen van werkwoorden vervoegd in de tweede persoon enkelvoud: de oorspronkelijke '-st'-uitgang van de tweede persoon enkelvoud (vergelijk met het Duits: du sprichst) maakte plaats voor een '-t'-uitgang (Duits: ihr sprecht (jullie spreken); Nederlands: jij spreekt).

Voor het meervoud ging men de vorm "gijlieden" gebruiken, die later tot "jullie" is geëvolueerd. In de Vlaamse regio en Brussel zegt men in de omgangstaal nog steeds 'gij-le' (In het Noord-Brabants: 'gullie').

In de 17e of 18e eeuw werd de behoefte gevoeld aan een (nieuwe) beleefdheidsvorm, dat werd "Uedele", hetgeen later werd afgekort tot "U".

Zie ook[bewerken]

Icoontje WikiWoordenboek Zoek jij op in het WikiWoordenboek.