Jimmy Thomas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jimmy Thomas (Newport, 3 oktober 1874-21 januari 1949) was een Brits Labour-politicus. Ging op 12-jarige leeftijd van school om bij de plaatselijke apotheek te gaan werken. Daarna werkte hij als schoonmaker van locomotieven bij een spoorwegmaatschappij. Later sloot Jimmy Thomas zich aan bij de Spoorweg Vakbond en de nieuw opgerichte Labour Party. In 1909 werd Thomas voor de Labour Party in het House of Commons (Lagerhuis) gekozen.

Jimmy Thomas bleef naast zijn werk als parlementariër voor de vakbond werken, waarin hij opklom als bestuurder. In 1917 werd hij secretaris van de Spoorweg Vakbond en leidde hij in 1919 een grote spoorwegstaking. Toen Labour-leider Ramsay MacDonald in 1924 de eerste sociaaldemocratische regering van Groot-Brittannië vormde, nam hij Thomas als minister van koloniën op in zijn regering. Deze regering viel echter spoedig (zie: Ramsay MacDonald).

In 1926 was hij nauw betrokken bij de algemene staking van dat jaar. In 1929 werd Thomas grootzegelbewaarder in het tweede kabinet-MacDonald. Het plan van minister Philip Snowden van Financiën om de werkloosheidsuitekering te reduceren, leidde tot de val van het kabinet. Thomas trad toe tot de nieuwe 'Nationale Regering', een coalitie van Labour, de Conservative Party en de Liberal Party van MacDonald. Dit schoot in het verkeerde keelgat bij veel Labour-leden. MacDonald, Thomas e.a. Labour-ministers werden uit de partij gezet. Thomas trad toe tot de nieuwe National Labour Party van MacDonald en bleef grootzegelbewaarder en werd tevens minister van Koloniën.

In 1936 werd hij tot aftreden gewongen als minister en parlementslid.

Zie ook[bewerken]